Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32001R1046

Verordening (EG) nr. 1046/2001 van de Commissie van 30 mei 2001 tot vaststelling van buitengewone maatregelen ter ondersteuning van de markt in de sectoren varkensvlees en kalfsvlees in Nederland

PB L 145 van 31.5.2001, pp. 31–34 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)

Legal status of the document No longer in force, Date of end of validity: 24/07/2001; opgeheven door 32001R1459

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2001/1046/oj

32001R1046

Verordening (EG) nr. 1046/2001 van de Commissie van 30 mei 2001 tot vaststelling van buitengewone maatregelen ter ondersteuning van de markt in de sectoren varkensvlees en kalfsvlees in Nederland

Publicatieblad Nr. L 145 van 31/05/2001 blz. 0031 - 0034


Verordening (EG) nr. 1046/2001 van de Commissie

van 30 mei 2001

tot vaststelling van buitengewone maatregelen ter ondersteuning van de markt in de sectoren varkensvlees en kalfsvlees in Nederland

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 2759/75 van de Raad van 29 oktober 1975 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector varkensvlees(1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1365/2000(2), en met name op artikel 20 en artikel 22, tweede alinea,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1254/1999 van de Raad van 17 mei 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector rundvlees(3), en met name op de artikelen 39 en 41,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Wegens het uitbreken van mond- en klauwzeer in bepaalde productiegebieden in Nederland, zijn door de Nederlandse autoriteiten beschermingsgebieden en toezichtsgebieden ingesteld op grond van artikel 9 van Richtlijn 85/511/EEG van de Raad van 18 november 1985 tot vaststelling van gemeenschappelijke maatregelen ter bestrijding van mond- en klauwzeer(4), laatstelijk gewijzigd bij de Akte van Toetreding van Finland, Oostenrijk en Zweden. Bijgevolg is de handel in kalveren en varkens in deze gebieden tijdelijk verboden.

(2) De uit de toepassing van de veterinaire maatregelen voortvloeiende beperkingen van het vrije verkeer van goederen zullen de markt voor varkensvlees en die voor kalfsvlees in Nederland allicht ernstig verstoren. Bijgevolg moeten buitengewone maatregelen ter ondersteuning van de markt worden genomen die uitsluitend gelden voor levende dieren uit de direct getroffen gebieden en die niet langer gelden dan strikt noodzakelijk is.

(3) Om verdere verspreiding van de ziekte te voorkomen, moeten de varkens en kalveren uit de getroffen gebieden buiten het normale handelscircuit voor de voor menselijke consumptie bestemde producten worden gehouden en tot niet voor menselijke consumptie bestemde producten worden verwerkt overeenkomstig artikel 3 van Richtlijn 90/667/EEG van de Raad(5), gewijzigd bij Richtlijn 92/118/EEG(6).

(4) De snelle en doeltreffende toepassing van de buitengewone maatregelen ter ondersteuning van de markt zal waarschijnlijk op capaciteitsproblemen stuiten bij de destructiebedrijven die de dieren moeten verwerken. Daarom moet worden toegestaan dat de geslachte dieren worden opgeslagen in vries- en koelhuizen en moeten de daarbij in acht te nemen toezicht- en controlevoorschriften worden vastgesteld.

(5) Er moet steun worden verleend voor de levering van mestvarkens, biggen en kalveren uit de getroffen gebieden aan de bevoegde autoriteiten.

(6) De veterinaire en handelsbeperkingen blijven zeker nog maanden van toepassing. Derhalve is het redelijk en gerechtvaardigd de productie van biggen te onderbreken door het insemineren van zeugen te verbieden teneinde te voorkomen dat die biggen over enkele maanden moeten worden geslacht, en terzelfder tijd de varkensdichtheid, en dus ook het risico van verdere verspreiding van de ziekte te verminderen.

(7) Het is dienstig een dergelijk inseminatieverbod te doen gelden ten aanzien van producenten die biggen leveren in het kader van deze steunregeling. De producenten moeten de niet-gedekte zeugen op hun bedrijf aanhouden totdat dit verbod wordt opgeheven en zij de productie van biggen kunnen hervatten. Derhalve is het gerechtvaardigd de kosten die verbonden zijn aan het aanhouden van de zeugen, te compenseren door steun te verlenen voor de periode waarvoor het inseminatieverbod geldt.

(8) Overwegende dat de Nederlandse bevoegde autoriteiten de nodige maatregelen moeten nemen om deze steunregeling toe te passen, waarbij zij ten aanzien van de indiening van de steunaanvragen, de controlemaatregelen en de sancties naar analogie de bepalingen moeten toepassen van Verordening (EEG) nr. 3887/92 van de Commissie van 23 december 1992 houdende uitvoeringsbepalingen inzake het geïntegreerde beheers- en controlesysteem voor bepaalde communautaire steunregelingen(7), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2721/2000(8).

(9) In verband met de omvang van de epizoötie, de duur ervan en bijgevolg ook de omvang van de maatregelen ter ondersteuning van de markt, is het passend dat de kosten door de Gemeenschap en de betrokken lidstaat worden gedeeld.

(10) Bepaald moet worden dat de Nederlandse autoriteiten de nodige controle- en bewakingsmaatregelen moeten treffen en de Commissie hiervan in kennis moeten stellen.

(11) Aangezien de beperkingen van het vrije verkeer van levende varkens en kalveren in de betrokken gebieden reeds sedert enkele weken van toepassing zijn, is het gewicht van de dieren aanzienlijk toegenomen en is een uit een oogpunt van het welzijn van de dieren onduldbare situatie ontstaan. Derhalve is het verantwoord deze verordening toe te passen met terugwerkende kracht vanaf 27 april 2001.

(12) De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Gezamenlijk Comité van beheer voor varkensvlees en rundvlees,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1. Met ingang van 27 april 2001 kan aan producenten die hierom verzoeken, door de Nederlandse bevoegde autoriteiten steun worden verleend voor de levering aan deze autoriteiten van mestvarkens van GN-code 0103 92 19 met, voor de partij, een gemiddeld gewicht van ten minste 80 kg per dier.

2. Met ingang van 27 april 2001 kan aan producenten die hierom verzoeken, door de Nederlandse bevoegde autoriteiten steun worden verleend voor de levering aan deze autoriteiten van biggen van GN-code 0103 91 10. In afwijking van het bepaalde in de gecombineerde nomenclatuur, mag het gewicht van biggen meer bedragen dan 50 kg, maar niet meer dan 60 kg gemiddeld voor de partij. Voor levering komen uitsluitend biggen in aanmerking die niet op een gesloten bedrijf zijn gehouden of die door een gesloten bedrijf niet langer voor eigen gebruik kunnen worden aangehouden.

3. Met ingang van 27 april 2001 kan aan producenten die hierom verzoeken, door de Nederlandse bevoegde autoriteiten steun worden verleend voor de levering aan deze autoriteiten van minder dan twaalf maanden oude kalveren van GN-code 0102 90.

Artikel 2

Voor de bedoelde leveringen komen alleen levende dieren in aanmerking die zijn gehouden in de beschermings- en de toezichtsgebieden in de in bijlage I bij deze verordening bedoelde administratieve gebieden, voorzover op de dag van levering van de dieren de door de Nederlandse autoriteiten vastgestelde veterinaire bepalingen in die gebieden van toepassing zijn, de dieren niet zijn gevaccineerd tegen mond- en klauwzeer en op voorwaarde dat op de dag van de levering het afvoeren van de dieren van het bedrijf naar het slachthuis overeenkomstig het bepaalde in artikel 9, leden 2 en 3, van Richtlijn 85/511/EEG niet is toegestaan.

Artikel 3

De dieren worden op de dag van levering gewogen en geslacht, waarbij erop moet worden toegezien dat de epizoötie zich niet verder kan verspreiden.

Zij worden onverwijld naar een destructiebedrijf vervoerd en tot producten van de GN-codes 1501 00 11, 1506 00 00 en 2301 10 00 verwerkt overeenkomstig artikel 3 van Richtlijn 90/667/EEG.

De dieren mogen echter worden vervoerd naar een slachthuis waar zij onmiddellijk worden geslacht en mogen vóór het vervoer naar een destructiebedrijf in een vries- of koelhuis worden opgeslagen. Met betrekking tot het slachten en opslaan gelden de bepalingen van bijlage II.

De werkzaamheden worden uitgevoerd onder permanent toezicht van de Nederlandse bevoegde autoriteiten.

Artikel 4

1. De in artikel 1, lid 1, bedoelde steun voor mestvarkens bedraagt, af bedrijf, 113 EUR per 100 kg levend gewicht, voor het gemiddeld gewicht per partij.

Voor mestvarkens met, voor de partij, een gemiddeld gewicht van meer dan 120 kg per dier, kan de steun niet meer bedragen dan de steun voor mestvarkens met, voor de partij, een gemiddeld gewicht van 120 kg per dier.

2. De in artikel 1, lid 2, bedoelde steun voor biggen bedraagt, af bedrijf, 20 EUR per dier, vermeerderd met 0,95 EUR per kilogram levend gewicht op basis van het gemiddeld gewicht per dier voor de partij.

Voor biggen met, voor de partij, een gemiddeld gewicht van meer dan 25 kg per dier, kan de steun niet meer bedragen dan de steun voor biggen met, voor de partij, een gemiddeld gewicht van 25 kg per dier.

3. De in artikel 1, lid 3, bedoelde steun voor kalveren bedraagt, af bedrijf, 200 EUR per 100 kg levend gewicht. Voor kalveren met, voor de partij, een gemiddeld gewicht van meer dan 260 kg per dier, kan de steun niet meer bedragen dan de steun voor kalveren met, voor de partij, een gemiddeld gewicht van 260 kg per dier.

Artikel 5

1. Voor de zeugen van producenten aan wie de in artikel 1, lid 2, bedoelde steun voor biggen wordt verleend, geldt het door de Nederlandse autoriteiten ingestelde inseminatieverbod. Aan de betrokken producenten kan op hun verzoek door de Nederlandse bevoegde autoriteiten steun worden verleend voor de zeugen op hun bedrijf waarvoor dit verbod geldt.

2. De steun wordt vastgesteld op 35 EUR per zeug en per maand. De steun wordt verleend voor in aanmerking komende zeugen die zolang het inseminatieverbod van toepassing is en tot ten minste vier maanden na de opheffing van dat verbod, op het bedrijf van de aanvrager worden aangehouden.

Iedere zeug moet ongedekt blijven gedurende ten minste de duur van het inseminatieverbod. De steun wordt verleend voor de hele duur van het inseminatieverbod. De steun wordt pas betaald na afloop van de in de eerste alinea genoemde periode.

3. De Nederlandse autoriteiten stellen de nodige bepalingen voor de toepassing van de in lid 1 bedoelde steunregeling vast, en met name bepalingen betreffende de definitie van de voor steun in aanmerking komende dieren en hun identificatie.

Wat de indiening van de aanvragen, de controlemaatregelen en de sancties betreft, geldt het bepaalde in artikel 5, artikel 6, leden 1, 3 en 4, artikel 6, lid 5, eerste alinea, artikel 7 bis, leden 1 en 2, artikel 7 ter, artikel 8, artikel 10, leden 2, 3 en 5, artikel 10 ter, artikel 10 sexies, lid 1, en de artikelen 11 en 14 van Verordening (EEG) nr. 3887/92 houdende uitvoeringsbepalingen inzake het geïntegreerde beheers- en controlesysteem voor bepaalde communautaire steunregelingen.

In geval van overmacht als bedoeld in artikel 10, lid 4, van bovengenoemde verordening en bij toepassing van de bepaling betreffende de natuurlijke omstandigheden als bedoeld in artikel 10, lid 5, van die verordening, wordt de steun evenwel uitsluitend verleend voor de periode waarin de voor steun in aanmerking komende zeug op het bedrijf is aangehouden.

4. Aan producenten kan op hun verzoek een voorschot op de steun worden betaald ten belope van ten hoogste 80 % van de in lid 2 omschreven steun voor twee maanden. De Nederlandse autoriteiten stellen de nodige bepalingen vast om ten onrechte betaalde voorschotten terug te vorderen.

Artikel 6

Vijftig procent van de uitgaven in het kader van de in deze verordening vastgestelde steunregeling is ten laste van de begroting van de Gemeenschap, mits de in artikel 1 bedoelde steun vóór 15 oktober 2001 wordt betaald en gedeclareerd. Steun als bedoeld in artikel 1 die na deze datum wordt betaald, komt niet in aanmerking voor financiering door de Gemeenschap.

De totale financiële bijdrage van de Gemeenschap bedraagt evenwel ten hoogste 80 miljoen EUR.

Artikel 7

De Nederlandse bevoegde autoriteiten stellen de nodige maatregelen vast om de naleving van deze verordening, en met name van artikel 2, te garanderen. Zij stellen de Commissie daarvan zo spoedig mogelijk in kennis.

Artikel 8

De Nederlandse bevoegde autoriteiten delen de Commissie elke woensdag de onderstaande gegevens mee betreffende de voorbije week:

- aantal en totaal gewicht van de geleverde mestvarkens;

- aantal en totaal gewicht van de geleverde biggen,

- aantal en totaal gewicht van de geleverde kalveren,

- aantal zeugen waarvoor het inseminatieverbod geldt.

Artikel 9

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Zij is van toepassing met ingang van 27 april 2001.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 30 mei 2001.

Voor de Commissie

Franz Fischler

Lid van de Commissie

(1) PB L 282 van 1.11.1975, blz. 1.

(2) PB L 156 van 29.6.2000, blz. 5.

(3) PB L 160 van 26.6.1999, blz. 21.

(4) PB L 315 van 26.11.1985, blz. 11.

(5) PB L 363 van 27.12.1990, blz. 51.

(6) PB L 62 van 15.3.1993, blz. 49.

(7) PB L 391 van 31.12.1992, blz. 36.

(8) PB L 314 van 14.12.2000, blz. 8.

BIJLAGE I

De beschermings- en de toezichtsgebieden Oene, Kootwijkerbroek, Ee en Anjum zoals aangegeven in de bijlage bij de Nederlandse "Regeling verbodsbepalingen aangewezen toezichtsgebieden mond- en klauwzeer 2001" van 27 april 2001.

BIJLAGE II

1. De momenteel geldende controlevoorschriften zijn ook van toepassing op het afvoeren van de dieren van de boerderij en op het slachten van de dieren. De dieren worden op de dag van levering per vracht gewogen en geslacht in een speciaal daartoe aangewezen slachthuis.

2. De dieren worden geslacht en het bloed en de slachtafvallen worden verwijderd. Het bloed en de slachtafvallen worden van het slachthuis onmiddellijk, separaat, afgevoerd naar het destructiebedrijf. De voor dit transport gebruikte vrachtwagens worden verzegeld en worden, zowel bij vertrek uit het slachthuis als bij aankomst in het destructiebedrijf, gewogen.

3. De karkassen en halve karkassen mogen in delen worden versneden om een deugdelijke opslag mogelijk te maken. Elk deel wordt besproeid met een denatureringsproduct (methyleenblauw) waardoor het vlees ongeschikt wordt voor menselijke consumptie.

4. De werkzaamheden met betrekking tot het slachten, het transport naar het vries- of koelhuis, het invriezen en opslaan, alsmede het uitslaan en het afvoeren naar het destructiebedrijf worden uitgevoerd onder permanent toezicht van de Nederlandse bevoegde autoriteiten.

5. De voor het transport van het vlees van het slachthuis naar het daartoe aangewezen vries- of koelhuis gebruikte vrachtwagens worden verzegeld en ontsmet; het transport staat onder permanent toezicht van de bevoegde autoriteiten.

De vrachtwagens worden vol en leeg gewogen, zowel in het slachthuis als in het vries- of koelhuis.

6. Het vlees wordt opgeslagen in ruimten van vries- of koelhuizen, die door de Nederlandse bevoegde autoriteiten worden afgesloten en verzegeld. In deze verzegelde ruimten mogen geen andere producten worden opgeslagen.

7. Zodra er bij het destructiebedrijf capaciteit vrijkomt, worden de karkassen, halve karkassen of delen afgevoerd naar het destructiebedrijf. Ook voor dit vervoer worden verzegelde vrachtwagens gebruikt; op het vervoer wordt permanent toezicht gehouden door de Nederlandse bevoegde autoriteiten of door derden onder de verantwoordelijkheid van die autoriteiten. De vrachtwagens worden vol en leeg gewogen, zowel in het vries- of koelhuis als in het destructiebedrijf.

8. In afwijking van het bepaalde in punt 2, mogen het bloed en de slachtafvallen gekoeld worden opgeslagen in afwachting van transport naar het destructiebedrijf, mits aan de transportvoorschriften van punt 2 wordt voldaan en mits alle ingeslagen en uitgeslagen hoeveelheden worden geregistreerd.

Top