Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52018AR3891

Advies van het Europees Comité van de Regio’s „Horizon Europa: het negende kaderprogramma voor onderzoek en innovatie”

COR 2018/03891

PB C 461 van 21.12.2018, pp. 79–124 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

21.12.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 461/79


Advies van het Europees Comité van de Regio’s „Horizon Europa: het negende kaderprogramma voor onderzoek en innovatie”

(2018/C 461/11)

Algemeen rapporteur:

Christophe CLERGEAU (FR/PSE), lid van de regioraad van Pays-de-la-Loire

Referentiedocumenten:

Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van Horizon Europa — het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie, en tot vaststelling van de regels voor deelname en verspreiding

(COM(2018) 435 final — 2018/0224 (COD))

Voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het specifieke programma tot uitvoering van Horizon Europa — het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie

((COM(2018) 436 final — 2018/0225 (COD))

I.   AANBEVELINGEN VOOR WIJZIGINGEN

Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van Horizon Europa — het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie, en tot vaststelling van de regels voor deelname en verspreiding

(COM(2018) 435 final — 2018/0224 (COD))

Wijzigingsvoorstel 1

Overweging 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Om wetenschappelijke, economische en maatschappelijke effecten te behalen met het oog op deze algemene doelstelling, moet de Unie via Horizon Europa, het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie 2021-2027 („het programma”), investeren in onderzoek en innovatie met het oog op het creëren en verbreiden van hoogwaardige kennis en technologieën, het versterken van het effect van onderzoek en innovatie op het gebied van ontwikkeling, het ondersteunen en uitvoeren van het beleid van de Unie, het ondersteunen van de toepassing van innovatieve oplossingen in de industrie en de samenleving om wereldwijde uitdagingen aan te pakken en het industriële concurrentievermogen te stimuleren, het bevorderen van alle vormen van innovatie, met inbegrip van baanbrekende innovatie, en de marktintroductie van innovatieve oplossingen versterken en het optimaliseren van de inzet van dergelijke investeringen om het effect ervan binnen een versterkte Europese Onderzoeksruimte te vergroten.

Om wetenschappelijke, economische, maatschappelijke en territoriale effecten te behalen met het oog op deze algemene doelstelling, moet de Unie via Horizon Europa, het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie 2021-2027 („het programma”), investeren in onderzoek en innovatie met het oog op het creëren en verbreiden van hoogwaardige kennis en technologieën, het versterken van het effect van onderzoek en innovatie op het gebied van ontwikkeling, het ondersteunen en uitvoeren van het beleid van de Unie, het ondersteunen van de toepassing van innovatieve oplossingen in de industrie en de samenleving om wereldwijde uitdagingen aan te pakken en het industriële concurrentievermogen te stimuleren, het bevorderen van alle vormen van innovatie, met inbegrip van baanbrekende innovatie, en de marktintroductie van innovatieve oplossingen versterken en het optimaliseren van de inzet van dergelijke investeringen om het effect ervan binnen een versterkte Europese Onderzoeksruimte te vergroten.

Wijzigingsvoorstel 2

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

De inhoud van de onderzoeksactiviteiten die uit hoofde van de pijler „Open wetenschap” worden uitgevoerd, moet worden bepaald op basis van de behoeften en mogelijkheden van de wetenschap. De onderzoeksagenda moet in nauw overleg met de wetenschappelijke gemeenschap worden vastgesteld. Onderzoek moet worden gefinancierd op basis van excellentie.

De inhoud van de onderzoeksactiviteiten die uit hoofde van de pijler „Open wetenschap” worden uitgevoerd, moet worden bepaald op basis van de behoeften en mogelijkheden van de wetenschap. De onderzoeksagenda moet in nauw overleg met de wetenschappelijke gemeenschap worden vastgesteld. Onderzoek moet worden gefinancierd op basis van excellentie en verwachte effecten .

Wijzigingsvoorstel 3

Overweging 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Het programma moet op een geïntegreerde wijze steun verlenen aan onderzoek en innovatie, met inachtneming van alle relevante bepalingen van de Wereldhandelsorganisatie. Het concept onderzoek, waaronder experimentele ontwikkeling, moet worden gebruikt in overeenstemming met het Frascati-handboek van de OESO, terwijl het concept innovatie moet worden gebruikt in overeenstemming met het Oslo-handboek van de OESO en Eurostat, waarbij een brede aanpak moet worden gevolgd die sociale innovatie omvat.

Zoals in het vorige kaderprogramma Horizon 2020 moet met de OESO-definities betreffende het niveau van technologische paraatheid (TRL) verder rekening worden gehouden bij de classificatie van activiteiten op het gebied van technologisch onderzoek, productontwikkeling en demonstratie, alsmede met de definities van de soorten acties die in oproepen tot het indienen van voorstellen kunnen worden gebruikt. Subsidies worden in beginsel niet toegekend voor acties waarvan de activiteiten TRL 8 overschrijden. Het werkprogramma voor een bepaalde oproep tot het indienen van voorstellen in het kader van de pijler „Wereldwijde uitdagingen en industrieel concurrentievermogen” kan subsidies toestaan voor grootschalige productvalidatie en marktreplicatie.

Het programma moet op een geïntegreerde wijze steun verlenen aan onderzoek en innovatie in al hun gedaanten , met inachtneming van alle relevante bepalingen van de Wereldhandelsorganisatie. Het concept onderzoek, waaronder experimentele ontwikkeling, moet worden gebruikt in overeenstemming met het Frascati-handboek van de OESO, terwijl het concept innovatie moet worden gebruikt in overeenstemming met het Oslo-handboek van de OESO en Eurostat, waarbij een brede aanpak moet worden gevolgd die sociale innovatie omvat. Zoals in het vorige kaderprogramma Horizon 2020 moet met de OESO-definities betreffende het niveau van technologische paraatheid (TRL) verder rekening worden gehouden bij de classificatie van activiteiten op het gebied van technologisch onderzoek, productontwikkeling en demonstratie, alsmede met de definities van de soorten acties die in oproepen tot het indienen van voorstellen kunnen worden gebruikt. Het werkprogramma voor een bepaalde oproep tot het indienen van voorstellen in het kader van de pijler „Wereldwijde uitdagingen en industrieel concurrentievermogen” kan subsidies toestaan voor grootschalige productvalidatie en marktreplicatie.

Motivering

De mogelijkheid om in de laatste fasen voorafgaand aan de marktintroductie subsidie te verlenen, mag niet geschrapt worden.

Wijzigingsvoorstel 4

Overweging 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

In het kader van het programma moet worden gestreefd naar synergieën met andere programma’s van de Unie, gaande van het ontwerp en de strategische planning tot de monitoring, audits en governance van het programma, met inbegrip van de selectie van de projecten, het beheer, de communicatie en de verspreiding en exploitatie van de resultaten. Teneinde dubbel werk en overlappingen te vermijden en het hefboomeffect van de EU-financiering te vergroten, is de overdracht van andere programma’s van de Unie naar Horizon Europa mogelijk. In dat geval volgen zij de regels van Horizon Europa.

Bij zijn strategische planning streeft Horizon Europa naar synergieën met andere programma’s van de Unie, gaande van het ontwerp en de strategische planning , rekening houdend met de nationale strategieën en de strategieën voor slimme specialisatie (S3), tot de monitoring, audits en governance van het programma, met inbegrip van de selectie van de projecten, het beheer, de communicatie en de verspreiding en exploitatie van de resultaten. Teneinde dubbel werk en overlappingen te vermijden en het hefboomeffect van de EU-financiering te vergroten, is combineren met regionale en nationale openbare middelen en de overdracht van andere programma’s van de Unie naar Horizon Europa mogelijk , zulks in samenhang met de bestaande S3 . In dat geval volgen zij de regels van Horizon Europa.

Wijzigingsvoorstel 5

Overweging 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Om ervoor te zorgen dat de EU-financiering een zo groot mogelijk effect heeft en op de meest doeltreffende wijze bijdraagt aan de beleidsdoelstellingen van de Unie, moet het programma Europese partnerschappen aangaan met partners uit de particuliere en/of publieke sector. Die partners zijn onder meer de industrie, onderzoeksorganisaties, organen met een openbaredienstverleningstaak op lokaal, regionaal, nationaal of internationaal niveau en maatschappelijke organisaties zoals stichtingen die onderzoek en innovatie ondersteunen en/of verrichten, op voorwaarde dat de gewenste effecten doeltreffender kunnen worden verwezenlijkt door een partnerschap dan door de Unie alleen.

Om ervoor te zorgen dat de EU-financiering een zo groot mogelijk effect heeft en op de meest doeltreffende wijze bijdraagt aan de beleidsdoelstellingen van de Unie, moet het programma Europese partnerschappen aangaan met partners uit de particuliere en/of publieke sector. Die partners zijn onder meer de industrie, onderzoeksorganisaties en universiteiten, regio’s en steden , organen met een openbaredienstverleningstaak op lokaal, regionaal, nationaal of internationaal niveau en maatschappelijke organisaties zoals stichtingen die onderzoek en innovatie ondersteunen en/of verrichten, op voorwaarde dat de gewenste effecten doeltreffender kunnen worden verwezenlijkt door een partnerschap dan door de Unie alleen.

Wijzigingsvoorstel 6

Overweging 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

In het kader van de pijler „Open innovatie” moet een reeks maatregelen worden vastgesteld voor de geïntegreerde ondersteuning van de behoeften van ondernemers en ondernemerschap om baanbrekende innovatie te verwezenlijken en te versnellen met het oog op een snelle groei van de markt. Deze pijler moet innovatieve bedrijven aantrekken die het potentieel hebben om op te schalen tot Unie-en internationaal niveau en moet snelle en flexibele subsidies en co-investeringen bieden, ook in samenwerking met particuliere investeerders. Deze doelstellingen moeten worden nagestreefd door middel van de oprichting van een Europese Innovatieraad (EIC). Deze pijler moet ook het Europees Instituut voor innovatie en technologie (EIT) en de Europese innovatie-ecosystemen in het algemeen ondersteunen, met name via medefinancieringspartnerschappen met nationale en regionale innovatieondersteunende actoren.

In het kader van de pijler „Open innovatie” moet een reeks maatregelen worden vastgesteld voor de geïntegreerde ondersteuning van de behoeften van innovatoren, ondernemers en ondernemerschap om baanbrekende innovatie te verwezenlijken en te versnellen met het oog op een snelle groei van de markt. Deze pijler moet innovatieve bedrijven aantrekken die het potentieel hebben om op te schalen tot Unie-en internationaal niveau en moet snelle en flexibele subsidies en co-investeringen bieden, ook in samenwerking met particuliere en publieke investeerders. Deze doelstellingen moeten worden nagestreefd door middel van de oprichting van een Europese Innovatieraad (EIC). Deze pijler moet ook het Europees Instituut voor innovatie en technologie (EIT) en de lokale, regionale, nationale en Europese innovatie-ecosystemen ondersteunen, met name via medefinancieringspartnerschappen met nationale en regionale innovatieondersteunende actoren.

Motivering

De doelstellingen van de pijler „Open innovatie” moeten duidelijker gericht zijn op de hele doelgroep, niet alleen op ondernemers. Bovendien moet expliciet worden vermeld dat ook met publieke investeerders samengewerkt kan worden, op gelijke voet met particuliere investeerders.

Wijzigingsvoorstel 7

Nieuwe alinea na artikel 2, punt 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

 

„Regionale innovatie-ecosystemen en innovatiehubs” verenigen publieke en particuliere actoren van „quadruple helix”-netwerken (universiteiten, bedrijfsleven, publieke beleidsmakers, maatschappelijk middenveld), gestructureerd op lokaal en regionaal niveau. Deze actoren coördineren hun onderzoeks-, innovatie- en opleidingsactiviteiten en zorgen voor een snellere onderlinge verspreiding van resultaten, kennisoverdracht, innovatie en ontwikkeling van nieuwe economische activiteiten en diensten die duurzame banen opleveren, waarbij zij voor een korte afstand tot burgers en hun behoeften op lokaal niveau zorgen en de resultaten van hun onderzoek en innovatie zo dicht mogelijk bij de samenleving en de markt brengen.

Motivering

Een formele definitie van regionale innovatie-ecosystemen en innovatiehubs, die de omstandigheden van zowel steden als regio’s dekt, is noodzakelijk om ervoor te zorgen dat deze systemen en hubs bij alle onderdelen van Horizon Europa daadwerkelijk in aanmerking worden genomen en erkend worden.

Wijzigingsvoorstel 8

Artikel 2, punt 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

5)

„missie”: een portefeuille van acties gericht op het verwezenlijken van een meetbare doelstelling binnen een vastgestelde termijn, met een effect op de wetenschap en de technologie en/of de samenleving en de burgers dat niet met individuele acties kan worden bereikt;

5)

„missie”: een portefeuille van acties gericht op het verwezenlijken van een meetbare doelstelling binnen een vastgestelde termijn, met een effect op de wetenschap en de technologie en/of de samenleving en de burgers en hun stad of regio dat niet met individuele acties kan worden bereikt;

Wijzigingsvoorstel 9

Artikel 3, lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

De algemene doelstelling van het programma bestaat in het behalen van wetenschappelijke, economische en maatschappelijke effecten met de investeringen van de Unie in onderzoek en innovatie, met het oog op het versterken van de wetenschappelijke en technologische basis van de Unie en het vergroten van het concurrentievermogen van onder meer de industrie van de Unie , alsook het verwezenlijken van de strategische prioriteiten van de Unie en het bijdragen aan het aanpakken van wereldwijde uitdagingen, met name de doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling.

De algemene doelstelling van het programma bestaat in het behalen van wetenschappelijke, economische, maatschappelijke en territoriale effecten met de investeringen van de Unie in onderzoek en innovatie, met het oog op het versterken van de wetenschappelijke en technologische basis van de Unie en het vergroten van het concurrentievermogen van alle EU-lidstaten en alle steden en regio’s, waaronder het concurrentievermogen van hun industrie, met name door bij te dragen aan de vorming van een kennis- en innovatiemaatschappij , alsook het verwezenlijken van de strategische prioriteiten van de Unie en het bijdragen aan het aanpakken van wereldwijde uitdagingen, met name de doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling.

Wijzigingsvoorstel 10

Artikel 3, lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

b)

het vergroten van het effect van onderzoek en innovatie op de ontwikkeling, ondersteuning en uitvoering van het beleid van de Unie, en het ondersteunen van de toepassing van innovatieve oplossingen in de industrie en de maatschappij voor wereldwijde uitdagingen;

b)

het vergroten van het effect van onderzoek en innovatie op de ontwikkeling, ondersteuning en uitvoering van het beleid van de Unie, het ondersteunen van de toepassing van innovatieve oplossingen in de industrie en de maatschappij en de verspreiding van innovatieve oplossingen in de EU, haar lidstaten en hun regio’s om het hoofd te kunnen bieden aan de lokale en wereldwijde uitdagingen;

Wijzigingsvoorstel 11

Artikel 6, lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

De uitvoering van het specifieke programma is gebaseerd op een transparante en strategische meerjarige planning van onderzoeks- en innovatieactiviteiten, met name voor de pijler „Wereldwijde uitdagingen en industrieel concurrentievermogen”, na overleg met belanghebbenden over de prioriteiten, de geschikte soorten acties en te gebruiken uitvoeringsvormen. Hierdoor wordt de overeenstemming met andere relevante programma’s van de Unie gewaarborgd.

De uitvoering van het specifieke programma is gebaseerd op een transparante en strategische meerjarige planning van onderzoeks- en innovatieactiviteiten, met name voor de pijler „Wereldwijde uitdagingen en industrieel concurrentievermogen”, na overleg met de lidstaten, het Europees Parlement, de lokale en regionale overheden, belanghebbenden en het maatschappelijk middenveld over de prioriteiten, de geschikte soorten acties en te gebruiken uitvoeringsvormen. Hierdoor wordt de overeenstemming met andere relevante programma’s van de Unie gewaarborgd en wordt rekening gehouden met de nationale strategische prioriteiten en de prioriteiten inzake slimme specialisatie .

Motivering

Aangezien de strategische planning bij het toekomstige beheer van het programma een centrale plaats zal innemen, moeten de lokale en regionale overheden daarbij worden betrokken en moet rekening worden gehouden met de strategieën voor slimme specialisatie.

Wijzigingsvoorstel 12

Artikel 6, lid 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

9.   Het programma biedt garanties voor een doeltreffende bevordering van de gendergelijkheid en waarborgt dat de genderdimensie inhoudelijk aanwezig is in de onderzoeks- en innovatieactiviteiten. De aandacht gaat met name uit naar de zorg voor genderevenwicht, afhankelijk van de situatie in de betrokken onderzoeks- en innovatiesector, in evaluatiepanels en in organen zoals deskundigengroepen.

9.   Het programma biedt garanties voor een doeltreffende bevordering van de gendergelijkheid en waarborgt dat de genderdimensie inhoudelijk aanwezig is in de onderzoeks- en innovatieactiviteiten. De aandacht gaat met name uit naar de zorg voor genderevenwicht, afhankelijk van de situatie in de betrokken onderzoeks- en innovatiesector, in evaluatiepanels en in organen zoals deskundigengroepen.

Conform artikel 349 VWEU moet in het programma rekening worden gehouden met de specifieke kenmerken van de ultraperifere regio’s, in overeenstemming met de mededeling van de Commissie over „Een nieuw en sterker strategisch partnerschap met de ultraperifere gebieden van de EU”, zoals goedgekeurd door de Raad op 12 april 2018.

Motivering

In overweging 27 van het voorstel voor een verordening van het EP en de Raad tot vaststelling van Horizon Europa wordt expliciet vermeld dat specifieke maatregelen voor de ultraperifere regio’s gerechtvaardigd zijn en dat het programma rekening moet houden met de specifieke kenmerken van die regio’s; nochtans wordt in het dispositief nergens verwezen naar de ultraperifere regio’s.

Wijzigingsvoorstel 13

Artikel 7, lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

3.   Missies:

3.   Missies:

a)

hebben een duidelijke Europese toegevoegde waarde en dragen bij aan de verwezenlijking van de prioriteiten van de Unie;

a)

hebben een duidelijke Europese toegevoegde waarde en dragen bij aan de verwezenlijking van de prioriteiten van de Unie;

b)

zijn ambitieus en inspirerend, en hebben derhalve een brede maatschappelijke of economische relevantie;

b)

zijn ambitieus en inspirerend, en hebben derhalve een brede maatschappelijke of economische relevantie;

c)

geven een duidelijke richting aan en zijn gericht, meetbaar en tijdsgebonden;

c)

zijn ambitieus en inspirerend, en hebben derhalve een brede maatschappelijke of economische relevantie;

d)

zijn toegespitst op ambitieuze maar realistische onderzoeks- en innovatieactiviteiten;

d)

geven een duidelijke richting aan en zijn gericht, meetbaar en tijdsgebonden;

e)

brengen activiteiten op gang over de verschillende disciplines, sectoren en actoren heen;

e)

zijn toegespitst op ambitieuze maar realistische onderzoeks- en innovatieactiviteiten;

f)

staan open voor veelzijdige, bottom-upoplossingen.

f)

staan open voor veelzijdige, bottom-upoplossingen;

 

g)

dragen bij tot versterking van de Europese onderzoeksruimte en tot de tenuitvoerlegging van de strategieën voor slimme specialisatie.

Wijzigingsvoorstel 14

Artikel 8, lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Delen van Horizon Europa kunnen worden uitgevoerd door middel van Europese partnerschappen. De betrokkenheid van de Unie bij Europese partnerschappen kan een van de volgende vormen aannemen:

De verschillende delen van Horizon Europa kunnen worden uitgevoerd door middel van Europese partnerschappen. De betrokkenheid van de Unie bij Europese partnerschappen kan een van de volgende vormen aannemen:

Wijzigingsvoorstel 15

Artikel 7, nieuw lid 4 invoegen

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

 

4.     Missies moeten worden opgezet op basis van een open en participatief proces waarbij alle belanghebbenden op lokaal, regionaal, Europees en mondiaal niveau worden betrokken.

Wijzigingsvoorstel 16

Artikel 9, lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

c)

13 500 000 000  EUR voor pijler III — „Open innovatie” voor de periode 2021-2027, waarvan:

c)

13 500 000 000  EUR voor pijler III — „Open innovatie” voor de periode 2021-2027, waarvan:

 

1)

10 500 000 000  EUR voor de Europese Innovatieraad, inclusief maximaal 500 000 000  EUR voor Europese innovatie-ecosystemen;

 

1)

10 500 000 000  EUR voor de Europese Innovatieraad, inclusief 500 000 000  EUR voor Europese innovatie-ecosystemen , plus een bedrag van 1 500 000 000  EUR dat wordt overgeheveld van pijler II ten behoeve van de thematische gebieden. Ten minste 1 000 000 000  EUR wordt ingezet in de vorm van medefinanciering van gezamenlijke programma’s ter ondersteuning van kmo’s, met name voor activiteiten op het vlak van incrementele innovatie;

 

2)

3 000 000 000 voor het Europees Instituut voor innovatie en technologie (EIT);

 

2)

3 000 000 000  EUR voor het Europees Instituut voor innovatie en technologie (EIT);

Motivering

De steun voor Europese innovatie-ecosystemen zal voor een belangrijk deel betrekking hebben op regionale innovatie-ecosystemen en innovatiehubs. Het bedrag dat wordt voorzien is voorwaardelijk — hetgeen onaanvaardbaar is — en te laag om een significant territoriaal of totaaleffect te bereiken. Een hoger budget voor deze activiteiten kan de regio’s in staat stellen een eigen plek binnen het toekomstige kaderprogramma in te nemen door structurele strategieën voor de middellange tot lange termijn te ontwikkelen, die van essentieel belang zijn om de innovatiecapaciteit van de Unie te vergroten.

Wijzigingsvoorstel 17

Artikel 9, lid 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Op verzoek van de lidstaten kunnen de middelen die aan hen in gedeeld beheer zijn toegewezen en die overeenkomstig artikel 21 van Verordening (EU) xx/xx (verordening gemeenschappelijke bepalingen) overdraagbaar zijn, worden overgeschreven naar het programma. De Commissie voert die middelen overeenkomstig artikel 62, lid 1, onder a), van het Financieel Reglement op directe wijze dan wel overeenkomstig artikel 62, lid 1, onder c), van het Financieel Reglement op indirecte wijze uit. Indien mogelijk worden die middelen gebruikt ten voordele van de betrokken lidstaat.

 

Motivering

Wordt verplaatst naar artikel 11.

Wijzigingsvoorstel 18

Artikel 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

 

1.     Horizon Europa dient in synergie met de andere programma’s van de Unie te worden uitgevoerd. Voor financiering die als aanvulling op en in combinatie met financiering in het kader van Horizon Europa wordt verleend, dienen dezelfde uitvoeringsvoorschriften te gelden als voor het onderhavige programma.

In voorkomend geval kunnen samen met andere programma’s van de Unie gezamenlijke oproepen tot het indienen van voorstellen worden uitgeschreven; in dat geval gelden de regels voor deelname van slechts één van de programma’s. Indien deze acties onder Horizon Europa vallen, zijn de regels van dit programma van toepassing op alle bijdragen waarmee zij worden gefinancierd.

Voor acties waaraan een excellentiekeurmerk is toegekend of die voldoen aan de volgende cumulatieve, vergelijkende voorwaarden:

2.    Voor acties waaraan een excellentiekeurmerk is toegekend of die voldoen aan de volgende cumulatieve, vergelijkende voorwaarden:

a)

beoordeeld zijn in het kader van een oproep tot het indienen van voorstellen in het kader van het programma;

a)

beoordeeld zijn in het kader van een oproep tot het indienen van voorstellen in het kader van het programma;

b)

voldoen aan de minimumeisen inzake kwaliteit van die oproep tot het indienen van voorstellen;

b)

voldoen aan de minimumeisen inzake kwaliteit van die oproep tot het indienen van voorstellen;

c)

niet gefinancierd zijn in het kader van die oproep tot het indienen van voorstellen vanwege budgettaire beperkingen,

c)

niet gefinancierd zijn in het kader van die oproep tot het indienen van voorstellen vanwege budgettaire beperkingen,

kan steun worden ontvangen uit het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Cohesiefonds, het Europees Sociaal Fonds+ of het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling, overeenkomstig artikel [67], lid 5, van Verordening (EU) xx/xx (verordening gemeenschappelijke bepalingen) en artikel [8] van Verordening (EU) xx/xx (betreffende de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid), op voorwaarde dat die acties verenigbaar zijn met de doelstellingen van het betrokken programma. Hierbij gelden de regels van het fonds waaruit steun wordt ontvangen.

kan steun worden ontvangen uit het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Cohesiefonds, het Europees Sociaal Fonds+ of het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling, overeenkomstig artikel [67], lid 5, van Verordening (EU) xx/xx (verordening gemeenschappelijke bepalingen) en artikel [8] van Verordening (EU) xx/xx (betreffende de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid), op voorwaarde dat die acties verenigbaar zijn met de doelstellingen van het betrokken programma.

 

3 .    Acties in het kader van de in artikel 8 bedoelde Europese partnerschappen kunnen eveneens een bijdrage van andere programma’s van de Unie, haar lidstaten en hun lokale en regionale overheden ontvangen. In dat geval kunnen de regels voor deelname van slechts één van de programma’s van toepassing zijn. Indien deze acties onder Horizon Europa vallen, kunnen de regels van dit programma van toepassing zijn op alle bijdragen waarmee zij worden gefinancierd, met inachtneming van de regels betreffende de communautaire kaderregeling voor staatssteun.

 

4.     Op verzoek van de beheersautoriteit kunnen de middelen die aan de lidstaten in gedeeld beheer zijn toegewezen en die overeenkomstig artikel 21 van Verordening (EU) xx/xx (verordening gemeenschappelijke bepalingen) overdraagbaar zijn

a)

ofwel worden overgeschreven naar Horizon Europa. De Commissie voert die middelen overeenkomstig artikel 62, lid 1, onder a), van het Financieel Reglement op directe wijze dan wel overeenkomstig artikel 62, lid 1, onder c), van het Financieel Reglement op indirecte wijze uit. Die middelen worden gebruikt ten voordele van het geografische gebied dat onder de betrokken beheersautoriteit valt, in overeenstemming met artikel 18, lid 7, en artikel 19, lid 1, tweede alinea;

b)

ofwel als overgeschreven naar Horizon Europa worden beschouwd wanneer zij door de beheersautoriteit rechtstreeks worden toegewezen aan een gezamenlijk programma dat door Horizon Europa wordt medegefinancierd. Subsidies mogen volgens de regels van Horizon Europa door een aldus medegefinancierd gezamenlijk programma aan derden worden uitgekeerd, met inachtneming van de regels betreffende de communautaire kaderregeling voor staatssteun.

Motivering

Het oude debat over synergieën moet worden afgesloten door een duidelijke en complete regeling in te voeren die gecombineerde financiering, niet alleen voor acties met een excellentiekeurmerk, en volledige ontsluiting van het potentieel van Europese partnerschappen daadwerkelijk mogelijk maakt. Maar deze regeling moet ook flexibel zijn en regio’s in staat stellen om te reageren en zich snel aan te passen aan initiatieven en ontwikkelingen in het Europese ecosysteem. Dat kan door de beheersautoriteiten in staat te stellen een virtuele overdracht uit te voeren door de middelen rechtstreeks toe te wijzen aan een programma dat door het kaderprogramma wordt medegefinancierd en waaraan zij aldus besluiten deel te nemen, zonder voorafgaande programmering of daadwerkelijke overdracht van de middelen.

Wijzigingsvoorstel 19

Artikel 20, lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

In het werkprogramma worden de oproepen vermeld in het kader waarvan excellentiekeurmerken zullen worden toegekend. Met voorafgaande toestemming van de aanvrager kan informatie met betrekking tot de aanvraag en de evaluatie worden gedeeld met betrokken financierende instanties, op voorwaarde dat overeenkomsten inzake vertrouwelijkheid worden gesloten.

In het werkprogramma worden de oproepen vermeld in het kader waarvan excellentiekeurmerken zullen worden toegekend. Het excellentiekeurmerk wordt alleen toegekend indien de aanvrager erin toestemt om de betrokken financierende instanties toegang tot informatie met betrekking tot de aanvraag en de evaluatie te geven , op voorwaarde dat overeenkomsten inzake vertrouwelijkheid worden gesloten.

Wijzigingsvoorstel 20

Artikel 23

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Voor een actie waarvoor een bijdrage uit een ander programma van de Unie is ontvangen, kan ook een bijdrage in het kader van het programma worden ontvangen, op voorwaarde dat de bijdragen niet dezelfde kosten dekken. De regels van elk bijdragend programma van de Unie gelden voor de respectievelijke bijdrage daaruit aan de actie. De cumulatieve financiering mag niet meer bedragen dan de totale subsidiabele kosten van de actie en de steun uit verschillende programma’s van de Unie kan naar rato worden berekend overeenkomstig de documenten waarin de voorwaarden voor de steun zijn vastgesteld.

Voor een actie waarvoor een bijdrage uit een ander programma van de Unie is ontvangen, kan ook een bijdrage in het kader van het programma worden ontvangen, op voorwaarde dat de bijdragen niet dezelfde kosten dekken.

 

In het geval dat deze bijdragen gezamenlijk worden toegewezen om dezelfde activiteiten en de kosten daarvan te dekken

a)

dienen voor de tenuitvoerlegging van deze actie dezelfde uitvoerings- en subsidiabiliteitsregels te gelden.

De cumulatieve financiering mag niet meer bedragen dan de totale subsidiabele kosten van de actie en de steun uit verschillende programma’s van de Unie kan naar rato worden berekend overeenkomstig de documenten waarin de voorwaarden voor de steun zijn vastgesteld;

b)

wordt de actie uitgevoerd volgens de regels van het programma dat de grootste bijdrage levert, met inachtneming van de regels betreffende de communautaire kaderregeling voor staatssteun in het in artikel 11, lid 4, onder b), bedoelde geval.

Wijzigingsvoorstel 21

Artikel 30

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

1.   Per actie is één enkel financieringspercentage van toepassing op alle activiteiten die in het kader daarvan worden gefinancierd. Het maximumpercentage wordt in het werkprogramma vastgesteld.

1.   Per actie is één enkel financieringspercentage van toepassing op alle activiteiten die in het kader daarvan worden gefinancierd. Het maximumpercentage wordt in het werkprogramma vastgesteld.

2.   Het programma kan maximaal 100 % van de totale subsidiabele kosten van een actie vergoeden, met uitzondering van:

2.   Het programma kan maximaal 100 % van de totale subsidiabele kosten van een actie vergoeden, met uitzondering van:

a)

innovatieacties: maximaal 70 % van de totale subsidiabele kosten, met uitzondering van juridische entiteiten zonder winstoogmerk, waarbij het programma maximaal 100 % van de totale subsidiabele kosten kan vergoeden;

a)

innovatieacties: maximaal 70 % van de totale subsidiabele kosten, met uitzondering van juridische entiteiten zonder winstoogmerk, waarbij het programma maximaal 100 % van de totale subsidiabele kosten kan vergoeden;

b)

medefinancieringsacties voor programma’s: minimaal 30 % van de totale subsidiabele kosten, en in specifieke en naar behoren gemotiveerde gevallen maximaal 70 %.

b)

medefinancieringsacties voor programma’s: minimaal 50 % van de totale subsidiabele kosten, en in specifieke en naar behoren gemotiveerde gevallen maximaal 70 %.

3.   De in dit artikel bepaalde financieringspercentages zijn ook van toepassing op acties waarbij voor de financiering van de gehele of een deel van de actie een vast percentage, eenheidskosten of een vast bedrag zijn vastgelegd.

3.   De in dit artikel bepaalde financieringspercentages zijn ook van toepassing op acties waarbij voor de financiering van de gehele of een deel van de actie een vast percentage, eenheidskosten of een vast bedrag zijn vastgelegd.

Motivering

Conform het medefinancieringsbeginsel.

Wijzigingsvoorstel 22

Artikel 43, lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

1.   De begunstigde van de Accelerator van de EIC is een in een lidstaat of een geassocieerd land gevestigde juridische entiteit die als een startende onderneming, een kmo of een midcap wordt aangemerkt. Het voorstel kan worden ingediend door de begunstigde of door een of meer natuurlijke personen of juridische entiteiten die voornemens zijn die begunstigde op te richten of te ondersteunen.

1.   De begunstigde van de Accelerator van de EIC is een in een lidstaat of een geassocieerd land gevestigde juridische entiteit die als een startende onderneming, een kmo of een midcap wordt aangemerkt. Het voorstel kan worden ingediend door de begunstigde of door een of meer natuurlijke personen of juridische entiteiten die voornemens zijn die begunstigde op te richten of te ondersteunen.

2.   Eén enkel gunningsbesluit heeft betrekking op en regelt de financiering voor alle vormen van bijdragen van de Unie in het kader van gemengde EIC-financiering.

2.   Eén enkel gunningsbesluit heeft betrekking op en regelt de financiering voor alle vormen van bijdragen van de Unie in het kader van gemengde EIC-financiering.

3.   Voorstellen worden geëvalueerd door onafhankelijke deskundigen op basis van hun individuele verdiensten en geselecteerd in de context van een jaarlijkse openbare oproep met bepaalde termijnen, gebaseerd op de artikelen 24, 25 en 26, onverminderd lid 4.

3.   Voorstellen worden geëvalueerd door onafhankelijke deskundigen op basis van hun individuele verdiensten en geselecteerd in de context van een jaarlijkse openbare oproep met bepaalde termijnen, gebaseerd op de artikelen 24, 25 en 26, onverminderd lid 4.

4.   De toekenningscriteria zijn:

excellentie;

effect;

het risiconiveau van de actie en de behoefte aan steun van de Unie.

4.   De toekenningscriteria zijn:

excellentie;

effect;

het risiconiveau van de actie , de kwaliteit van de begeleiding op nationaal, regionaal en lokaal niveau en de behoefte aan steun van de Unie.

Motivering

Ondernemingen die financiering via de Accelerator ontvangen, moeten zich weliswaar op een grote markt richten, maar hun succes hangt niet alleen af van hun financiële structuur, maar ook van de begeleiding die zij binnen een gunstig ecosysteem op Europees, nationaal en lokaal niveau krijgen.

Wijzigingsvoorstel 23

Bijlage I „De activiteiten op hoofdlijnen”, deel 3, onder b)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

b)

Europese innovatie-ecosystemen

Actiegebieden: Contact leggen met de regionale en nationale spelers op het gebied van innovatie en ondersteuning van de uitvoering van gezamenlijke grensoverschrijdende programma’s door lidstaten en geassocieerde landen, van de verbetering van „zachte vaardigheden” voor innovatie tot onderzoek- en innovatieacties, om de doeltreffendheid van het Europese innovatiesysteem te vergroten. Dit zal een aanvulling vormen op de EFRO-steun voor innovatieve ecosystemen en interregionale partnerschappen in verband met kwesties van slimme specialisatie.

b)

Europese innovatie-ecosystemen

Actiegebieden: Contact leggen met de regionale en nationale spelers op het gebied van innovatie en ondersteuning van de uitvoering van gezamenlijke grensoverschrijdende programma’s door actoren van regionale innovatie-ecosystemen en innovatiehubs van transregionale innovatieprogramma’s, lidstaten en geassocieerde landen, waarbij deze programma’s gaan van de verbetering van „zachte vaardigheden” voor innovatie tot onderzoek- en innovatieacties, om de doeltreffendheid van het Europese innovatiesysteem te vergroten. Dit zal een aanvulling vormen op de EFRO-steun voor innovatieve ecosystemen en interregionale partnerschappen in verband met kwesties van slimme specialisatie.

Motivering

Van essentieel belang om financiering van transregionale projecten mogelijk te maken.

Wijzigingsvoorstel 24

Bijlage II „Soorten acties”, zesde streepje

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Medefinancieringsactie voor programma’s: actie om medefinanciering te verstrekken voor een activiteitenprogramma dat is vastgesteld en/of uitgevoerd door entiteiten die onderzoek- en innovatieprogramma’s, andere dan financieringsorganen van de Unie, beheren en/of financieren. Een dergelijk activiteitenprogramma kan ondersteuning bieden voor netwerkvorming en coördinatie, onderzoek, innovatie, proefprojecten, innovatie- en marktintroductieacties, opleiding- en mobiliteitsacties, bewustwording en communicatie, verspreiding en exploitatie, of een combinatie daarvan, rechtstreeks uitgevoerd door deze entiteiten of door derden aan wie zij eender welke relevante financiële steun kunnen verlenen, zoals subsidies, prijzen, inkoop, alsook gemengde Horizon Europa-financiering;

Medefinancieringsactie voor programma’s: actie om medefinanciering te verstrekken voor een activiteitenprogramma dat is vastgesteld en/of uitgevoerd door entiteiten die onderzoek- en innovatieprogramma’s, andere dan financieringsorganen van de Unie, beheren en/of financieren. Dit soort acties kunnen met name activiteitenprogramma’s van en samenwerkingsverbanden tussen regionale innovatie-ecosystemen en innovatiehubs ondersteunen. Een dergelijk activiteitenprogramma kan ondersteuning bieden voor netwerkvorming en coördinatie, onderzoek, innovatie, proefprojecten, innovatie- en marktintroductieacties, opleiding- en mobiliteitsacties, bewustwording en communicatie, verspreiding en exploitatie, of een combinatie daarvan, rechtstreeks uitgevoerd door deze entiteiten of door derden aan wie zij eender welke relevante financiële steun kunnen verlenen, zoals subsidies, prijzen, inkoop, alsook gemengde Horizon Europa-financiering;

Motivering

Van essentieel belang om financiering van transregionale projecten mogelijk te maken.

Wijzigingsvoorstel 25

Bijlage III „Partnerschappen”, deel 1, onder a)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

a)

Bewijs dat het Europees partnerschap doeltreffender is bij de verwezenlijking van de desbetreffende doelstellingen van het programma, met name door duidelijke effecten voor de EU en haar burgers teweeg te brengen, vooral met het oog op het aanpakken van mondiale uitdagingen en de verwezenlijking van onderzoek- en innovatiedoelstellingen, het veiligstellen van het concurrentievermogen van de EU en het bijdragen aan de versterking van de Europese ruimte van onderzoek en innovatie en internationale verplichtingen;

a)

Bewijs dat het Europees partnerschap bijzonder doeltreffend is bij de verwezenlijking van de desbetreffende doelstellingen van het programma, met name door duidelijke effecten voor de EU en haar burgers teweeg te brengen, vooral met het oog op het aanpakken van mondiale uitdagingen en de verwezenlijking van onderzoek- en innovatiedoelstellingen, het veiligstellen van het concurrentievermogen van de EU en het bijdragen aan de versterking van de Europese ruimte van onderzoek en innovatie en internationale verplichtingen;

Motivering

De huidige formulering is zeer restrictief en dreigt de reikwijdte van Europese partnerschappen ernstig in te beperken.

Wijzigingsvoorstel 26

Bijlage IV „Synergieën met andere programma’s”, punt 4, onder a)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

4.

Synergieën met het Europees Sociaal Fonds Plus (ESF+) zullen de volgende effecten hebben:

a)

ESF+ kan de door het programma ondersteunde innovatieve onderwijsprogramma’s populariseren en opschalen, door middel van nationale of regionale programma’s, om mensen de vaardigheden en competenties te geven die nodig zijn voor de banen van de toekomst;

4.

Synergieën met het Europees Sociaal Fonds Plus (ESF+) zullen de volgende effecten hebben:

a)

ESF+ kan de door het programma ondersteunde innovatieve onderwijsprogramma’s populariseren en opschalen, door middel van nationale, regionale of transregionale programma’s, om mensen de vaardigheden en competenties te geven die nodig zijn voor de banen van de toekomst;

Wijzigingsvoorstel 27

Bijlage IV „Synergieën met andere programma’s”, punt 6, onder b)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

6.

Synergieën met het programma Digitaal Europa (DEP) zullen de volgende effecten hebben:

6.

Synergieën met het programma Digitaal Europa (DEP) zullen de volgende effecten hebben:

 

a)

hoewel diverse door het onderhavige programma en het programma Digitaal Europa bestreken thematische gebieden convergeren, zijn de aard van de te ondersteunen acties, de verwachte outputs en hun interventielogica verschillend en complementair;

 

a)

hoewel diverse door het onderhavige programma en het programma Digitaal Europa bestreken thematische gebieden convergeren, zijn de aard van de te ondersteunen acties, de verwachte outputs en hun interventielogica verschillend en complementair;

 

b)

behoeften aan onderzoek en innovatie in verband met digitale aspecten worden geïdentificeerd en vastgesteld in de strategische onderzoek- en innovatieplannen van het programma; Dit omvat onder meer onderzoek en innovatie voor high performance computing, kunstmatige intelligentie, cyberbeveiliging, de combinatie van digitale en andere ontsluitende technologieën en niet-technologische innovaties; ondersteuning voor het opschalen van ondernemingen die baanbrekende innovaties introduceren (waarvan vele digitale en fysieke technologieën worden gecombineerd); de integratie van digitale technieken in de pijler „Wereldwijde uitdagingen en industrieel concurrentievermogen”; en de ondersteuning aan digitale onderzoeksinfrastructuren;

 

b)

behoeften aan onderzoek en innovatie in verband met digitale aspecten worden geïdentificeerd en vastgesteld in de strategische onderzoek- en innovatieplannen van het programma; Dit omvat onder meer onderzoek en innovatie voor high performance computing, kunstmatige intelligentie, cyberbeveiliging, de combinatie van digitale en andere ontsluitende technologieën en niet-technologische innovaties; ondersteuning voor het opschalen van ondernemingen die baanbrekende innovaties introduceren (waarvan vele digitale en fysieke technologieën worden gecombineerd); de integratie van digitale technieken in de pijler „Wereldwijde uitdagingen en industrieel concurrentievermogen”; bijstand aan digitale innovatieclusters en de ondersteuning aan digitale onderzoeksinfrastructuren;

Wijzigingsvoorstel 28

Aan het einde van bijlage V „Indicatoren van de kerneffecttrajecten”, een nieuwe alinea toevoegen (blz. 17)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

 

Indicatoren van de territoriale effecttrajecten

Het programma zal naar verwachting een effect op de ontwikkeling en economische transformatie op lokaal, regionaal en nationaal niveau hebben en bijdragen aan versterking van de technologische basis van de Unie en aan haar concurrentievermogen.

(zie onderstaande tabel die deel uitmaakt van dit wijzigingsvoorstel)


Een territoriaal effect bereiken

Korte termijn

Middellange termijn

Lange termijn

Bijdragen aan de groei en economische transformatie van steden en regio’s

Synergieën tussen financieringsmaatregelen

Hoogte van de publieke en private medefinanciering bij projecten in het kader van het KP, voor, tijdens en na de uitvoering ervan

Bijdrage aan strategische prioriteiten

Aandeel van de kp-projecten die bijdragen aan slimme specialisatie op regionaal en nationaal niveau

Bijdrage aan groei en economische transformatie

Oprichting van bedrijven en groei van marktaandelen in die sectoren van ecosystemen die te maken hebben met slimme specialisatie

Verspreiding en toepassing van onderzoek en innovatie in en door steden en regio’s ten behoeve van burgers

Toepassing

Aandeel van kp-onderzoek en -innovatie dat door lokale en regionale actoren wordt toegepast, met name in de publieke sector

Uitrol

Aantal innovaties dat met ondersteuning van de publieke sector onder alle partners in de betrokken steden en regio’s wordt uitgerold

Replicatie

Penetratie en verbreiding van innovaties in andere steden en regio’s

Ontwikkeling van en investeringen in excellentienetwerken en innovatiehubs ondersteunen

Samenwerking tussen regionale innovatie-ecosystemen en innovatiehubs en excellentiecentra in de hele Unie

Aantal/Aandeel door het KP gefinancierde projecten die zijn uitgemond in samenwerkingsverbanden tussen entiteiten in verschillende steden en regio’s en actoren in deze categorieën

Ontwikkeling van regionale innovatie-ecosystemen en innovatiehubs

Raming van de effecten van de samenwerkingsverbanden die voortvloeien uit de door het KP gefinancierde resultaten op de ontwikkeling van regionale innovatie-ecosystemen en innovatiehubs

Bijdrage aan het dichten van de innovatiekloof

Raming van de gecumuleerde effecten die voortvloeien uit de door het KP gefinancierde resultaten op het dichten van de innovatiekloof in de Unie

Motivering

Expliciete vermelding van de indicatoren van de territoriale effecten bij de andere door de Commissie voorgestelde indicatoren van de belangrijkste effecttrajecten. Dit voorstel is in overeenstemming met de redactie (titel, toelichting en tabel) van de tekst van bijlage V zoals door de Commissie is voorgesteld.

Voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het specifieke programma tot uitvoering van Horizon Europa — het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie

(COM(2018) 436 final — 2018/0225 (COD))

Wijzigingsvoorstel 29

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

In het licht van de belangrijke bijdrage die onderzoek en innovatie aan het aanpakken van uitdagingen op het gebied van levensmiddelen, landbouw, plattelandsontwikkeling en de bio-economie moeten leveren en om de desbetreffende kansen inzake onderzoek en innovatie te benutten in synergie met het gemeenschappelijk landbouwbeleid, zullen desbetreffende acties in het kader van het specifieke programma met 10 miljard EUR voor de cluster „Levensmiddelen en natuurlijke hulpbronnen” worden ondersteund voor de periode 2021-2027.

In het licht van de belangrijke bijdrage die onderzoek en innovatie aan het aanpakken van uitdagingen op het gebied van levensmiddelen, landbouw, plattelandsontwikkeling , maritieme zaken, visserij en de bio-economie moeten leveren en om de desbetreffende kansen inzake onderzoek en innovatie te benutten in synergie met het gemeenschappelijk landbouwbeleid , het geïntegreerd maritiem beleid en het gemeenschappelijk visserijbeleid , zullen desbetreffende acties in het kader van het specifieke programma met 10 miljard EUR voor de cluster „Levensmiddelen en natuurlijke hulpbronnen” worden ondersteund voor de periode 2021-2027.

Motivering

Er moet ook worden verwezen naar de sectoren maritieme zaken en visserij, die immers van cruciaal belang zijn voor de EU.

Wijzigingsvoorstel 30

Nieuwe overweging 7 bis

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

 

(7 bis)

Gezien de grote uitdagingen van maritieme kwesties voor de werkgelegenheid (blauwe economie), de kwaliteit van het milieu en de bestrijding van klimaatverandering maken deze kwesties een horizontale prioriteit van het programma uit, die aan een specifieke monitoring wordt onderworpen en waarbij een streefdoel wordt vastgesteld voor de inzet van het programma in het kader van de strategische programmering.

Wijzigingsvoorstel 31

Artikel 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

De operationele doelstellingen van het specifieke programma zijn:

De operationele doelstellingen van het specifieke programma zijn:

a)

excellentie versterken en verspreiden;

a)

excellentie versterken en verspreiden;

b)

de samenwerking tussen sectoren en disciplines vergroten;

b)

de samenwerking tussen sectoren en disciplines vergroten;

c)

onderzoeksinfrastructuren in de hele Europese Onderzoeksruimte verbinden en ontwikkelen;

c)

onderzoeksinfrastructuren in de hele Europese Onderzoeksruimte verbinden en ontwikkelen;

d)

de internationale samenwerking versterken;

d)

de internationale samenwerking versterken;

e)

onderzoekers en innovators aantrekken, opleiden en behouden in de Europese Onderzoeksruimte, onder andere door middel van mobiliteit van onderzoekers;

e)

onderzoekers en innovators aantrekken, opleiden en behouden in de Europese Onderzoeksruimte, onder andere door middel van mobiliteit van onderzoekers;

f)

open wetenschap stimuleren en zichtbaarheid voor het publiek en open toegang tot resultaten verzekeren;

f)

open wetenschap stimuleren en zichtbaarheid voor het publiek en open toegang tot resultaten verzekeren;

g)

actief resultaten verspreiden en benutten, met name voor beleidsontwikkeling;

g)

actief resultaten verspreiden en benutten, met name voor beleidsontwikkeling;

h)

de uitvoering van beleidsprioriteiten van de Unie ondersteunen;

h)

de uitvoering van beleidsprioriteiten van de Unie ondersteunen;

 

h bis)

de tenuitvoerlegging van de strategieën voor slimme specialisatie en het concurrentievermogen van regionale innovatie-ecosystemen en innovatiehubs bevorderen;

i)

het verband tussen onderzoek en innovatie en andere beleidsonderdelen, waaronder de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling, versterken;

i)

het verband tussen onderzoek en innovatie en andere beleidsonderdelen, waaronder de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling, versterken;

j)

door middel van O&I-missies ambitieuze doelstellingen verwezenlijken binnen een vastgestelde termijn;

j)

door middel van O&I-missies ambitieuze doelstellingen verwezenlijken binnen een vastgestelde termijn;

k)

burgers en eindgebruikers bij processen voor co-ontwerp en cocreatie betrekken;

k)

burgers en eindgebruikers bij processen voor co-ontwerp en cocreatie betrekken;

l)

de communicatie over wetenschap verbeteren;

l)

de communicatie over wetenschap verbeteren;

m)

de industriële transformatie versnellen;

m)

de industriële transformatie versnellen , met name de ecologische en digitale transitie van de industrie, waarbij duurzame kwaliteitsbanen gecreëerd moeten worden ;

Motivering

De operationele doelstellingen van het kaderprogramma dienen bij te dragen aan de verwezenlijking van de strategieën voor slimme specialisatie in de lidstaten van de Unie en hun regio’s, die een wezenlijk deel uitmaken van de steun van de EU voor onderzoek en innovatie (COM(2018) 306 final).

Wijzigingsvoorstel 32

Artikel 5, lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Voor elke missie mag een missieraad worden ingesteld. Hij zal bestaan uit ongeveer 15 hooggeplaatste personen, onder wie vertegenwoordigers van betrokken eindgebruikers. De missieraad zal advies geven over:

Voor elke missie mag een missieraad worden ingesteld. Hij zal bestaan uit ongeveer 15 hooggeplaatste personen, onder wie vertegenwoordigers van betrokken eindgebruikers en publieke en particuliere actoren . De missieraad zal advies geven over:

b)

de inhoud van werkprogramma’s en de herziening ervan om de doelstellingen van de missie te kunnen verwezenlijken, in voorkomend geval in co-ontwerp met belanghebbenden en het publiek;

b)

de inhoud van werkprogramma’s en de herziening ervan om de doelstellingen van de missie te kunnen verwezenlijken, in voorkomend geval in co-ontwerp met publieke beleidsmakers van de lidstaten, lokale en regionale overheden, belanghebbenden en het publiek;

Wijzigingsvoorstel 33

Artikel 10, lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Het EIC-college kan op verzoek aanbevelingen aan de Commissie doen over:

Het EIC-college kan op verzoek aanbevelingen aan de Commissie doen over:

a)

elk aspect dat vanuit een innovatieperspectief kan bijdragen aan de verbetering en stimulering van innovatie-ecosystemen in heel Europa, de verwezenlijking en het effect van de doelstellingen van de EIC-component en het vermogen van innoverende bedrijven om hun oplossingen uit te rollen;

a)

elk aspect dat vanuit een innovatieperspectief kan bijdragen aan de verbetering en stimulering van innovatie-ecosystemen in heel Europa , met name de samenwerking tussen regionale innovatie-ecosystemen en innovatiehubs, de verwezenlijking en het effect van de doelstellingen van de EIC-component en het vermogen van innoverende bedrijven om hun oplossingen uit te rollen;

Wijzigingsvoorstel 34

Artikel 10, lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Het EIC-college bestaat uit 15 tot 20 hooggeplaatste individuen uit verschillende delen van het Europese innovatie- ecosysteem , met inbegrip van ondernemers, leidinggevende personen uit de bedrijfswereld, investeerders en onderzoekers. Het college draagt bij aan bewustmakingsacties en leden van het EIC-college werken mee aan het vergroten van het aanzien van het EIC-merk.

3.    Het EIC-college bestaat uit 15 tot 20 hooggeplaatste individuen uit verschillende delen van de lokale, regionale, nationale en Europese innovatie- ecosystemen , met inbegrip van ondernemers, leidinggevende personen uit de bedrijfswereld, investeerders en onderzoekers. Het college draagt bij aan bewustmakingsacties en leden van het EIC-college werken mee aan het vergroten van het aanzien van het EIC-merk.

Wijzigingsvoorstel 35

Artikel 10, lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Het EIC-college heeft een voorzitter die door de Commissie na een transparante selectieprocedure wordt aangesteld. De voorzitter is een hooggeplaatste persoon met banden met de innovatiewereld.

Het EIC-college heeft een voorzitter die door de Commissie na een transparante selectieprocedure wordt aangesteld. De voorzitter is een hooggeplaatste persoon met banden met de innovatiewereld.

De voorzitter wordt voor een eenmalig hernieuwbare termijn van vier jaar aangesteld.

De voorzitter zit het EIC-college voor, bereidt de vergaderingen voor, geeft de leden opdrachten en kan specifieke subgroepen instellen, met name om opkomende technologische trends in de portefeuille van de EIC op te sporen. Zij of hij bevordert de EIC, fungeert als gesprekspartner voor de Commissie en vertegenwoordigt de EIC in de innovatiewereld. De Commissie kan de voorzitter bij de uitvoering van haar/zijn taken administratieve ondersteuning bieden.

De voorzitter wordt voor een eenmalig hernieuwbare termijn van vier jaar aangesteld.

De voorzitter zit het EIC-college voor, bereidt de vergaderingen voor, geeft de leden opdrachten en kan specifieke subgroepen instellen, met name om opkomende technologische trends in de portefeuille van de EIC op te sporen ; de regionale en nationale innovatiebureaus worden hierbij nauw betrokken . Zij of hij bevordert de EIC, fungeert als gesprekspartner voor de Commissie en vertegenwoordigt de EIC in de innovatiewereld. De Commissie kan de voorzitter bij de uitvoering van haar/zijn taken administratieve ondersteuning bieden.

Wijzigingsvoorstel 36

Punt 1.4.4 van het financieel memorandum

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

TOELICHTING

TOELICHTING

DEEL I, punt 1.4.4 Financieel memorandum (COM(2018) 436, blz. 19)

Horizon Europa is zo ontworpen dat bij de uitvoering ervan synergieën met andere financieringsprogramma’s van de Unie mogelijk zijn, in het bijzonder door middel van regelingen voor aanvullende financiering uit EU-programma’s, voor zover de beheersmodaliteiten ervan dit toelaten, waarbij de financiële middelen, ook ten behoeve van de gezamenlijke financiering van acties, hetzij in opeenvolgende fasen, hetzij in afwisselende fasen, hetzij in een combinatie van opeenvolgende en afwisselende fasen worden verstrekt.

Deel I, punt 1.4.4 Financieel memorandum (COM(2018) 436, blz. 19)

Horizon Europa is zo ontworpen dat bij de uitvoering ervan synergieën met andere financieringsprogramma’s van de Unie mogelijk zijn, in het bijzonder door middel van regelingen voor aanvullende financiering uit EU-programma’s, voor zover de beheersmodaliteiten ervan dit toelaten, waarbij de financiële middelen, ook ten behoeve van de gezamenlijke financiering van acties, hetzij in opeenvolgende fasen, hetzij in afwisselende fasen, hetzij in een combinatie van opeenvolgende en afwisselende fasen worden verstrekt.

Een niet-uitputtende lijst van dergelijke regelingen en financieringsprogramma’s, met inbegrip van synergieën met de volgende programma’s:

Een niet-uitputtende lijst van dergelijke regelingen en financieringsprogramma’s, met inbegrip van synergieën met de volgende programma’s:

het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB)

het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB)

het geïntegreerd maritiem beleid

het gemeenschappelijk visserijbeleid

het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij

het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO)

het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO)

het Europees Sociaal Fonds (ESF)

het Europees Sociaal Fonds (ESF)

het programma voor de eengemaakte markt

het programma voor de eengemaakte markt

het Europees ruimtevaartprogramma

het Europees ruimtevaartprogramma

de Connecting Europe Facility (CEF)

de Connecting Europe Facility (CEF)

het programma Digitaal Europa (DEP)

het programma Digitaal Europa (DEP)

het Erasmus-programma

het Erasmus-programma

het extern instrument

het extern instrument

het InvestEU-fonds

het InvestEU-fonds

het programma voor onderzoek en opleiding van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie

het programma voor onderzoek en opleiding van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie

Wijzigingsvoorstel 37

Bijlage I „Programma-activiteiten”, eerste deel „Strategische planning”, derde en vierde alinea (blz. 1 en 2)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

De strategische planning zal uitgebreide raadplegingen van en uitwisselingen met de lidstaten, in voorkomend geval met het Europees Parlement, en met verschillende belanghebbenden omvatten over prioriteiten, met inbegrip van missies, in het kader van de pijler „Wereldwijde uitdagingen en industrieel concurrentievermogen”, en de geschikte soorten acties die moeten worden gebruikt, met name Europese partnerschappen.

De strategische planning zal uitgebreide raadplegingen van en uitwisselingen met de lidstaten en de regio’s, met name de ultraperifere regio’s , in voorkomend geval met het Europees Parlement en met verschillende belanghebbenden omvatten over prioriteiten, met inbegrip van missies, in het kader van de pijler „Wereldwijde uitdagingen en industrieel concurrentievermogen”, en de geschikte soorten acties die moeten worden gebruikt, met name Europese partnerschappen.

Op basis van deze uitgebreide raadplegingen zal de strategische planning gemeenschappelijke doelstellingen bepalen alsook gemeenschappelijke gebieden voor activiteiten zoals partnerschapsgebieden (de voorgestelde rechtsgrondslag bevat enkel de instrumenten en de criteria die het gebruik ervan zullen bepalen) en missiegebieden.

Op basis van deze uitgebreide raadplegingen zal de strategische planning gemeenschappelijke doelstellingen bepalen alsook gemeenschappelijke gebieden voor activiteiten zoals partnerschapsgebieden (de voorgestelde rechtsgrondslag bevat enkel de instrumenten en de criteria die het gebruik ervan zullen bepalen) en missiegebieden.

De strategische planning zal bijdragen aan de ontwikkeling en uitvoering van het beleid voor de betrokken gebieden op EU-niveau en zal het beleid en de beleidsbenaderingen in de lidstaten aanvullen. Tijdens het strategischeplanningsproces zal rekening worden gehouden met EU-beleidsprioriteiten om de bijdrage van onderzoek en innovatie aan de totstandbrenging van beleid te vergroten. Er zal ook rekening worden gehouden met prognoseactiviteiten, onderzoeken en ander wetenschappelijk bewijs alsook met relevante bestaande initiatieven op nationaal en EU-niveau.

De strategische planning zal bijdragen aan de ontwikkeling en uitvoering van het beleid voor de betrokken gebieden op EU-niveau en zal het beleid en de beleidsbenaderingen in de lidstaten en hun regio’s, met name de ultraperifere regio’s, aanvullen. Tijdens het strategischeplanningsproces zal rekening worden gehouden met EU-beleidsprioriteiten om de bijdrage van onderzoek en innovatie aan de totstandbrenging van beleid te vergroten. Er zal ook rekening worden gehouden met prognoseactiviteiten, onderzoeken en ander wetenschappelijk bewijs alsook met relevante bestaande initiatieven op regionaal, nationaal en EU-niveau.

Wijzigingsvoorstel 38

Bijlage I „Programma-activiteiten”, eerste deel „Strategische planning”, elfde en twaalfde alinea (blz. 2 en 3)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

In het kader van Horizon 2020 ondersteunde FET-vlaggenschepen zullen ook in het kader van dit programma worden ondersteund. Aangezien zij aanzienlijke analogieën met missies vertonen, zullen eventuele andere FET-vlaggenschepen in het kader van dit kaderprogramma worden ondersteund als missies die op toekomstige en opkomende technologieën zijn gericht.

In het kader van Horizon 2020 ondersteunde FET-vlaggenschepen zullen ook in het kader van dit programma worden ondersteund. Aangezien zij aanzienlijke analogieën met missies vertonen, zullen eventuele andere FET-vlaggenschepen in het kader van dit kaderprogramma worden ondersteund als missies die op toekomstige en opkomende technologieën zijn gericht.

 

Het nieuwe kaderprogramma is gericht op een betere erkenning en benutting van de in alle lidstaten en regio’s van Europa aanwezige excellentie en stimuleert met name initiatieven die de opbouw van transnationale en transregionale samenwerking tussen regionale innovatie-ecosystemen en innovatiehubs mogelijk maken.

Dialogen over samenwerking op het gebied van wetenschap en technologie met de internationale partners van de EU en beleidsdialogen met de belangrijkste mondiale regio’s zullen belangrijke bijdragen leveren aan de systematische identificatie van samenwerkingskansen die in combinatie met de differentiatie per land/regio de prioriteitsbepaling zullen ondersteunen.

Dialogen over samenwerking op het gebied van wetenschap en technologie met de internationale partners van de EU en beleidsdialogen met de belangrijkste mondiale regio’s zullen belangrijke bijdragen leveren aan de systematische identificatie van samenwerkingskansen die in combinatie met de differentiatie per land/regio de prioriteitsbepaling zullen ondersteunen.

Wijzigingsvoorstel 39

Bijlage I „Programma-activiteiten”, tweede deel „Verspreiding en communicatie”, eerste en tweede alinea (blz. 3)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Horizon Europa zal specifieke ondersteuning bieden voor open toegang tot wetenschappelijke publicaties, kennisarchieven en andere gegevensbronnen. Acties op het gebied van verspreiding en kennisverbreiding zullen worden ondersteund, ook die welke uit samenwerkingen met andere EU-programma’s voortvloeien, met inbegrip van de groepering en het samenbrengen in pakketten van resultaten en gegevens in talen en formaten voor doelgroepen en netwerken voor burgers, de industrie, overheidsdiensten, de academische wereld, maatschappelijke organisaties en publieke beleidsmakers. Hiervoor kan Horizon Europa geavanceerde technologieën en kennisinstrumenten gebruiken.

Horizon Europa zal specifieke ondersteuning bieden voor open toegang tot wetenschappelijke publicaties, kennisarchieven en andere gegevensbronnen. Acties op het gebied van verspreiding en kennisverbreiding zullen worden ondersteund, ook die welke uit samenwerkingen met andere EU-programma’s voortvloeien, met inbegrip van de groepering en het samenbrengen in pakketten van resultaten en gegevens in talen en formaten voor doelgroepen en netwerken voor burgers, de industrie, overheidsdiensten, de academische wereld, maatschappelijke organisaties en publieke beleidsmakers. Hiervoor kan Horizon Europa geavanceerde technologieën en kennisinstrumenten gebruiken.

Er zal voldoende steun zijn voor mechanismen om het programma bij mogelijke aanvragers bekend te maken (bijv. nationale contactpunten).

Er zal voldoende steun zijn voor mechanismen om het programma bij mogelijke aanvragers bekend te maken (bijv. nationale en regionale contactpunten) , met name in de lidstaten en regio’s die het minst aan Horizon 2020 hebben deelgenomen .

Wijzigingsvoorstel 40

Bijlage I

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

ONDERZOEKSINFRASTRUCTUREN

ONDERZOEKSINFRASTRUCTUREN

Motivering

Motivering

COM(2018) 436 final (bijlage I), blz. 16

COM(2018) 436 final (bijlage I), blz. 16

De activiteiten zullen bijdragen tot verschillende doelen voor duurzame ontwikkeling (Sustainable Development Goals; SDG’s), zoals: SDG 3 — een goede gezondheid en welzijn voor mensen; SDG 7 — betaalbare en schone energie; SDG 9 — industrie, innovatie en infrastructuur; SDG 13 — klimaatactie.

De activiteiten zullen bijdragen tot verschillende doelen voor duurzame ontwikkeling (Sustainable Development Goals; SDG’s), zoals: SDG 3 — een goede gezondheid en welzijn voor mensen; SDG 7 — betaalbare en schone energie; SDG 9 — industrie, innovatie en infrastructuur; SDG 13 — klimaatactie; SDG 14 — onderwaterleven; SDG 17 — partnerschappen voor de doelstellingen .

Motivering

Diverse van de onderzoeksinfrastructuren van het Esfri hebben betrekking op het mariene milieu, vandaar dat ook SDG 14 hier moet worden vermeld. De verwijzing naar SDG 17 hangt samen met het begrip gedeelde infrastructuur op EU-niveau en het daaruit voortvloeiende partnerschap voor de doelstellingen.

Wijzigingsvoorstel 41

Bijlage I, pijler II

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Grote lijnen

Grote lijnen

Hervormingen in volksgezondheidssystemen en -beleid in Europa en daarbuiten;

Hervormingen in volksgezondheidssystemen en -beleid in Europa en daarbuiten;

nieuwe modellen en benaderingen voor gezondheid en zorg en de overdraagbaarheid of aanpassing ervan van een land/regio naar een ander(e);

nieuwe modellen en benaderingen voor gezondheid en zorg en de overdraagbaarheid of aanpassing ervan van een land/regio naar een ander(e) , bijdrage van de verenigingssector en de non-profitsector ;

de beoordeling van gezondheidstechnologieën verbeteren;

de beoordeling van gezondheidstechnologieën verbeteren;

evolutie van ongelijkheid op het vlak van gezondheid en een doeltreffende beleidsreactie;

evolutie van ongelijkheid op het vlak van gezondheid en een doeltreffende beleidsreactie;

het toekomstige personeel van de gezondheidszorg en zijn behoeften;

het toekomstige personeel van de gezondheidszorg en zijn behoeften;

verbetering van tijdige gezondheidsinformatie en het gebruik van gezondheidsgegevens, met inbegrip van elektronische patiëntendossiers met de nodige aandacht voor veiligheid, privacy, interoperabiliteit, normen, vergelijkbaarheid en integriteit;

verbetering van tijdige gezondheidsinformatie en het gebruik van gezondheidsgegevens, met inbegrip van elektronische patiëntendossiers met de nodige aandacht voor veiligheid, privacy, interoperabiliteit, normen, vergelijkbaarheid en integriteit;

veerkracht van gezondheidsstelsels om de gevolgen van crisissen te verwerken en zich aan disruptieve innovaties aan te passen;

veerkracht van gezondheidsstelsels om de gevolgen van crisissen te verwerken en zich aan disruptieve innovaties aan te passen;

oplossingen voor inspraak van burgers en patiënten, zelfcontrole en interactie met professionals in de maatschappelijke en gezondheidszorg voor een meer geïntegreerde zorg en een gebruikersgerichte benadering;

oplossingen voor inspraak van burgers en patiënten, zelfcontrole en interactie met professionals in de maatschappelijke en gezondheidszorg voor een meer geïntegreerde zorg en een gebruikersgerichte benadering;

gegevens, informatie, kennis en beste praktijken uit onderzoek naar gezondheidsstelsels op EU- en wereldniveau.

gegevens, informatie, kennis en beste praktijken uit onderzoek naar gezondheidsstelsels op EU- en wereldniveau.

Wijzigingsvoorstel 42

Bijlage I „Programma-activiteiten”, pijler II „Wereldwijde uitdagingen en industrieel concurrentievermogen”, cluster „Inclusieve en veilige samenleving”, punt 2.1, tweede alinea (blz. 27)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

De EU moet een model van inclusieve en duurzame groei voorstaan, waarbij geprofiteerd wordt van de voordelen van technologische ontwikkelingen, het vertrouwen in het democratisch bestuur wordt vergroot en innovaties in het democratisch bestuur worden bevorderd, ongelijkheden, werkloosheid, marginalisatie, discriminatie en radicalisering worden bestreden, de mensenrechten worden gewaarborgd , culturele verscheidenheid wordt bevorderd en Europees cultureel erfgoed wordt beschermd en burgers zeggenschap wordt gegeven door sociale innovatie. Ook de beheersing van de migratie en de integratie van migranten blijven hoge prioriteit houden. Onderzoek en innovatie in de sociale wetenschappen en de geesteswetenschappen zijn cruciaal om deze uitdagingen het hoofd te bieden en de doelstellingen van de EU te verwezenlijken.

De EU moet een model van inclusieve en duurzame groei voorstaan, waarbij geprofiteerd wordt van de voordelen van technologische ontwikkelingen, het vertrouwen in het democratisch bestuur wordt vergroot en innovaties in het democratisch bestuur worden bevorderd, ongelijkheden, werkloosheid, marginalisatie, discriminatie en radicalisering worden bestreden, mensenrechten, culturele verscheidenheid en Europees cultureel erfgoed worden beschermd en bevorderd, de toegang tot cultuur en onderwijs voor iedereen wordt verbeterd en burgers zeggenschap wordt gegeven door sociale innovatie en door de ontwikkeling van een sociale economie. Ook de beheersing van de migratie , de opvang en de integratie van migranten blijven hoge prioriteit houden. Onderzoek en innovatie in de sociale wetenschappen en de geesteswetenschappen zijn cruciaal om deze uitdagingen het hoofd te bieden en de doelstellingen van de EU te verwezenlijken.

 

Het streven naar sociale insluiting moet met name gebaseerd zijn op benutting van het materiële en immateriële culturele erfgoed, dat in de huidige context van de globalisering van centraal belang is voor het gevoel van mensen dat zij erbij horen, in het bijzonder wat de regionale en taaldimensie ervan betreft. Europa, dat in de loop der eeuwen is ontstaan uit zeer diverse gemeenschappen die naast elkaar leefden en die een enorm erfgoed hebben nagelaten, moet deze uitdaging dan ook aangaan en het behoud en de benutting van het erfgoed ondersteunen, in samenwerking met steden, regio’s en lidstaten. Deze inspanningen zijn des te relevanter omdat het hier gaat om een belangrijk gebied voor het uittesten en toepassen van tal van technologische innovaties. Het inzetten van deze innovaties op het gebied van het erfgoed heeft een krachtig hefboomeffect op de economie dankzij de impuls die het toerisme krijgt en waarvan regio’s profiteren.

Wijzigingsvoorstel 43

Bijlage I „Programma-activiteiten”, pijler II „Wereldwijde uitdagingen en industrieel concurrentievermogen”, cluster „Inclusieve en veilige samenleving”, punt 2.1, zesde alinea (blz. 28)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

De onderzoeks- en innovatieactiviteiten in het kader van deze wereldwijde uitdaging zullen worden afgestemd op de prioriteiten van de Commissie op het gebied van democratische verandering; banen, groei en investeringen; justitie en grondrechten; migratie; een diepere en billijkere Europese monetaire unie; digitale eengemaakte markt. De toezeggingen die gedaan zijn in de agenda van Rome, zullen worden nagekomen door te werken aan: „een sociaal Europa” en „een Unie die ons culturele erfgoed bewaart en culturele diversiteit bevordert”. Tevens worden de Europese pijler van sociale rechten en het mondiaal pact inzake veilige, ordelijke en reguliere migratie ondersteund.

De onderzoeks- en innovatieactiviteiten in het kader van deze wereldwijde uitdaging zullen worden afgestemd op de prioriteiten van de Commissie op het gebied van democratische verandering; banen, groei en investeringen; onderwijs; justitie en grondrechten; migratie; een diepere en billijkere Europese monetaire unie; digitale eengemaakte markt. De toezeggingen die gedaan zijn in de agenda van Rome, zullen worden nagekomen door te werken aan: „een sociaal Europa” en „een Unie die ons culturele erfgoed bewaart en culturele diversiteit bevordert”. Tevens worden de Europese pijler van sociale rechten , het streven naar een kennismaatschappij en het mondiaal pact inzake veilige, ordelijke en reguliere migratie ondersteund.

Wijzigingsvoorstel 44

Bijlage I „Programma-activiteiten”, pijler II „Wereldwijde uitdagingen en industrieel concurrentievermogen”, cluster „Inclusieve en veilige samenleving”, punt 2.2.1 (blz. 28)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Grote lijnen

Grote lijnen

De geschiedenis, ontwikkeling en doeltreffendheid van de democratieën, op verschillende niveaus en in verschillende vormen; aspecten van digitalisering en de effecten van communicatie via sociale netwerken en de rol van het onderwijs- en jongerenbeleid als hoekstenen van democratisch burgerschap;

De geschiedenis, ontwikkeling en doeltreffendheid van de democratieën, op verschillende niveaus en in verschillende vormen; aspecten van digitalisering en de effecten van communicatie via sociale netwerken en de rol van het onderwijs- en jongerenbeleid als hoekstenen van democratisch burgerschap;

innovatieve benaderingen om de transparantie, het reactievermogen, de verantwoordingsplicht, de doeltreffendheid en de legitimiteit van het democratisch bestuur te versterken, met volledige eerbiediging van de grondrechten en de rechtsstaat;

innovatieve benaderingen om de transparantie, het reactievermogen, de verantwoordingsplicht, de doeltreffendheid en de legitimiteit van het democratisch bestuur te versterken, met volledige eerbiediging van de grondrechten en de rechtsstaat;

strategieën om populisme, extremisme, radicalisering en terrorisme aan te pakken en teleurgestelde en gemarginaliseerde burgers weer bij de samenleving te betrekken;

strategieën om populisme, extremisme, radicalisering en terrorisme aan te pakken en teleurgestelde en gemarginaliseerde burgers weer bij de samenleving te betrekken;

beter inzicht in de rol van journalistieke normen en door gebruikers gegenereerde content in een alom verbonden samenleving en ontwikkeling van instrumenten om desinformatie te bestrijden;

beter inzicht in de rol van journalistieke normen en door gebruikers gegenereerde content in een alom verbonden samenleving en ontwikkeling van instrumenten om desinformatie te bestrijden;

de rol van multicultureel burgerschap en multiculturele identiteiten in relatie tot democratisch burgerschap en politieke betrokkenheid;

de rol van multicultureel burgerschap en multiculturele identiteiten in relatie tot democratisch burgerschap en politieke betrokkenheid;

het effect van technologische en wetenschappelijke ontwikkelingen, waaronder big data, sociale onlinenetwerken en kunstmatige intelligentie op de democratie;

het effect van technologische en wetenschappelijke ontwikkelingen, waaronder big data, sociale onlinenetwerken en kunstmatige intelligentie op de democratie;

participerende en overlegdemocratie en actief en inclusief burgerschap, met inbegrip van de digitale dimensie;

participerende en overlegdemocratie en actief en inclusief burgerschap, met inbegrip van de digitale dimensie;

 

rol van steden en regio’s als plaatsen voor het opbouwen van burgerschap, sociale en culturele banden, ecologische en energietransitie en economische ontwikkeling en innovatie; hun bijdrage aan de ontwikkeling van sociale innovatie, democratische praktijken en lokaal, nationaal en Europees burgerschap;

het effect van economische en sociale ongelijkheden op politieke participatie en democratieën, waarbij wordt aangetoond hoe de democratie kan worden versterkt door ongelijkheden en alle vormen van discriminatie, waaronder genderdiscriminatie, te bestrijden.

het effect van economische en sociale ongelijkheden op politieke participatie en democratieën, waarbij wordt aangetoond hoe de democratie kan worden versterkt door ongelijkheden en alle vormen van discriminatie, waaronder genderdiscriminatie, te bestrijden.

Motivering

Steden en regio’s zijn ook een instrument om tot een veiligere en inclusievere samenleving te komen; er dient wetenschappelijk onderzoek naar hun rol te worden gedaan.

Wijzigingsvoorstel 45

Bijlage I „Programma-activiteiten”, pijler II „Wereldwijde uitdagingen en industrieel concurrentievermogen”, cluster „Inclusieve en veilige samenleving”, punt 2.2.3 (blz. 30)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

2.2.3.

S ociale en economische transformaties

2.2.3.

Onderwijs, werkgelegenheid, s ociale en economische transformaties

De Europese samenlevingen ondergaan ingrijpende sociaal-economische transformaties, in het bijzonder als gevolg van de mondialisering en technologische innovaties. Tegelijkertijd groeit in de meeste Europese landen de inkomensongelijkheid. Er is behoefte aan een toekomstgericht beleid om inclusieve groei te bevorderen en ongelijkheden te bestrijden, de productiviteit te vergroten (en de meting ervan te verbeteren), het menselijk kapitaal te verbeteren, migratie- en integratievraagstukken op te lossen en de solidariteit tussen de generaties en de sociale mobiliteit te vergroten. Er zijn onderwijs- en opleidingsstelsels nodig voor een rechtvaardigere en welvarende toekomst.

De Europese samenlevingen ondergaan ingrijpende sociaal-economische transformaties, in het bijzonder als gevolg van de mondialisering en technologische innovaties. Tegelijkertijd groeit in de meeste Europese landen de inkomensongelijkheid. Er is behoefte aan een toekomstgericht beleid om inclusieve groei te bevorderen en ongelijkheden te bestrijden, de productiviteit te vergroten (en de meting ervan te verbeteren), het menselijk kapitaal te verbeteren, migratie- en integratievraagstukken op te lossen en de solidariteit tussen de generaties en de sociale mobiliteit te vergroten. Er zijn onderwijs- en opleidingsstelsels nodig voor een rechtvaardigere en welvarende toekomst.

Grote lijnen

Grote lijnen

Kennisbasis voor advies inzake investeringen en beleid, in het bijzonder op het gebied van onderwijs en opleiding, gericht op vaardigheden met een hoge toegevoegde waarde, productiviteit, sociale mobiliteit, groei, sociale innovatie en het scheppen van banen; de rol van onderwijs en opleiding bij de aanpak van ongelijkheden;

de rol van onderwijs en opleiding bij de aanpak van ongelijkheden; opzet van het onderwijs- en opleidingsstelsel; pedagogische en vernieuwende praktijken; activiteiten ter bevordering van zelfontplooiing, creativiteit, zelfstandigheid en kritisch denken; op maat gemaakte begeleiding die iedere jongere helpt om de school of opleiding met goed gevolg te doorlopen;

indicatoren voor sociale duurzaamheid, die niet slechts op het bbp zijn gebaseerd, in het bijzonder nieuwe economische en bedrijfsmodellen en nieuwe financiële technologieën;

indicatoren voor sociale duurzaamheid, die niet slechts op het bbp zijn gebaseerd, in het bijzonder nieuwe economische en bedrijfsmodellen en nieuwe financiële technologieën ; verscheidenheid van economische, sociale en milieudoelstellingen en van de taken van ondernemingen ;

statistische en andere economische instrumenten waarmee meer inzicht kan worden verkregen in groei en innovatie in een context van trage productiviteitsverbeteringen;

statistische en andere economische instrumenten waarmee meer inzicht kan worden verkregen in groei en innovatie in een context van trage productiviteitsverbeteringen;

nieuwe soorten werk, de rol van werk, tendensen en veranderingen betreffende arbeidsmarkten en inkomens in de huidige samenlevingen, en de gevolgen daarvan voor de inkomensverdeling, non-discriminatie, met inbegrip van gendergelijkheid en sociale inclusie;

nieuwe soorten werk, de rol van werk, de plaats van werknemers binnen de onderneming, tendensen en veranderingen betreffende arbeidsmarkten en inkomens in de huidige samenlevingen, en de gevolgen daarvan voor de inkomensverdeling, non-discriminatie, met inbegrip van gendergelijkheid en sociale inclusie;

belasting- en uitkeringsstelsels, in combinatie met het beleid op het gebied van sociale zekerheid en sociale investeringen, met het oog op de bestrijding van ongelijkheden en de aanpak van de negatieve gevolgen van technologie, demografische ontwikkelingen en diversiteit;

belasting- en uitkeringsstelsels, in combinatie met het beleid op het gebied van sociale zekerheid en sociale investeringen, met het oog op de bestrijding van ongelijkheden en de aanpak van de negatieve gevolgen van technologie, demografische ontwikkelingen en diversiteit;

menselijke mobiliteit op wereldschaal en op plaatselijk niveau met het oog op beter migratiebeheer en integratie van migranten, met inbegrip van vluchtelingen; naleving van internationale verbintenissen en mensenrechten; betere toegang tot hoogwaardig onderwijs, opleiding, ondersteunende diensten en actief en inclusief burgerschap, in het bijzonder voor kwetsbare groepen;

menselijke mobiliteit op wereldschaal en op plaatselijk niveau met het oog op beter migratiebeheer en integratie van migranten, met inbegrip van vluchtelingen; naleving van internationale verbintenissen en mensenrechten; betere toegang tot hoogwaardig onderwijs, opleiding, ondersteunende diensten en actief en inclusief burgerschap, in het bijzonder voor kwetsbare groepen;

onderwijs- en opleidingsstelsels waarmee de digitale transformatie van de EU wordt bevorderd en optimaal wordt benut en de risico’s van wereldwijde onderlinge verbondenheid en technologische innovaties worden beheerst, in het bijzonder de opkomende onlinerisico’s, ethische vraagstukken, sociaal-economische ongelijkheden en radicale veranderingen op markten;

onderwijs- en opleidingsstelsels waarmee de digitale transformatie van de EU wordt bevorderd en optimaal wordt benut en de risico’s van wereldwijde onderlinge verbondenheid en technologische innovaties worden beheerst, in het bijzonder de opkomende onlinerisico’s, ethische vraagstukken, sociaal-economische ongelijkheden en radicale veranderingen op markten;

modernisering van overheidsinstanties om te beantwoorden aan de verwachtingen van burgers op het gebied van dienstverlening, transparantie, toegankelijkheid, openheid, verantwoordingsplicht en gebruikersgerichtheid;

modernisering van overheidsinstanties om te beantwoorden aan de verwachtingen van burgers op het gebied van dienstverlening, transparantie, toegankelijkheid, openheid, verantwoordingsplicht en gebruikersgerichtheid;

doeltreffendheid van justitiële stelsels en verbeterde toegang tot justitie, op basis van onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en de beginselen van de rechtsstaat, met eerlijke, doelmatige en transparante procedures voor zowel civiel- als strafrechtelijke zaken.

doeltreffendheid van justitiële stelsels en verbeterde toegang tot justitie, op basis van onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en de beginselen van de rechtsstaat, met eerlijke, doelmatige en transparante procedures voor zowel civiel- als strafrechtelijke zaken.

Wijzigingsvoorstel 46

Bijlage I, pijler II (blz. 35)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

3.2.

Actiegebieden

3.2.

Actiegebieden

3.2.1.

Industriële technologieën

3.2.1.

Horizontale hefbomen voor transformatie en prestatie

De industrie is een belangrijke bron van werkgelegenheid en welvaart in de EU: zij produceert meer dan drie kwart van de wereldwijde uitvoer van de EU en creëert meer dan 100 miljoen directe en indirecte banen. De grootste uitdaging voor de EU-industrie is het om op wereldniveau concurrerend te blijven met slimmere en meer op maat gemaakte producten met een hoge toegevoegde waarde, die tegen veel lagere energiekosten zijn geproduceerd. Creatieve en culturele input zal cruciaal zijn om toegevoegde waarde te genereren.

De toekomst van de industrie hangt af van technologische uitdagingen, maar ook van sociale en organisatorische kwesties die bepalend zijn voor haar concurrentievermogen, vaak slecht worden begrepen en een nieuwe ontwikkeling van kennis, verspreiding en toe-eigening vereisen.

 

Grote lijnen

Opzet van de waardeketens en van de samenwerking binnen deze ketens; verdeling van de toegevoegde waarde, onderhandelings- en prijsbepalingsmechanismen; instrumenten voor uitwisseling van informatie en samenwerking, co-designbenaderingen; gebruik van virtual en augmented reality in het ontwerp, voorbereiding op industrialisering en opleiding van medewerkers;

Clustervorming, lokale samenwerkingsnetwerken, ontwikkeling van territoriale innovatie-ecosystemen en innovatiehubs; ontwikkeling van positieve externe effecten door steden en regio’s ten behoeve van hun aantrekkingskracht en het concurrentievermogen van de industrie;

Ergonomie en verbetering van de arbeidsvoorwaarden; toegang tot een leven lang leren en aanpassing van vaardigheden aan de transformatie van beroepen; mobilisering van de ervaring en creativiteit van werknemers;

Het wegnemen van belemmeringen voor de transformatie, met name de digitale transformatie, van bedrijven: toegang tot financiering, innovatie en vaardigheden; ontwikkeling en beheer van transformatiestrategieën, begeleiding bij de veranderingen; ontwikkeling van de vertegenwoordiging van de industrie en van beroepen in de industrie.

 

3.2.2.

Industriële technologieën

De industrie is een belangrijke bron van werkgelegenheid en welvaart in de EU: zij produceert meer dan drie kwart van de wereldwijde uitvoer van de EU en creëert meer dan 100 miljoen directe en indirecte banen. De grootste uitdaging voor de EU-industrie is het om op wereldniveau concurrerend te blijven met slimmere en meer op maat gemaakte producten met een hoge toegevoegde waarde, die tegen veel lagere energiekosten zijn geproduceerd. Creatieve en culturele input zal cruciaal zijn om toegevoegde waarde te genereren.

Motivering

Momenteel gaat binnen Horizon Europa niet of nauwelijks aandacht uit naar horizontale en organisatorische aspecten. Deze leveren echter een grote bijdrage tot de transformatie en het concurrentievermogen van de industrie. Europa heeft op dit punt behoefte aan meer wetenschappelijke kennis en meer innovatie.

Wijzigingsvoorstel 47

Bijlage I, pijler II (blz. 44)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

TOELICHTING

TOELICHTING

DEEL II — Bijlage I

DEEL II — Bijlage I

Punt 4 CLUSTER „KLIMAAT, ENERGIE EN MOBILITEIT” (COM(2018) 436 blz. 43)

Punt 4 CLUSTER „KLIMAAT, ENERGIE EN MOBILITEIT” (COM(2018) 436, blz. 43)

4.1.

Motivering

4.1.

Motivering

[…]

[…]

De activiteiten in het kader van dit cluster dragen in het bijzonder bij tot het behalen van de doelen van de energie-unie en van de digitale eengemaakte markt, de agenda voor banen, groei en investeringen, de versterking van de EU als wereldspeler, de nieuwe strategie voor het industriebeleid van de EU, de circulaire economie, het grondstoffeninitiatief, de Veiligheidsunie en de stedelijke agenda, alsook het gemeenschappelijk landbouwbeleid van de EU en de wettelijke voorschriften van de EU voor de beperking van geluidshinder en luchtverontreiniging.

De activiteiten in het kader van dit cluster dragen in het bijzonder bij tot het behalen van de doelen van de energie-unie en van de digitale eengemaakte markt, de agenda voor banen, groei en investeringen, de versterking van de EU als wereldspeler, de nieuwe strategie voor het industriebeleid van de EU, de circulaire economie, blauwe groei, het grondstoffeninitiatief, de Veiligheidsunie en de stedelijke agenda, alsook het gemeenschappelijk landbouwbeleid , het geïntegreerd maritiem beleid en het gemeenschappelijk visserijbeleid van de EU en de wettelijke voorschriften van de EU voor de beperking van geluidshinder en luchtverontreiniging.

[…]

[…]

Motivering

Er moet ook worden verwezen naar de sectoren maritieme zaken en visserij, die immers van cruciaal belang zijn voor de EU.

Wijzigingsvoorstel 48

Bijlage I, pijler II, punt 4.2.5 „Gemeenschappen en steden” (blz. 48)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Grote lijnen

Grote lijnen

[…]

[…]

levenskwaliteit van de burgers, veilige mobiliteit, stedelijke sociale innovatie, circulaire en regeneratieve capaciteit van steden, kleinere ecologische voetafdruk en afname van vervuiling;

levenskwaliteit van de burgers, veilige mobiliteit, stedelijke sociale innovatie, circulaire en regeneratieve capaciteit van steden, kleinere ecologische voetafdruk en afname van vervuiling;

 

mobilisatie van burgers in steden en regio’s, democratische uitdagingen rond de milieu- en energietransitie; sociale aanvaardbaarheid en draagvlak voor de met het verloop van de transitie verband houdende veranderingen; vermindering van ongelijkheden in verband met de aanpassing aan de klimaatverandering en de milieu- en energietransitie;

[…]

[…]

Wijzigingsvoorstel 49

Bijlage I, pijler II, punt 5.2.4 „Zeeën en oceanen” (blz. 55)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Grote lijnen

Grote lijnen

[…]

[…]

blauwe waardeketens, meervoudig gebruik van de mariene ruimte en groei van de sector hernieuwbare energie met behulp van zeeën en oceanen, waaronder duurzame microalgen en zeewier;

blauwe waardeketens, meervoudig gebruik van de mariene ruimte en groei van de maritieme industrie, waaronder de sector hernieuwbare energie met behulp van zeeën en oceanen, waaronder duurzame microalgen en zeewier;

 

het grensvlak tussen land en zee in kustgebieden, duurzaamheid van de verschillende bedrijfstakken in de blauwe economie, met inbegrip van visserij en mariene aquacultuur alsook kusttoerisme; systemische benaderingen van de duurzame ontwikkeling van haven- en kustgebieden; problematiek rond de verstedelijking en de vergrijzing van de bevolking in kustgebieden;

natuurlijke oplossingen op basis van de dynamiek van de zee- en kustecosystemen,

natuurlijke oplossingen op basis van de dynamiek van de zee- en kustecosystemen,

[…]

[…]

Wijzigingsvoorstel 50

Bijlage I, pijler II, punt 6.2.2 „Wereldwijde uitdagingen” (blz. 61)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

2.

Inclusieve en veilige samenleving

2.

Inclusieve en veilige samenleving

Onderzoek naar ongelijkheid, armoede en uitsluiting, sociale mobiliteit, culturele diversiteit en vaardigheden; beoordeling van sociale, demografische en technologische transformaties in de economie en samenleving;

Onderzoek naar ongelijkheid, armoede en uitsluiting, sociale mobiliteit, culturele diversiteit en vaardigheden; beoordeling van sociale, demografische en technologische transformaties in de economie en samenleving;

 

Onderzoek naar het ontstaan van ongelijkheden op school en naar de ontwikkeling van een onderwijs- en opleidingsstelsel dat iedereen het hele leven lang betere slagings- en zelfontplooiingskansen biedt;

ondersteuning van de instandhouding van cultureel erfgoed;

ondersteuning van de instandhouding van cultureel erfgoed;

[…]

[…]

Wijzigingsvoorstel 51

Bijlage I, pijler II (blz. 63)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

5.

Levensmiddelen en natuurlijke hulpbronnen;

5.

Levensmiddelen en natuurlijke hulpbronnen;

[…]

[…]

EU-referentielaboratoria voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding, genetisch gemodificeerde organismen en materialen die met levensmiddelen in contact komen;

EU-referentielaboratoria voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding, genetisch gemodificeerde organismen en materialen die met levensmiddelen in contact komen;

 

kenniscentrum voor lokale voedselsystemen;

kenniscentrum voor levensmiddelenfraude en -kwaliteit;

kenniscentrum voor levensmiddelenfraude en -kwaliteit;

kenniscentrum voor bio-economie.

kenniscentrum voor bio-economie.

Wijzigingsvoorstel 52

Bijlage I „Programma-activiteiten”, pijler III „Open innovatie”, zevende alinea (blz. 66)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Europa kan alleen een koppositie innemen bij de nieuwe golf van baanbrekende innovatie als de volgende knelpunten zijn opgelost:

Europa kan alleen een koppositie innemen bij de nieuwe golf van baanbrekende innovatie als de volgende knelpunten zijn opgelost:

verbetering van de omzetting van wetenschap in innovatie, om de overgang van ideeën, technologieën en talenten uit de onderzoeksbasis naar startende ondernemingen en het bedrijfsleven te versnellen;

verbetering van de omzetting van wetenschap in innovatie, om de overgang van ideeën, technologieën en talenten uit de onderzoeksbasis naar startende ondernemingen en het bedrijfsleven te versnellen;

versnelling van de industriële transformatie: de Europese industrie loopt achter bij de toepassing en opschaling van nieuwe technologieën: 77 % van de jonge en grote O & O-bedrijven bevindt zich in de VS of Azië en slechts 16 % in Europa;

versnelling van de industriële transformatie: de Europese industrie loopt achter bij de toepassing en opschaling van nieuwe technologieën: 77 % van de jonge en grote O&O-bedrijven bevindt zich in de VS of Azië en slechts 16 % in Europa;

toename van risicofinanciering om financieringskloven te overbruggen: de Europese innovators hebben te lijden onder een gebrek aan risicofinanciering. Risicokapitaal is van cruciaal belang om baanbrekende innovaties om te zetten in wereldwijd toonaangevende bedrijven, maar het bedrag dat in Europa wordt geïnvesteerd bedraagt minder dan een kwart van dat in de VS en Azië. Europa moet de „vallei des doods”, waarin ideeën en innovaties sneuvelen doordat de kloof tussen overheidssteun en particuliere investeringen te groot is, overbruggen, in het bijzonder voor risicovolle baanbrekende innovaties en langetermijninvesteringen;

toename van risicofinanciering om financieringskloven te overbruggen: de Europese innovators hebben te lijden onder een gebrek aan risicofinanciering. Risicokapitaal is van cruciaal belang om baanbrekende innovaties om te zetten in wereldwijd toonaangevende bedrijven, maar het bedrag dat in Europa wordt geïnvesteerd bedraagt minder dan een kwart van dat in de VS en Azië. Europa moet de „vallei des doods”, waarin ideeën en innovaties sneuvelen doordat de kloof tussen overheidssteun en particuliere investeringen te groot is, overbruggen, in het bijzonder voor risicovolle baanbrekende innovaties en langetermijninvesteringen;

verbetering en vereenvoudiging van het Europese landschap voor financiering en ondersteuning van onderzoek en innovatie: de veelheid aan financieringsbronnen maakt het landschap voor innovators ingewikkeld. Er moet samenwerking en coördinatie zijn tussen het optreden van de EU en andere publieke en private initiatieven op Europees, nationaal en regionaal niveau, zodat er betere ondersteuning is en de beschikbare capaciteiten beter op elkaar worden afgestemd, en de EU moet Europese innovators een overzichtelijk landschap bieden;

verbetering en vereenvoudiging van het Europese landschap voor financiering en ondersteuning van onderzoek en innovatie: de veelheid aan financieringsbronnen maakt het landschap voor innovators ingewikkeld. Er moet samenwerking en coördinatie zijn tussen het optreden van de EU en andere publieke en private initiatieven op Europees, nationaal en regionaal niveau, zodat er betere ondersteuning is en de beschikbare capaciteiten beter op elkaar worden afgestemd, en de EU moet Europese innovators een overzichtelijk landschap bieden;

tegengaan van fragmentatie van het innovatie-ecosysteem. Europa heeft steeds meer innovatiehotspots, maar zij sluiten niet goed op elkaar aan. Ondernemingen met internationale groeimogelijkheden hebben te maken met gefragmenteerde nationale markten, met verschillende talen, bedrijfsculturen en voorschriften.

tegengaan van fragmentatie van het innovatie-ecosysteem. Europa heeft steeds meer innovatiehotspots, maar zij sluiten niet goed op elkaar aan. Ondernemingen met internationale groeimogelijkheden hebben te maken met gefragmenteerde nationale markten, met verschillende talen, bedrijfsculturen en voorschriften.

 

erkenning van de territoriale verankering van wetenschap en innovatie en van de aanzienlijke bijdrage van regionale innovatie-ecosystemen en innovatiehubs, die snel kunnen reageren en baanbrekende innovaties kunnen initiëren, en die kunnen zorgen voor een continue begeleiding van de transformatie van de waardeketens in Europa en van de inspanningen voor de ontwikkeling van vaardigheden en menselijke hulpbronnen. Te dien einde moet beter rekening worden gehouden met slimme specialisaties en de vorming van netwerken daarvan.

Wijzigingsvoorstel 53

Bijlage I „Programma-activiteiten”, pijler III „Open innovatie”, elfde alinea (blz. 67)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

De EIC zal rechtstreekse steun verlenen voor baanbrekende innovaties, maar ook de algemene omgeving waarin Europese innovaties ontstaan en worden bevorderd moet verder worden ontwikkeld en verbeterd: in heel Europa moet gezamenlijk worden gewerkt aan de ondersteuning van innovatie op alle mogelijke manieren, waarbij het beleid en de middelen van de EU waar mogelijk complementair zijn met nationaal beleid en nationale middelen . Daarom zorgt deze pijler ook voor:

De EIC zal rechtstreekse steun verlenen voor baanbrekende innovaties, maar ook de algemene omgeving waarin Europese innovaties ontstaan en worden bevorderd moet verder worden ontwikkeld en verbeterd: in heel Europa , zijn lidstaten en hun regio’s moet gezamenlijk worden gewerkt aan de ondersteuning van innovatie op alle mogelijke manieren, waarbij het beleid en de middelen op lokaal, regionaal, nationaal en EU-niveau waar mogelijk complementair zijn. Daarom zorgt deze pijler ook voor:

hernieuwde en versterkte mechanismen voor coördinatie en samenwerking met de lidstaten en de geassocieerde landen, maar ook met particuliere initiatieven, om alle soorten Europese innovatie-ecosystemen en de actoren daarvan te ondersteunen;

hernieuwde en versterkte mechanismen voor coördinatie en samenwerking met de lokale en regionale overheden, de lidstaten en de geassocieerde landen, maar ook met particuliere initiatieven, om alle soorten Europese innovatie-ecosystemen en de actoren daarvan te ondersteunen;

ondersteuning van het Europees Instituut voor innovatie en technologie (EIT) en de kennis- en innovatiegemeenschappen (KIG’s).

ondersteuning van het Europees Instituut voor innovatie en technologie (EIT) en de kennis- en innovatiegemeenschappen (KIG’s).

Wijzigingsvoorstel 54

Bijlage I „Programma-activiteiten”, pijler III „Open innovatie”, deel 1 „De Europese innovatieraad”, punt 1.1 (blz. 68)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Bijzondere aandacht zal worden besteed aan goede en doelmatige complementariteit met individuele of in een netwerk opgenomen initiatieven van de lidstaten, bijvoorbeeld in de vorm van een Europees partnerschap.

Bijzondere aandacht zal worden besteed aan goede en doelmatige complementariteit met individuele of in een netwerk opgenomen initiatieven van de lidstaten en regionale innovatie-ecosystemen en innovatiehubs, bijvoorbeeld in de vorm van een Europees partnerschap. In het belang van de gesteunde projecten zullen de Pathfinder en de Accelerator ervoor zorgen dat hun bijstand wordt geïntegreerd in een doorlopende keten van projectondersteuning. De EIC zal een permanente dialoog onderhouden met de nationale, regionale en lokale autoriteiten voor innovatie om een goede complementariteit van de steunmaatregelen te waarborgen en de coördinatie en samenwerking te maximaliseren, onder meer via medegefinancierde programma’s. Deze dialoog is een eerste vereiste voor de toekenning van excellentiekeurmerken door de EIC.

Wijzigingsvoorstel 55

Bijlage I, pijler III (blz. 72)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

1.1.3.

Aanvullende EIC-activiteiten

1.1.3.

Aanvullende EIC-activiteiten

De EIC zal ook uitvoering geven aan:

De EIC zal ook uitvoering geven aan:

EIC-diensten voor bedrijfsacceleratie, ter ondersteuning van de activiteiten en acties van Pathfinder en Accelerator. Deze zullen tot doel hebben de EIC-gemeenschap van innovators die steun ontvangen, waaronder financiering op basis van het Excellentiekeurmerk, te koppelen aan investeerders, partners en overheidsafnemers. Er zullen uiteenlopende coaching- en mentoringdiensten worden verleend aan EIC-acties. Innovators zal toegang worden gegeven tot internationale netwerken van potentiële partners, onder meer uit de industrie, om een waardeketen aan te vullen of marktkansen te ontwikkelen, en investeerders en andere bronnen van particuliere of bedrijfsfinanciering te vinden. De activiteiten zullen live-evenementen (zoals bemiddelingsevenementen en pitchsessies) omvatten, maar ook de ontwikkeling van matchingplatforms of het gebruik van bestaande platforms, in nauwe samenspraak met de financiële intermediairs die ondersteund worden door InvestEU en met de EIB-groep. Bij deze activiteiten zullen ook uitwisselingen worden bevorderd, als methode waarmee men binnen het innovatie-ecosysteem van elkaar kan leren, en daarbij zal met name een beroep worden gedaan op de leden van het adviescollege van de EIC en de EIC-Fellows;

EIC-diensten voor bedrijfsacceleratie, ter ondersteuning van de activiteiten en acties van Pathfinder en Accelerator. Deze zullen tot doel hebben de EIC-gemeenschap van innovators die steun ontvangen, waaronder financiering op basis van het Excellentiekeurmerk, te koppelen aan investeerders, partners en overheidsafnemers , alsook aan nationale en lokale actoren die innovatie ondersteunen en in staat zijn de EIC-steunverlening aan te vullen en de innovators langdurig te begeleiden . Er zullen uiteenlopende coaching- en mentoringdiensten worden verleend aan EIC-acties. Innovators zal toegang worden gegeven tot internationale netwerken van potentiële partners, onder meer uit de industrie, om een waardeketen aan te vullen of marktkansen te ontwikkelen, en investeerders en andere bronnen van particuliere of bedrijfsfinanciering te vinden. De activiteiten zullen live-evenementen (zoals bemiddelingsevenementen en pitchsessies) omvatten, maar ook de ontwikkeling van matchingplatforms of het gebruik van bestaande platforms, in nauwe samenspraak met de financiële intermediairs die ondersteund worden door InvestEU en met de EIB-groep. Bij deze activiteiten zullen ook uitwisselingen worden bevorderd, als methode waarmee men binnen het innovatie-ecosysteem van elkaar kan leren, en daarbij zal met name een beroep worden gedaan op de leden van het adviescollege van de EIC en de EIC-Fellows;

Wijzigingsvoorstel 56

Bijlage I „Programma-activiteiten”, pijler III „Open innovatie”, deel 1 „De Europese innovatieraad”, punt 1.2.2 (blz. 73)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

1.2.2.

EIC-programmabeheerders

De Commissie zal een proactieve benadering hanteren voor het beheer van risicovolle projecten, door middel van toegang tot de nodige deskundigheid.

1.2.2.

EIC-programmabeheerders

De Commissie zal een proactieve benadering hanteren voor het beheer van risicovolle projecten, door middel van toegang tot de nodige deskundigheid.

De Commissie zal op tijdelijke basis een aantal EIC-programmabeheerders aanstellen, die haar zullen bijstaan met een technologische visie en operationele ondersteuning.

De Commissie zal op tijdelijke basis een aantal EIC-programmabeheerders aanstellen, die haar zullen bijstaan met een technologische visie en operationele ondersteuning.

De programmabeheerders zullen worden aangeworven uit verschillende werkterreinen, waaronder het bedrijfsleven, universiteiten, nationale laboratoria en onderzoekscentra. Zij zullen zorgen voor inbreng van grondige deskundigheid uit jarenlange persoonlijke ervaring in het veld. Het zal gaan om erkende leidinggevenden, die leiding hebben gegeven aan multidisciplinaire onderzoeksteams of grote onderzoeksprogramma’s, en weten hoe belangrijk het is om hun visies telkens weer, en op creatieve wijze, uit te dragen in brede kring. Ten slotte zullen zij ervaring hebben met het beheer van grote budgets, waarvoor een grote verantwoordelijkheidszin vereist is.

De programmabeheerders zullen worden aangeworven uit verschillende werkterreinen, waaronder publieke actoren die gespecialiseerd zijn op het gebied van innovatie, het bedrijfsleven, universiteiten, nationale laboratoria en onderzoekscentra. Zij zullen zorgen voor inbreng van grondige deskundigheid uit jarenlange persoonlijke ervaring in het veld. Het zal gaan om erkende leidinggevenden, die leiding hebben gegeven aan multidisciplinaire onderzoeksteams of grote onderzoeksprogramma’s, en weten hoe belangrijk het is om hun visies telkens weer, en op creatieve wijze, uit te dragen in brede kring. Ten slotte zullen zij ervaring hebben met het beheer van grote budgets, waarvoor een grote verantwoordelijkheidszin vereist is.

Wijzigingsvoorstel 57

Bijlage I „Programma-activiteiten”, pijler III „Open innovatie”, deel 2 „Europese innovatie-ecosystemen”, punt 2.1 (blz. 75)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

2.1.

Motivering

2.1.

Motivering

Om het innovatiepotentieel van onderzoekers, ondernemers, de industrie en de samenleving als geheel volledig te benutten, moet de EU op alle niveaus werken aan een betere omgeving waarin innovatie kan gedijen. Dit betekent dat moet worden gewerkt aan de ontwikkeling van een doeltreffend innovatie-ecosysteem op EU-niveau, en dat samenwerking, netwerkvorming en de uitwisseling van ideeën, financiële middelen en vaardigheden tussen nationale en lokale innovatie-ecosystemen moeten worden aangemoedigd.

Om het innovatiepotentieel van onderzoekers, ondernemers, de industrie en de samenleving als geheel volledig te benutten, moet de EU op alle niveaus werken aan een betere omgeving waarin innovatie kan gedijen. Dit betekent dat moet worden gewerkt aan de ontwikkeling van een doeltreffend innovatie-ecosysteem op EU-niveau, en dat samenwerking, netwerkvorming en de uitwisseling van ideeën, financiële middelen en vaardigheden tussen nationale en lokale innovatie-ecosystemen moeten worden aangemoedigd.

De EU moet ook streven naar de ontwikkeling van ecosystemen die, behalve aan innovatie in het bedrijfsleven, ook steun verlenen aan sociale innovatie en innovatie in de overheidssector. De overheidssector moet namelijk zelf innoveren en vernieuwen om de bestuurlijke en regelgevingsomslag te kunnen maken die nodig is om de grootschalige toepassing van nieuwe technologieën te ondersteunen en te kunnen voldoen aan de groeiende vraag van burgers naar efficiëntere en doelmatigere dienstverlening. Sociale innovaties zijn cruciaal om de welvaart van onze samenlevingen te vergroten.

De EU moet ook streven naar de ontwikkeling van ecosystemen die, behalve aan innovatie in het bedrijfsleven, ook steun verlenen aan sociale innovatie en innovatie in de verenigingssector, de non-profitsector en de overheidssector. Deze sectoren moeten namelijk zelf innoveren en vernieuwen om de bestuurlijke en regelgevingsomslag te kunnen maken die nodig is om de grootschalige toepassing van nieuwe technologieën te ondersteunen en te kunnen voldoen aan de groeiende vraag van burgers naar efficiëntere en doelmatigere dienstverlening. Sociale innovaties zijn cruciaal om de welvaart van onze samenlevingen te vergroten.

Wijzigingsvoorstel 58

Bijlage I „Programma-activiteiten”, pijler III „Open innovatie”, deel 2 „Europese innovatie-ecosystemen”, punt 2.2 (blz. 75)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

2.2.

Actiegebieden

2.2.

Actiegebieden

In eerste instantie zal de Commissie een EIC-forum opzetten, waaraan de overheidsinstanties en -organen van de lidstaten en de geassocieerde landen zullen deelnemen die belast zijn met het nationale innovatiebeleid en nationale innovatieprogramma’s, teneinde de coördinatie van en de dialoog over de ontwikkeling van het innovatie-ecosysteem van de EU te verbeteren. In dit EIC-forum zal de Commissie:

In eerste instantie zal de Commissie een EIC-forum opzetten, waaraan de overheidsinstanties en -organen van de lidstaten, steden en regio’s en de geassocieerde landen zullen deelnemen die belast zijn met het nationale innovatiebeleid en nationale innovatieprogramma’s, teneinde de coördinatie van en de dialoog over de ontwikkeling van het innovatie-ecosysteem van de EU te verbeteren. In dit EIC-forum zal de Commissie:

bespreken hoe innovatievriendelijke regelgeving kan worden ontwikkeld door het innovatiebeginsel te blijven toepassen en innovatieve benaderingen te ontwikkelen voor openbare aanbestedingen, met inbegrip van de ontwikkeling en verbetering van het instrument Overheidsopdrachten voor innovatie (PPI), om innovatie te bevorderen. De Waarnemingspost voor innovatie in de overheidssector zal eveneens steun blijven verlenen aan interne innovatie door overheden, naast de aangepaste beleidsondersteuningsfaciliteit;

bespreken hoe innovatievriendelijke regelgeving kan worden ontwikkeld door het innovatiebeginsel te blijven toepassen en innovatieve benaderingen te ontwikkelen voor openbare aanbestedingen, met inbegrip van de ontwikkeling en verbetering van het instrument Overheidsopdrachten voor innovatie (PPI), om innovatie te bevorderen. De Waarnemingspost voor innovatie in de overheidssector zal eveneens steun blijven verlenen aan interne innovatie door overheden, naast de aangepaste beleidsondersteuningsfaciliteit;

bijdragen tot afstemming van de onderzoeks- en innovatieagenda’s op de inspanningen van de EU om een open markt voor kapitaalstromen en investeringen te versterken, zoals de ontwikkeling van essentiële randvoorwaarden voor innovatie in het kader van de Kapitaalmarktunie;

bijdragen tot afstemming van de onderzoeks- en innovatieagenda’s op de inspanningen van de EU om een open markt voor kapitaalstromen en investeringen te versterken, zoals de ontwikkeling van essentiële randvoorwaarden voor innovatie in het kader van de Kapitaalmarktunie;

de coördinatie verbeteren tussen nationale innovatieprogramma’s en de EIC, teneinde operationele synergieën te bevorderen en overlappingen te vermijden, door gegevens over de programma’s en de uitvoering ervan, middelen en deskundigheid, analyse en monitoring van trends in de technologie en innovatie uit te wisselen en de respectieve gemeenschappen van innovators met elkaar te verbinden;

de coördinatie verbeteren tussen nationale , regionale en lokale innovatieprogramma’s en de EIC, teneinde operationele synergieën te bevorderen en overlappingen te vermijden, door gegevens over de programma’s en de uitvoering ervan, middelen en deskundigheid, analyse en monitoring van trends in de technologie en innovatie uit te wisselen en de respectieve gemeenschappen van innovators met elkaar te verbinden;

 

een impuls geven aan de identificatie, beschrijving, erkenning en bevordering van regionale innovatie-ecosystemen en innovatiehubs, de koppeling ervan in het kader van slimme specialisatie en de afstemming ervan binnen consortia die een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan de verwezenlijking van de doelstellingen van het programma, met name van de pijler „Open innovatie”;

een gezamenlijke strategie voor communicatie over innovatie in de EU vast te stellen. Die zal gericht zijn op stimulering van de meest getalenteerde innovators en ondernemers in de EU, en in het bijzonder jonge drijvende krachten, kleine en middelgrote ondernemingen en startende ondernemers, ook uit onverwachte hoeken van de EU. Er zal nadruk worden gelegd op de meerwaarde van de EU die technische, niet-technische en sociale innovators voor de EU-burgers kunnen realiseren door hun idee of visie uit te bouwen tot een bloeiende onderneming (sociale waarde/impact, banen en groei, maatschappelijke vooruitgang).

een gezamenlijke strategie voor communicatie over innovatie in de EU vast te stellen. Die zal gericht zijn op stimulering van de meest getalenteerde innovators en ondernemers in de EU, en in het bijzonder jonge drijvende krachten, kleine en middelgrote ondernemingen en startende ondernemers, ook uit onverwachte hoeken van de EU. Er zal nadruk worden gelegd op de meerwaarde van de EU die technische, niet-technische en sociale innovators voor de EU-burgers kunnen realiseren door hun idee of visie uit te bouwen tot een bloeiende onderneming (sociale waarde/impact, banen en groei, maatschappelijke vooruitgang).

Er zullen activiteiten worden uitgevoerd om ervoor te zorgen dat de typen acties van de EIC, met hun specifieke focus op baanbrekende innovatie, een nuttige aanvulling vormen op de activiteiten die worden uitgevoerd door de lidstaten en de geassocieerde landen, maar ook door particuliere initiatieven, teneinde steun te verlenen voor alle soorten innovatie, en alle innovators in de hele EU te bereiken en adequaat en beter te ondersteunen.

Er zullen activiteiten worden uitgevoerd om ervoor te zorgen dat de typen acties van de EIC, met hun specifieke focus op baanbrekende innovatie, een nuttige aanvulling vormen op de activiteiten die worden uitgevoerd door de lidstaten , regio’s en steden en de geassocieerde landen, maar ook door particuliere initiatieven, teneinde steun te verlenen voor alle soorten innovatie, en alle innovators in de hele EU te bereiken en adequaat en beter te ondersteunen.

Motivering

Steden en regio’s en hun innovatie-ecosystemen moeten centraal staan binnen de EIC.

Wijzigingsvoorstel 59

Bijlage I „Programma-activiteiten”, pijler III „Open innovatie”, deel 2 „Europese innovatie-ecosystemen”, punt 2.2 (blz. 76)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

De EU zal daartoe:

De EU zal daartoe:

ondersteuning en medefinanciering verlenen aan gezamenlijke innovatieprogramma’s die beheerd worden door autoriteiten die op nationaal, regionaal of lokaal niveau belast zijn met innovatiebeleid en -programma’s van de overheid, waarbij ook particuliere entiteiten die innovatie en innovators ondersteunen als partner betrokken mogen zijn. Dergelijke vraaggestuurde gezamenlijke programma’s kunnen onder meer gericht zijn op steun in de aanvangsfase en voor haalbaarheidsstudies, samenwerking tussen universiteiten en ondernemingen, steun voor gezamenlijk onderzoek van kleine en middelgrote hightechondernemingen, technologie- en kennisoverdracht, internationalisering van kleine en middelgrote ondernemingen, marktanalyse en marktontwikkeling, digitalisering van kleine en middelgrote lowtechondernemingen, financieringsinstrumenten voor activiteiten betreffende innovaties die vrijwel marktrijp zijn of marktintroductie en sociale innovatie. Er kunnen ook gezamenlijke initiatieven in verband met openbare aanbestedingen in worden opgenomen die ervoor zorgen dat innovaties in de publieke sector worden afgenomen, in het bijzonder ter ondersteuning van de ontwikkeling van nieuw beleid. Daarmee kan de innovatie in de publieke dienstverlening in het bijzonder worden gestimuleerd en kunnen marktkansen worden geboden aan Europese innovators;

ondersteuning en medefinanciering verlenen aan gezamenlijke innovatieprogramma’s die beheerd worden door autoriteiten die op nationaal, regionaal of lokaal niveau belast zijn met innovatiebeleid en -programma’s van de overheid, waarbij ook particuliere entiteiten die innovatie en innovators ondersteunen als partner betrokken mogen zijn. Voor deze gezamenlijke programma’s kunnen consortia van regionale innovatie-ecosystemen en innovatiehubs worden opgezet. Dergelijke vraaggestuurde gezamenlijke programma’s kunnen onder meer gericht zijn op steun in de aanvangsfase en voor haalbaarheidsstudies (met inbegrip van aanvullend proof-of-concept-onderzoek, demonstratieprojecten en proefproductielijnen) , samenwerking tussen universiteiten en ondernemingen, steun voor gezamenlijk onderzoek van kleine en middelgrote hightechondernemingen, technologie- en kennisoverdracht, internationalisering van kleine en middelgrote ondernemingen, marktanalyse en marktontwikkeling, digitalisering van kleine en middelgrote lowtechondernemingen, financieringsinstrumenten voor activiteiten betreffende innovaties die vrijwel marktrijp zijn of marktintroductie en sociale innovatie. Er kunnen ook gezamenlijke initiatieven in verband met openbare aanbestedingen in worden opgenomen die ervoor zorgen dat innovaties in de publieke sector worden afgenomen, in het bijzonder ter ondersteuning van de ontwikkeling van nieuw beleid. Daarmee kan de innovatie in de publieke dienstverlening in het bijzonder worden gestimuleerd en kunnen marktkansen worden geboden aan Europese innovators;

steun verlenen voor gezamenlijke programma’s voor diensten op het gebied van mentoring, coaching, technische bijstand en dergelijke, die in de nabijheid van innovators worden verleend door netwerken als het Enterprise Europe Network (EEN), clusters, pan-Europese platforms zoals Startup Europe, publieke en private lokale spelers op het gebied van innovatie, in het bijzonder starterscentra, en innovatiehubs, die bovendien onderling kunnen worden verbonden om partnerschap tussen innovators te bevorderen. Er kan ook steun worden verleend voor de verbetering van „soft skills” voor innovatie, bijvoorbeeld aan netwerken van beroepsopleidingsinstellingen, in nauwe samenwerking met het Europees Instituut voor innovatie en technologie;

steun verlenen voor gezamenlijke programma’s voor diensten op het gebied van mentoring, coaching, technische bijstand en dergelijke, die in de nabijheid van innovators worden verleend door netwerken als het Enterprise Europe Network (EEN), clusters, pan-Europese platforms zoals Startup Europe, publieke en private regionale en lokale spelers op het gebied van innovatie, in het bijzonder starterscentra, en innovatiehubs, die bovendien onderling kunnen worden verbonden om partnerschap tussen innovators te bevorderen. Er kan ook steun worden verleend voor de verbetering van „soft skills” voor innovatie, bijvoorbeeld aan netwerken van beroepsopleidingsinstellingen, in nauwe samenwerking met het Europees Instituut voor innovatie en technologie;

Wijzigingsvoorstel 60

Bijlage I „Programma-activiteiten”, pijler III „Open innovatie”, deel 2 „Europese innovatie-ecosystemen”, punt 2.2 (blz. 76-77)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

De EU zal ook acties opzetten die nodig zijn voor verdere monitoring en verbetering van het algemene innovatielandschap en de innovatiebeheercapaciteit in Europa.

De EU zal ook acties opzetten die nodig zijn voor verdere monitoring en verbetering van het algemene innovatielandschap en de innovatiebeheercapaciteit in Europa.

 

De Commissie zal samen met de steden en regio’s een forum over regionale innovatie-ecosystemen en innovatiehubs organiseren opdat er meer inzicht ontstaat in de voorwaarden waaronder innovatie-ecosystemen en innovatiehubs ontstaan en floreren en in de bijdrage die zij aan de wetenschappelijke excellentie in Europa en aan dynamische innovatieve ontwikkelingen kunnen leveren, en om hun bijdrage aan de uitvoering van het programma en aan de verwezenlijking van de doelstellingen ervan te vergemakkelijken en te vergroten.

De ondersteunende activiteiten voor het ecosysteem zullen door de Commissie worden uitgevoerd, met ondersteuning van een uitvoerend agentschap voor het evaluatieproces.

De ondersteunende activiteiten voor het ecosysteem zullen door de Commissie worden uitgevoerd, met ondersteuning van een uitvoerend agentschap voor het evaluatieproces.

Wijzigingsvoorstel 61

Bijlage I „Programma-activiteiten”, pijler III „Open innovatie”, deel 3 „Europees instituut voor innovatie en technologie”, punt 3.1, tweede alinea (blz. 78)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Er zijn nog inspanningen nodig om ecosystemen te ontwikkelen waarin onderzoekers, innovators, industriële ondernemingen en overheden eenvoudig kunnen samenwerken.

Er zijn nog inspanningen nodig om ecosystemen te ontwikkelen waarin onderzoekers, innovators, industriële ondernemingen en overheden , alsook lokale en regionale overheden, eenvoudig kunnen samenwerken.

Wijzigingsvoorstel 62

Bijlage I „Programma-activiteiten”, pijler III „Open innovatie”, deel 3 „Europees instituut voor innovatie en technologie”, punt 3.1, vierde alinea (blz. 78)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Door de aard en de omvang van de uitdagingen waarvoor men bij innovatie wordt gesteld, is het nodig spelers en middelen op Europese schaal met elkaar te verbinden en te mobiliseren, door grensoverschrijdende samenwerking te bevorderen.

Door de aard en de omvang van de uitdagingen waarvoor men bij innovatie wordt gesteld, is het nodig spelers en middelen op Europese schaal met elkaar te verbinden en te mobiliseren, door transregionale en grensoverschrijdende samenwerking te bevorderen.

Wijzigingsvoorstel 63

Bijlage I „Programma-activiteiten”, pijler III „Open innovatie”, deel 3 „Europees instituut voor innovatie en technologie”, punt 3.2.1 (blz. 79)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

3.2.

Actiegebieden

3.2.

Actiegebieden

3.2.1.

Duurzame innovatie-ecosystemen in heel Europa

Het EIT zal een grotere rol spelen bij de versterking van duurzame innovatie-ecosystemen in heel Europa. Daarbij zal het EIT hoofdzakelijk gebruik blijven maken van zijn kennis- en innovatiegemeenschappen (KIG’s), de grootschalige Europese partnerschappen die specifieke maatschappelijke uitdagingen aanpakken. Het zal de omringende innovatie-ecosystemen blijven versterken door de integratie van onderzoek, innovatie en onderwijs te bevorderen. Voorts zal het EIT zijn regionaal innovatieprogramma (EIT-RIS) uitbreiden om slecht presterende regio’s in heel Europa de innovatiekloof te helpen overbruggen. Het EIT zal werken met innovatie-ecosystemen die veelbelovend zijn vanwege hun strategie, thematische afstemming en impact, in nauwe synergie met de strategieën en platforms voor slimme specialisatie.

3.2.1.

Duurzame innovatie-ecosystemen in heel Europa

Het EIT zal een grotere rol spelen bij de versterking van duurzame innovatie-ecosystemen in heel Europa. Daarbij zal het EIT hoofdzakelijk gebruik blijven maken van zijn kennis- en innovatiegemeenschappen (KIG’s), de grootschalige Europese partnerschappen die specifieke maatschappelijke uitdagingen aanpakken. Het zal de omringende innovatie-ecosystemen blijven versterken door de integratie van onderzoek, innovatie en onderwijs te bevorderen. Voorts zal het EIT zijn regionaal innovatieprogramma (EIT-RIS) uitbreiden om slecht presterende regio’s in heel Europa de innovatiekloof te helpen overbruggen. Het EIT zal werken met innovatie-ecosystemen , vooral met regionale innovatie-ecosystemen en innovatiehubs, die veelbelovend zijn vanwege hun strategie, thematische afstemming en impact, in nauwe synergie met de strategieën en platforms voor slimme specialisatie.

Wijzigingsvoorstel 64

Bijlage I „Programma-activiteiten”, pijler III „Open innovatie”, deel 3 „Europees instituut voor innovatie en technologie”, punt 3.2.4 (blz. 80)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Grote lijnen

Grote lijnen

Samenwerking met de EIC bij de stroomlijning van de steun aan sterk innovatieve ondernemingen in de opstart- en opschaalfase (financiering en diensten), in het bijzonder via de KIG’s;

Samenwerking met de EIC bij de stroomlijning van de steun aan sterk innovatieve ondernemingen in de opstart- en opschaalfase (financiering en diensten), in het bijzonder via de KIG’s;

planning en uitvoering van EIT-activiteiten om maximale synergie en complementariteit te bereiken met de acties in het kader van de pijler „Wereldwijde uitdagingen en industrieel concurrentievermogen”;

planning en uitvoering van EIT-activiteiten om maximale synergie en complementariteit te bereiken met de acties in het kader van de pijler „Wereldwijde uitdagingen en industrieel concurrentievermogen”;

overleg met de EU-lidstaten op zowel nationaal als regionaal niveau, instelling van een gestructureerde dialoog en coördinatie van de inspanningen om synergieën met bestaande nationale initiatieven mogelijk te maken, teneinde goede praktijken en geleerde lessen te signaleren, uit te wisselen en te verspreiden;

—overleg met de EU-lidstaten op zowel nationaal niveau als met de lokale en regionale overheden , instelling van een gestructureerde dialoog en coördinatie van de inspanningen om synergieën met bestaande nationale , regionale en lokale initiatieven mogelijk te maken, teneinde goede praktijken en geleerde lessen te signaleren, uit te wisselen en te verspreiden;

Wijzigingsvoorstel 65

Bijlage I „Programma-activiteiten”, onderdeel „Versterking van de Europese onderzoeksruimte”, vierde alinea (blz. 82)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Bovendien wordt onderzoek en innovatie door sommigen beschouwd als een afstandelijke en elitaire activiteit die geen duidelijke voordelen oplevert voor de burgers, waardoor een houding ontstaat die het bedenken en toepassen van innovatieve oplossingen belemmert en waardoor sceptisch wordt aangekeken tegen overheidsbeleid op basis van wetenschappelijke gegevens. Daarom moeten er hechtere banden worden gesmeed tussen wetenschappers, burgers en beleidsmakers en moeten er krachtigere benaderingen komen voor het bundelen van wetenschappelijke gegevens.

Deze verschillen en ongelijkheden in de toegang tot onderzoek en innovatie hebben het vertrouwen van de burgers geschonden. Daarnaast wordt onderzoek en innovatie door sommigen ook beschouwd als een afstandelijke en elitaire activiteit die geen duidelijke voordelen oplevert voor de burgers, waardoor een houding ontstaat die het bedenken en toepassen van innovatieve oplossingen belemmert en waardoor sceptisch wordt aangekeken tegen overheidsbeleid op basis van wetenschappelijke gegevens. Daarom moeten de verschillen worden aangepakt en er hechtere banden worden gesmeed tussen wetenschappers, burgers en beleidsmakers en moeten er krachtigere benaderingen komen voor het bundelen van wetenschappelijke gegevens.

Wijzigingsvoorstel 66

Bijlage I „Programma-activiteiten”, onderdeel „Versterking van de Europese onderzoeksruimte”, vijfde alinea (blz. 82)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

De EU moet nu hogere eisen stellen aan de kwaliteit en impact van haar onderzoeks- en innovatiesysteem, waarvoor de Europese Onderzoeksruimte (EOR) nieuw leven moet worden ingeblazen en beter moet worden ondersteund door het kaderprogramma van de EU voor onderzoek en innovatie. Er is met name behoefte aan een reeks samenhangende, maar toch op maat gemaakte EU-maatregelen, in combinatie met hervormingen en prestatieverbeteringen op nationaal niveau (waaraan de door het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling gesteunde strategieën voor slimme specialisatie een bijdrage kunnen leveren) en, anderzijds, institutionele veranderingen in onderzoekfinancierende en onderzoekverrichtende organisaties, waaronder universiteiten. Door op EU-niveau de krachten te bundelen, kunnen synergieën worden benut en kan de vereiste schaalgrootte worden bereikt om de ondersteuning van nationale beleidshervormingen efficiënter te maken en een groter effect te doen sorteren.

De EU moet nu hogere eisen stellen aan de kwaliteit en impact van haar onderzoeks- en innovatiesysteem, waarvoor de Europese Onderzoeksruimte (EOR) nieuw leven moet worden ingeblazen en beter moet worden ondersteund door het kaderprogramma van de EU voor onderzoek en innovatie. Er is met name behoefte aan een reeks samenhangende, maar toch op maat gemaakte EU-maatregelen, in combinatie met hervormingen en prestatieverbeteringen op nationaal , regionaal en lokaal niveau (waaraan de door het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling gesteunde strategieën voor slimme specialisatie een bijdrage kunnen leveren) en, anderzijds, institutionele veranderingen in onderzoekfinancierende en onderzoekverrichtende organisaties, waaronder universiteiten. Door op EU-niveau de krachten te bundelen, kunnen synergieën worden benut en kan de vereiste schaalgrootte worden bereikt om de ondersteuning van nationale , regionale en lokale beleidshervormingen efficiënter te maken en een groter effect te doen sorteren.

Wijzigingsvoorstel 67

Bijlage I „Programma-activiteiten”, onderdeel „Versterking van de Europese onderzoeksruimte”, zesde alinea (blz. 83)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

De activiteiten die in het kader van dit onderdeel worden ondersteund, zijn gericht op de beleidsprioriteiten van de EOR, waarmee ook een algemene bijdrage wordt geleverd aan alle onderdelen van Horizon Europa. Er zijn ook activiteiten mogelijk om de mobiliteit van onderzoekers en innovators in de hele EOR te bevorderen („brain circulation”).

De activiteiten die in het kader van dit onderdeel worden ondersteund, zijn gericht op de beleidsprioriteiten van de EOR, waarmee ook een algemene bijdrage wordt geleverd aan alle onderdelen van Horizon Europa. Er zijn ook activiteiten mogelijk om de mobiliteit van onderzoekers en innovators in de hele EOR te bevorderen („brain circulation”). Weer andere activiteiten kunnen gericht zijn op ondersteuning van de vorming, structurering en excellentie van nieuwe regionale innovatie-ecosystemen en innovatiehubs in lidstaten en regio’s met een ontwikkelingsachterstand op het vlak van onderzoek en innovatie.

Wijzigingsvoorstel 68

Bijlage I „Programma-activiteiten”, „Versterking van de Europese onderzoeksruimte”, deel 1 „Delen van excellentie” (blz. 84)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Grote lijnen

Grote lijnen

Teamvorming, om in de in aanmerking komende landen nieuwe kenniscentra op te richten of bestaande kenniscentra te verbeteren, voortbouwend op partnerschappen tussen toonaangevende wetenschappelijke instellingen en partnerinstellingen;

Teamvorming, om in de in aanmerking komende landen nieuwe regionale innovatie-ecosystemen en innovatiehubs en nieuwe kenniscentra op te richten of bestaande kenniscentra te verbeteren, voortbouwend op partnerschappen tussen toonaangevende wetenschappelijke instellingen en partnerinstellingen;

samenwerkingsverbanden om een universiteit of onderzoeksorganisatie uit een in aanmerking komend land op een bepaald gebied aanzienlijk te versterken door haar te koppelen aan onderzoeksinstellingen van wereldklasse uit andere lidstaten of geassocieerde landen;

samenwerkingsverbanden om een universiteit of onderzoeksorganisatie uit een in aanmerking komend land op een bepaald gebied aanzienlijk te versterken door haar te koppelen aan onderzoeksinstellingen van wereldklasse uit andere lidstaten of geassocieerde landen;

EOR-leerstoelen, om universiteiten of onderzoeksorganisaties te ondersteunen bij het aantrekken en behouden van personele middelen van hoge kwaliteit, onder leiding van een uitmuntende onderzoeker en onderzoeksleider (de „EOR-leerstoelhouder”), en om structurele veranderingen door te voeren om duurzaam excellente prestaties te leveren;

EOR-leerstoelen, om universiteiten of onderzoeksorganisaties te ondersteunen bij het aantrekken en behouden van personele middelen van hoge kwaliteit, onder leiding van een uitmuntende onderzoeker en onderzoeksleider (de „EOR-leerstoelhouder”), en om structurele veranderingen door te voeren om duurzaam excellente prestaties te leveren;

Europese samenwerking inzake wetenschap en technologie (COST), met ambitieuze voorwaarden voor de inclusie van in aanmerking komende landen, en andere maatregelen om wetenschappelijke netwerken te vormen, capaciteit op te bouwen en onderzoekers uit deze landen te ondersteunen bij de ontwikkeling van hun loopbaan. 80 % van het totale COST-budget zal worden besteed aan acties die volledig zijn afgestemd op de doelstellingen van dit actiegebied.

Europese samenwerking inzake wetenschap en technologie (COST), met ambitieuze voorwaarden voor de inclusie van in aanmerking komende landen, en andere maatregelen om wetenschappelijke netwerken te vormen, capaciteit op te bouwen en onderzoekers uit deze landen te ondersteunen bij de ontwikkeling van hun loopbaan. 80 % van het totale COST-budget zal worden besteed aan acties die volledig zijn afgestemd op de doelstellingen van dit actiegebied;

 

transregionale samenwerking in het kader van gezamenlijke slimme specialisaties en tussen regionale innovatie-ecosystemen en innovatiehubs door de deelname van opkomende en zich ontwikkelende ecosystemen te begeleiden en te vergemakkelijken.

Wijzigingsvoorstel 69

Bijlage I „Programma-activiteiten”, deel 2 „Hervorming en versterking van het onderzoeks- en innovatiesysteem van de EU” (blz. 86)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Beleidshervormingen op nationaal niveau zullen onderling worden versterkt door de ontwikkeling van beleidsinitiatieven, onderzoek, netwerken, partnerschappen, coördinatie, gegevensverzameling en -monitoring, en evaluatie op EU-niveau.

Beleidshervormingen op nationaal , regionaal en lokaal niveau zullen onderling worden versterkt door de ontwikkeling van beleidsinitiatieven, onderzoek, netwerken, partnerschappen, coördinatie, gegevensverzameling en -monitoring, en evaluatie op EU-niveau.

Grote lijnen

Grote lijnen

Versterking van de empirische basis voor het onderzoeks- en innovatiebeleid, zodat meer inzicht wordt verkregen in de verschillende dimensies en componenten van de nationale onderzoeks- en innovatiesystemen, met inbegrip van drijvende krachten, effecten en gerelateerd beleid;

Versterking van de empirische basis voor het onderzoeks- en innovatiebeleid, zodat meer inzicht wordt verkregen in de verschillende dimensies en componenten van de nationale , regionale en lokale onderzoeks- en innovatiesystemen, met inbegrip van drijvende krachten, effecten en gerelateerd beleid;

prognoseactiviteiten om op participatieve wijze te anticiperen op toekomstige behoeften, in coördinatie en samenspraak met nationale agentschappen en toekomstgerichte belanghebbenden, waarbij wordt voortgebouwd op verbeteringen van de prognosemethoden, de uitkomsten relevanter worden gemaakt voor het beleid en tegelijkertijd gebruik wordt gemaakt van synergieën in het programma en daarbuiten;

prognoseactiviteiten om op participatieve wijze te anticiperen op toekomstige behoeften, in coördinatie en samenspraak met nationale agentschappen , lokale en regionale overheden en toekomstgerichte belanghebbenden, waarbij wordt voortgebouwd op verbeteringen van de prognosemethoden, de uitkomsten relevanter worden gemaakt voor het beleid en tegelijkertijd gebruik wordt gemaakt van synergieën in het programma en daarbuiten;

versnelling van de transitie naar open wetenschap, door monitoring, analyse en ondersteuning van de ontwikkeling en uitvoering van het beleid en de praktijken van open wetenschap op het niveau van de lidstaten, regio’s, instellingen en onderzoekers, op een wijze die de synergieën en de samenhang op EU-niveau maximaliseert;

versnelling van de transitie naar open wetenschap, door monitoring, analyse en ondersteuning van de ontwikkeling en uitvoering van het beleid en de praktijken van open wetenschap op het niveau van de lidstaten, regio’s, steden, instellingen en onderzoekers, op een wijze die de synergieën en de samenhang op EU-niveau maximaliseert;

ondersteuning van hervormingen van nationaal onderzoeks- en innovatiebeleid, onder meer door middel van een versterkt dienstenpakket van de beleidsondersteuningsfaciliteit (PSF) (namelijk collegiale toetsingen, specifieke ondersteuningsactiviteiten, wederzijdse leerervaringen en het kenniscentrum) voor de lidstaten en geassocieerde landen, waarbij gezorgd wordt voor synergie met het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, de Ondersteuningsdienst voor structurele hervormingen (SRSS) en het hervormingsinstrument;

ondersteuning van hervormingen van nationaal , regionaal en lokaal onderzoeks- en innovatiebeleid, onder meer door middel van een versterkt dienstenpakket van de beleidsondersteuningsfaciliteit (PSF) (namelijk collegiale toetsingen, specifieke ondersteuningsactiviteiten, wederzijdse leerervaringen en het kenniscentrum) voor de lidstaten , regio’s en steden, en geassocieerde landen, waarbij gezorgd wordt voor synergie met het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, de Ondersteuningsdienst voor structurele hervormingen (SRSS) en het hervormingsinstrument;

 

steun voor de vorming, structurering en ontwikkeling van regionale innovatie-ecosystemen en innovatiehubs. Op gezamenlijk verzoek van een lidstaat en lokale en regionale overheden kan een specifieke samenwerkingsactie tussen de Commissie en deze nationale, regionale en lokale actoren worden uitgevoerd om de inzet van het EFRO en het ESF+ op het gebied van onderzoek en innovatie relevanter te maken, de toegang tot Horizon Europa te vergemakkelijken en de synergieën tussen de verschillende fondsen en het kaderprogramma te versterken, bijvoorbeeld in het kader van nieuwe Europese partnerschappen en medegefinancierde programma’s. De diensten en agentschappen van de Commissie die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van Horizon Europa zullen hierbij rechtstreeks worden betrokken;

II.   BELEIDSAANBEVELINGEN

HET EUROPEES COMITÉ VAN DE REGIO’S

1.

dringt opnieuw aan op een alomvattende aanpak van de financiële inspanningen van de Unie ten behoeve van onderzoek, opleiding en innovatie, aangezien een dergelijke aanpak thans bij de begrotingsactiviteiten ontbreekt.

2.

Het Comité is van mening dat het niveau van de aan Horizon Europa toegewezen middelen in de huidige begrotingscontext bevredigend is en dat alleen een sterke verhoging van de EU-begroting een herbeoordeling kan rechtvaardigen, die dan op pijler III en „versterking van de Europese onderzoeksruimte” toegespitst zou moeten worden.

3.

Het Comité is bezorgd over de dreigende toename van de ongelijkheden tussen de steden en regio’s die de grootste begunstigden zijn van het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie, waarvoor meer middelen zullen worden uitgetrokken, en de andere steden en regio’s, die de gevolgen zullen ondervinden van de verlaging van de budgetten voor het cohesiebeleid. Het herhaalt dat de Unie conform artikel 174 VWEU haar optreden gericht op de versterking van de economische, sociale en territoriale samenhang moet ontwikkelen en vervolgen. Het Comité wijst erop dat de maatregelen om de ongelijkheden tussen regio’s te verkleinen, om de uitdagingen — waaronder de demografische — het hoofd te bieden en om de toegang van alle regio’s tot Horizon Europa te bevorderen, niet volstaan.

4.

Het Comité dringt erop aan dat terdege rekening wordt gehouden met de excellentie die in alle lidstaten en regio’s van de EU te vinden is, zodat de wetenschappelijke excellentie in heel Europa, en niet alleen in enkele grote regio’s en metropolen, naar een hoger niveau kan worden getild.

5.

Het Comité benadrukt dat de lokale en regionale realiteit op het gebied van innovatie inmiddels beter in aanmerking wordt genomen in Horizon Europa, maar betreurt ten zeerste dat de territoriale verankering van wetenschappelijke excellentie, de bijdrage van regionale innovatie-ecosystemen en innovatiehubs aan de dynamiek van de Unie en de rol van de lokale en regionale overheden bij de programmering en uitvoering van onderzoeks- en innovatiemaatregelen nog altijd niet erkend worden. Willen deze factoren terdege in aanmerking genomen worden, dan dient er een formele definitie van regionale innovatie-ecosystemen en innovatiehubs vastgelegd te worden.

6.

Het Comité dringt er met klem op aan dat de lokale en regionale overheden ten volle worden betrokken bij de strategische planning ter begeleiding van de uitvoering van Horizon Europa, en dat in dit verband rekening wordt gehouden met strategieën voor slimme specialisatie.

7.

Het Comité acht het noodzakelijk dat bij de effectbeoordeling van programma’s en projecten voortaan ook altijd naar de territoriale effecten wordt gekeken.

8.

Het Comité acht het van essentieel belang dat expliciet wordt gewezen op de noodzakelijke koppeling van Europees, nationaal, regionaal en lokaal innovatiebeleid en dat lokale en regionale overheden als belanghebbenden deel uitmaken van de Europese Innovatieraad.

9.

Het Comité staat volledig achter de nieuwe Europese partnerschappen en de medegefinancierde acties, die bij uitstek gebruikt kunnen worden voor het financieren van transregionale samenwerkingsverbanden en programma’s die door consortia van regionale innovatie-ecosystemen en innovatiehubs worden geleid (aanpak om steden en regio’s te ontsluiten). Het dringt erop aan dat een aanzienlijk deel van Horizon Europa, met name de pijlers II en III, op deze wijze ten uitvoer wordt gelegd.

10.

Het Comité zou graag zien dat alle middelen die in het kader van Horizon Europa worden ingezet voor de medefinanciering van een actie of actieprogramma, onderworpen worden aan de voor dat programma geldende wettelijke voorschriften, met name op het gebied van staatssteun.

11.

Het Comité acht het van essentieel belang dat de synergieën tussen de verschillende fondsen en het kaderprogramma nauwkeurig worden omkaderd, uitgaande van coherentie, complementariteit, compatibiliteit, co-constructie en erkenning van lokale actoren. Het benadrukt dat een doeltreffende co-constructiebenadering, met name bij de invoering van het excellentiekeurmerk, van cruciaal belang is.

12.

Het Comité is er sterk tegen gekant dat systematisch door de lidstaten wordt besloten of een deel van de middelen van het cohesiebeleid naar Horizon Europa overgeheveld wordt. Het stelt nadrukkelijk dat het aan de betrokken beheersautoriteit moet zijn om van deze mogelijkheid gebruik te maken en dat deze autoriteit en de Commissie samen moeten bepalen hoe een en ander plaatsvindt en moeten waarborgen dat de vrijgemaakte middelen weer bij het betrokken geografische gebied terechtkomen.

13.

Het Comité benadrukt het belang en het nut van maatregelen ter ondersteuning van de „Europese innovatie-ecosystemen” in het kader van pijler III, en dringt erop aan dat het budget hiervoor aanzienlijk wordt verhoogd en dat deze aanpak met name op regionale innovatie-ecosystemen en innovatiehubs wordt toegespitst.

14.

Wat pijler II betreft, vreest het Comité dat de „missies” gebanaliseerd dreigen te worden en pleit het ervoor de in het verslag-Lamy voorgestelde operationele en co-constructiebenadering weer te hanteren. Het Comité maakt zich ook zorgen over de onbelangrijke plaats die aan sociale en menswetenschappen wordt toegekend en dringt erop aan dat het scala aan thema’s binnen de cluster „Inclusieve en veilige samenleving” wordt uitgebreid.

15.

Het Comité dringt erop aan dat in het kader van de cluster „Levensmiddelen en natuurlijke hulpbronnen” op het gebied van landbouw prioriteit wordt gegeven aan onderzoek naar agro-ecologische en agrobosbouwkundige productiemethoden alsook aan de ontwikkeling van lokale agrovoedingssystemen.

16.

Het Comité stelt vast dat de Commissievoorstellen recht doen aan het evenredigheids- en het subsidiariteitsbeginsel. Het benadrukt dat het belangrijk is rekening te houden met de voorstellen in dit verslag om de conclusies die voortvloeien uit de werkzaamheden van de taskforce Subsidiariteit concreet uit te kunnen voeren.

Brussel, 9 oktober 2018.

De voorzitter van het Europees Comité van de Regio's

Karl-Heinz LAMBERTZ


Top