This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52018AR3891
Opinion of the European Committee of the Regions — Horizon Europe: the Framework Programme 9 for Research and Innovation
Advies van het Europees Comité van de Regio’s „Horizon Europa: het negende kaderprogramma voor onderzoek en innovatie”
Advies van het Europees Comité van de Regio’s „Horizon Europa: het negende kaderprogramma voor onderzoek en innovatie”
COR 2018/03891
PB C 461 van 21.12.2018, pp. 79–124
(BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
21.12.2018 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 461/79 |
Advies van het Europees Comité van de Regio’s „Horizon Europa: het negende kaderprogramma voor onderzoek en innovatie”
(2018/C 461/11)
|
I. AANBEVELINGEN VOOR WIJZIGINGEN
Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van Horizon Europa — het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie, en tot vaststelling van de regels voor deelname en verspreiding
(COM(2018) 435 final — 2018/0224 (COD))
Wijzigingsvoorstel 1
Overweging 2
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
Om wetenschappelijke, economische en maatschappelijke effecten te behalen met het oog op deze algemene doelstelling, moet de Unie via Horizon Europa, het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie 2021-2027 („het programma”), investeren in onderzoek en innovatie met het oog op het creëren en verbreiden van hoogwaardige kennis en technologieën, het versterken van het effect van onderzoek en innovatie op het gebied van ontwikkeling, het ondersteunen en uitvoeren van het beleid van de Unie, het ondersteunen van de toepassing van innovatieve oplossingen in de industrie en de samenleving om wereldwijde uitdagingen aan te pakken en het industriële concurrentievermogen te stimuleren, het bevorderen van alle vormen van innovatie, met inbegrip van baanbrekende innovatie, en de marktintroductie van innovatieve oplossingen versterken en het optimaliseren van de inzet van dergelijke investeringen om het effect ervan binnen een versterkte Europese Onderzoeksruimte te vergroten. |
Om wetenschappelijke, economische, maatschappelijke en territoriale effecten te behalen met het oog op deze algemene doelstelling, moet de Unie via Horizon Europa, het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie 2021-2027 („het programma”), investeren in onderzoek en innovatie met het oog op het creëren en verbreiden van hoogwaardige kennis en technologieën, het versterken van het effect van onderzoek en innovatie op het gebied van ontwikkeling, het ondersteunen en uitvoeren van het beleid van de Unie, het ondersteunen van de toepassing van innovatieve oplossingen in de industrie en de samenleving om wereldwijde uitdagingen aan te pakken en het industriële concurrentievermogen te stimuleren, het bevorderen van alle vormen van innovatie, met inbegrip van baanbrekende innovatie, en de marktintroductie van innovatieve oplossingen versterken en het optimaliseren van de inzet van dergelijke investeringen om het effect ervan binnen een versterkte Europese Onderzoeksruimte te vergroten. |
Wijzigingsvoorstel 2
Overweging 9
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
De inhoud van de onderzoeksactiviteiten die uit hoofde van de pijler „Open wetenschap” worden uitgevoerd, moet worden bepaald op basis van de behoeften en mogelijkheden van de wetenschap. De onderzoeksagenda moet in nauw overleg met de wetenschappelijke gemeenschap worden vastgesteld. Onderzoek moet worden gefinancierd op basis van excellentie. |
De inhoud van de onderzoeksactiviteiten die uit hoofde van de pijler „Open wetenschap” worden uitgevoerd, moet worden bepaald op basis van de behoeften en mogelijkheden van de wetenschap. De onderzoeksagenda moet in nauw overleg met de wetenschappelijke gemeenschap worden vastgesteld. Onderzoek moet worden gefinancierd op basis van excellentie en verwachte effecten . |
Wijzigingsvoorstel 3
Overweging 13
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
Het programma moet op een geïntegreerde wijze steun verlenen aan onderzoek en innovatie, met inachtneming van alle relevante bepalingen van de Wereldhandelsorganisatie. Het concept onderzoek, waaronder experimentele ontwikkeling, moet worden gebruikt in overeenstemming met het Frascati-handboek van de OESO, terwijl het concept innovatie moet worden gebruikt in overeenstemming met het Oslo-handboek van de OESO en Eurostat, waarbij een brede aanpak moet worden gevolgd die sociale innovatie omvat. Zoals in het vorige kaderprogramma Horizon 2020 moet met de OESO-definities betreffende het niveau van technologische paraatheid (TRL) verder rekening worden gehouden bij de classificatie van activiteiten op het gebied van technologisch onderzoek, productontwikkeling en demonstratie, alsmede met de definities van de soorten acties die in oproepen tot het indienen van voorstellen kunnen worden gebruikt. Subsidies worden in beginsel niet toegekend voor acties waarvan de activiteiten TRL 8 overschrijden. Het werkprogramma voor een bepaalde oproep tot het indienen van voorstellen in het kader van de pijler „Wereldwijde uitdagingen en industrieel concurrentievermogen” kan subsidies toestaan voor grootschalige productvalidatie en marktreplicatie. |
Het programma moet op een geïntegreerde wijze steun verlenen aan onderzoek en innovatie in al hun gedaanten , met inachtneming van alle relevante bepalingen van de Wereldhandelsorganisatie. Het concept onderzoek, waaronder experimentele ontwikkeling, moet worden gebruikt in overeenstemming met het Frascati-handboek van de OESO, terwijl het concept innovatie moet worden gebruikt in overeenstemming met het Oslo-handboek van de OESO en Eurostat, waarbij een brede aanpak moet worden gevolgd die sociale innovatie omvat. Zoals in het vorige kaderprogramma Horizon 2020 moet met de OESO-definities betreffende het niveau van technologische paraatheid (TRL) verder rekening worden gehouden bij de classificatie van activiteiten op het gebied van technologisch onderzoek, productontwikkeling en demonstratie, alsmede met de definities van de soorten acties die in oproepen tot het indienen van voorstellen kunnen worden gebruikt. Het werkprogramma voor een bepaalde oproep tot het indienen van voorstellen in het kader van de pijler „Wereldwijde uitdagingen en industrieel concurrentievermogen” kan subsidies toestaan voor grootschalige productvalidatie en marktreplicatie. |
Motivering
De mogelijkheid om in de laatste fasen voorafgaand aan de marktintroductie subsidie te verlenen, mag niet geschrapt worden.
Wijzigingsvoorstel 4
Overweging 15
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
In het kader van het programma moet worden gestreefd naar synergieën met andere programma’s van de Unie, gaande van het ontwerp en de strategische planning tot de monitoring, audits en governance van het programma, met inbegrip van de selectie van de projecten, het beheer, de communicatie en de verspreiding en exploitatie van de resultaten. Teneinde dubbel werk en overlappingen te vermijden en het hefboomeffect van de EU-financiering te vergroten, is de overdracht van andere programma’s van de Unie naar Horizon Europa mogelijk. In dat geval volgen zij de regels van Horizon Europa. |
Bij zijn strategische planning streeft Horizon Europa naar synergieën met andere programma’s van de Unie, gaande van het ontwerp en de strategische planning , rekening houdend met de nationale strategieën en de strategieën voor slimme specialisatie (S3), tot de monitoring, audits en governance van het programma, met inbegrip van de selectie van de projecten, het beheer, de communicatie en de verspreiding en exploitatie van de resultaten. Teneinde dubbel werk en overlappingen te vermijden en het hefboomeffect van de EU-financiering te vergroten, is combineren met regionale en nationale openbare middelen en de overdracht van andere programma’s van de Unie naar Horizon Europa mogelijk , zulks in samenhang met de bestaande S3 . In dat geval volgen zij de regels van Horizon Europa. |
Wijzigingsvoorstel 5
Overweging 16
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
Om ervoor te zorgen dat de EU-financiering een zo groot mogelijk effect heeft en op de meest doeltreffende wijze bijdraagt aan de beleidsdoelstellingen van de Unie, moet het programma Europese partnerschappen aangaan met partners uit de particuliere en/of publieke sector. Die partners zijn onder meer de industrie, onderzoeksorganisaties, organen met een openbaredienstverleningstaak op lokaal, regionaal, nationaal of internationaal niveau en maatschappelijke organisaties zoals stichtingen die onderzoek en innovatie ondersteunen en/of verrichten, op voorwaarde dat de gewenste effecten doeltreffender kunnen worden verwezenlijkt door een partnerschap dan door de Unie alleen. |
Om ervoor te zorgen dat de EU-financiering een zo groot mogelijk effect heeft en op de meest doeltreffende wijze bijdraagt aan de beleidsdoelstellingen van de Unie, moet het programma Europese partnerschappen aangaan met partners uit de particuliere en/of publieke sector. Die partners zijn onder meer de industrie, onderzoeksorganisaties en universiteiten, regio’s en steden , organen met een openbaredienstverleningstaak op lokaal, regionaal, nationaal of internationaal niveau en maatschappelijke organisaties zoals stichtingen die onderzoek en innovatie ondersteunen en/of verrichten, op voorwaarde dat de gewenste effecten doeltreffender kunnen worden verwezenlijkt door een partnerschap dan door de Unie alleen. |
Wijzigingsvoorstel 6
Overweging 19
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
In het kader van de pijler „Open innovatie” moet een reeks maatregelen worden vastgesteld voor de geïntegreerde ondersteuning van de behoeften van ondernemers en ondernemerschap om baanbrekende innovatie te verwezenlijken en te versnellen met het oog op een snelle groei van de markt. Deze pijler moet innovatieve bedrijven aantrekken die het potentieel hebben om op te schalen tot Unie-en internationaal niveau en moet snelle en flexibele subsidies en co-investeringen bieden, ook in samenwerking met particuliere investeerders. Deze doelstellingen moeten worden nagestreefd door middel van de oprichting van een Europese Innovatieraad (EIC). Deze pijler moet ook het Europees Instituut voor innovatie en technologie (EIT) en de Europese innovatie-ecosystemen in het algemeen ondersteunen, met name via medefinancieringspartnerschappen met nationale en regionale innovatieondersteunende actoren. |
In het kader van de pijler „Open innovatie” moet een reeks maatregelen worden vastgesteld voor de geïntegreerde ondersteuning van de behoeften van innovatoren, ondernemers en ondernemerschap om baanbrekende innovatie te verwezenlijken en te versnellen met het oog op een snelle groei van de markt. Deze pijler moet innovatieve bedrijven aantrekken die het potentieel hebben om op te schalen tot Unie-en internationaal niveau en moet snelle en flexibele subsidies en co-investeringen bieden, ook in samenwerking met particuliere en publieke investeerders. Deze doelstellingen moeten worden nagestreefd door middel van de oprichting van een Europese Innovatieraad (EIC). Deze pijler moet ook het Europees Instituut voor innovatie en technologie (EIT) en de lokale, regionale, nationale en Europese innovatie-ecosystemen ondersteunen, met name via medefinancieringspartnerschappen met nationale en regionale innovatieondersteunende actoren. |
Motivering
De doelstellingen van de pijler „Open innovatie” moeten duidelijker gericht zijn op de hele doelgroep, niet alleen op ondernemers. Bovendien moet expliciet worden vermeld dat ook met publieke investeerders samengewerkt kan worden, op gelijke voet met particuliere investeerders.
Wijzigingsvoorstel 7
Nieuwe alinea na artikel 2, punt 3
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
|
„Regionale innovatie-ecosystemen en innovatiehubs” verenigen publieke en particuliere actoren van „quadruple helix”-netwerken (universiteiten, bedrijfsleven, publieke beleidsmakers, maatschappelijk middenveld), gestructureerd op lokaal en regionaal niveau. Deze actoren coördineren hun onderzoeks-, innovatie- en opleidingsactiviteiten en zorgen voor een snellere onderlinge verspreiding van resultaten, kennisoverdracht, innovatie en ontwikkeling van nieuwe economische activiteiten en diensten die duurzame banen opleveren, waarbij zij voor een korte afstand tot burgers en hun behoeften op lokaal niveau zorgen en de resultaten van hun onderzoek en innovatie zo dicht mogelijk bij de samenleving en de markt brengen. |
Motivering
Een formele definitie van regionale innovatie-ecosystemen en innovatiehubs, die de omstandigheden van zowel steden als regio’s dekt, is noodzakelijk om ervoor te zorgen dat deze systemen en hubs bij alle onderdelen van Horizon Europa daadwerkelijk in aanmerking worden genomen en erkend worden.
Wijzigingsvoorstel 8
Artikel 2, punt 5
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
||||
|
|
Wijzigingsvoorstel 9
Artikel 3, lid 1
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
De algemene doelstelling van het programma bestaat in het behalen van wetenschappelijke, economische en maatschappelijke effecten met de investeringen van de Unie in onderzoek en innovatie, met het oog op het versterken van de wetenschappelijke en technologische basis van de Unie en het vergroten van het concurrentievermogen van onder meer de industrie van de Unie , alsook het verwezenlijken van de strategische prioriteiten van de Unie en het bijdragen aan het aanpakken van wereldwijde uitdagingen, met name de doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling. |
De algemene doelstelling van het programma bestaat in het behalen van wetenschappelijke, economische, maatschappelijke en territoriale effecten met de investeringen van de Unie in onderzoek en innovatie, met het oog op het versterken van de wetenschappelijke en technologische basis van de Unie en het vergroten van het concurrentievermogen van alle EU-lidstaten en alle steden en regio’s, waaronder het concurrentievermogen van hun industrie, met name door bij te dragen aan de vorming van een kennis- en innovatiemaatschappij , alsook het verwezenlijken van de strategische prioriteiten van de Unie en het bijdragen aan het aanpakken van wereldwijde uitdagingen, met name de doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling. |
Wijzigingsvoorstel 10
Artikel 3, lid 2
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
||||
|
|
Wijzigingsvoorstel 11
Artikel 6, lid 6
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
De uitvoering van het specifieke programma is gebaseerd op een transparante en strategische meerjarige planning van onderzoeks- en innovatieactiviteiten, met name voor de pijler „Wereldwijde uitdagingen en industrieel concurrentievermogen”, na overleg met belanghebbenden over de prioriteiten, de geschikte soorten acties en te gebruiken uitvoeringsvormen. Hierdoor wordt de overeenstemming met andere relevante programma’s van de Unie gewaarborgd. |
De uitvoering van het specifieke programma is gebaseerd op een transparante en strategische meerjarige planning van onderzoeks- en innovatieactiviteiten, met name voor de pijler „Wereldwijde uitdagingen en industrieel concurrentievermogen”, na overleg met de lidstaten, het Europees Parlement, de lokale en regionale overheden, belanghebbenden en het maatschappelijk middenveld over de prioriteiten, de geschikte soorten acties en te gebruiken uitvoeringsvormen. Hierdoor wordt de overeenstemming met andere relevante programma’s van de Unie gewaarborgd en wordt rekening gehouden met de nationale strategische prioriteiten en de prioriteiten inzake slimme specialisatie . |
Motivering
Aangezien de strategische planning bij het toekomstige beheer van het programma een centrale plaats zal innemen, moeten de lokale en regionale overheden daarbij worden betrokken en moet rekening worden gehouden met de strategieën voor slimme specialisatie.
Wijzigingsvoorstel 12
Artikel 6, lid 9
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
9. Het programma biedt garanties voor een doeltreffende bevordering van de gendergelijkheid en waarborgt dat de genderdimensie inhoudelijk aanwezig is in de onderzoeks- en innovatieactiviteiten. De aandacht gaat met name uit naar de zorg voor genderevenwicht, afhankelijk van de situatie in de betrokken onderzoeks- en innovatiesector, in evaluatiepanels en in organen zoals deskundigengroepen. |
9. Het programma biedt garanties voor een doeltreffende bevordering van de gendergelijkheid en waarborgt dat de genderdimensie inhoudelijk aanwezig is in de onderzoeks- en innovatieactiviteiten. De aandacht gaat met name uit naar de zorg voor genderevenwicht, afhankelijk van de situatie in de betrokken onderzoeks- en innovatiesector, in evaluatiepanels en in organen zoals deskundigengroepen. Conform artikel 349 VWEU moet in het programma rekening worden gehouden met de specifieke kenmerken van de ultraperifere regio’s, in overeenstemming met de mededeling van de Commissie over „Een nieuw en sterker strategisch partnerschap met de ultraperifere gebieden van de EU”, zoals goedgekeurd door de Raad op 12 april 2018. |
Motivering
In overweging 27 van het voorstel voor een verordening van het EP en de Raad tot vaststelling van Horizon Europa wordt expliciet vermeld dat specifieke maatregelen voor de ultraperifere regio’s gerechtvaardigd zijn en dat het programma rekening moet houden met de specifieke kenmerken van die regio’s; nochtans wordt in het dispositief nergens verwezen naar de ultraperifere regio’s.
Wijzigingsvoorstel 13
Artikel 7, lid 3
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
||||
3. Missies: |
3. Missies: |
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
Wijzigingsvoorstel 14
Artikel 8, lid 1
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
Delen van Horizon Europa kunnen worden uitgevoerd door middel van Europese partnerschappen. De betrokkenheid van de Unie bij Europese partnerschappen kan een van de volgende vormen aannemen: |
De verschillende delen van Horizon Europa kunnen worden uitgevoerd door middel van Europese partnerschappen. De betrokkenheid van de Unie bij Europese partnerschappen kan een van de volgende vormen aannemen: |
Wijzigingsvoorstel 15
Artikel 7, nieuw lid 4 invoegen
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
|
4. Missies moeten worden opgezet op basis van een open en participatief proces waarbij alle belanghebbenden op lokaal, regionaal, Europees en mondiaal niveau worden betrokken. |
Wijzigingsvoorstel 16
Artikel 9, lid 2
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
||||||||
|
|
||||||||
|
|
||||||||
|
|
Motivering
De steun voor Europese innovatie-ecosystemen zal voor een belangrijk deel betrekking hebben op regionale innovatie-ecosystemen en innovatiehubs. Het bedrag dat wordt voorzien is voorwaardelijk — hetgeen onaanvaardbaar is — en te laag om een significant territoriaal of totaaleffect te bereiken. Een hoger budget voor deze activiteiten kan de regio’s in staat stellen een eigen plek binnen het toekomstige kaderprogramma in te nemen door structurele strategieën voor de middellange tot lange termijn te ontwikkelen, die van essentieel belang zijn om de innovatiecapaciteit van de Unie te vergroten.
Wijzigingsvoorstel 17
Artikel 9, lid 8
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
Op verzoek van de lidstaten kunnen de middelen die aan hen in gedeeld beheer zijn toegewezen en die overeenkomstig artikel 21 van Verordening (EU) xx/xx (verordening gemeenschappelijke bepalingen) overdraagbaar zijn, worden overgeschreven naar het programma. De Commissie voert die middelen overeenkomstig artikel 62, lid 1, onder a), van het Financieel Reglement op directe wijze dan wel overeenkomstig artikel 62, lid 1, onder c), van het Financieel Reglement op indirecte wijze uit. Indien mogelijk worden die middelen gebruikt ten voordele van de betrokken lidstaat. |
|
Motivering
Wordt verplaatst naar artikel 11.
Wijzigingsvoorstel 18
Artikel 11
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
||||
|
1. Horizon Europa dient in synergie met de andere programma’s van de Unie te worden uitgevoerd. Voor financiering die als aanvulling op en in combinatie met financiering in het kader van Horizon Europa wordt verleend, dienen dezelfde uitvoeringsvoorschriften te gelden als voor het onderhavige programma. In voorkomend geval kunnen samen met andere programma’s van de Unie gezamenlijke oproepen tot het indienen van voorstellen worden uitgeschreven; in dat geval gelden de regels voor deelname van slechts één van de programma’s. Indien deze acties onder Horizon Europa vallen, zijn de regels van dit programma van toepassing op alle bijdragen waarmee zij worden gefinancierd. |
||||
Voor acties waaraan een excellentiekeurmerk is toegekend of die voldoen aan de volgende cumulatieve, vergelijkende voorwaarden: |
2. Voor acties waaraan een excellentiekeurmerk is toegekend of die voldoen aan de volgende cumulatieve, vergelijkende voorwaarden: |
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
kan steun worden ontvangen uit het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Cohesiefonds, het Europees Sociaal Fonds+ of het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling, overeenkomstig artikel [67], lid 5, van Verordening (EU) xx/xx (verordening gemeenschappelijke bepalingen) en artikel [8] van Verordening (EU) xx/xx (betreffende de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid), op voorwaarde dat die acties verenigbaar zijn met de doelstellingen van het betrokken programma. Hierbij gelden de regels van het fonds waaruit steun wordt ontvangen. |
kan steun worden ontvangen uit het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Cohesiefonds, het Europees Sociaal Fonds+ of het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling, overeenkomstig artikel [67], lid 5, van Verordening (EU) xx/xx (verordening gemeenschappelijke bepalingen) en artikel [8] van Verordening (EU) xx/xx (betreffende de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid), op voorwaarde dat die acties verenigbaar zijn met de doelstellingen van het betrokken programma. |
||||
|
3 . Acties in het kader van de in artikel 8 bedoelde Europese partnerschappen kunnen eveneens een bijdrage van andere programma’s van de Unie, haar lidstaten en hun lokale en regionale overheden ontvangen. In dat geval kunnen de regels voor deelname van slechts één van de programma’s van toepassing zijn. Indien deze acties onder Horizon Europa vallen, kunnen de regels van dit programma van toepassing zijn op alle bijdragen waarmee zij worden gefinancierd, met inachtneming van de regels betreffende de communautaire kaderregeling voor staatssteun. |
||||
|
4. Op verzoek van de beheersautoriteit kunnen de middelen die aan de lidstaten in gedeeld beheer zijn toegewezen en die overeenkomstig artikel 21 van Verordening (EU) xx/xx (verordening gemeenschappelijke bepalingen) overdraagbaar zijn
|
Motivering
Het oude debat over synergieën moet worden afgesloten door een duidelijke en complete regeling in te voeren die gecombineerde financiering, niet alleen voor acties met een excellentiekeurmerk, en volledige ontsluiting van het potentieel van Europese partnerschappen daadwerkelijk mogelijk maakt. Maar deze regeling moet ook flexibel zijn en regio’s in staat stellen om te reageren en zich snel aan te passen aan initiatieven en ontwikkelingen in het Europese ecosysteem. Dat kan door de beheersautoriteiten in staat te stellen een virtuele overdracht uit te voeren door de middelen rechtstreeks toe te wijzen aan een programma dat door het kaderprogramma wordt medegefinancierd en waaraan zij aldus besluiten deel te nemen, zonder voorafgaande programmering of daadwerkelijke overdracht van de middelen.
Wijzigingsvoorstel 19
Artikel 20, lid 5
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
In het werkprogramma worden de oproepen vermeld in het kader waarvan excellentiekeurmerken zullen worden toegekend. Met voorafgaande toestemming van de aanvrager kan informatie met betrekking tot de aanvraag en de evaluatie worden gedeeld met betrokken financierende instanties, op voorwaarde dat overeenkomsten inzake vertrouwelijkheid worden gesloten. |
In het werkprogramma worden de oproepen vermeld in het kader waarvan excellentiekeurmerken zullen worden toegekend. Het excellentiekeurmerk wordt alleen toegekend indien de aanvrager erin toestemt om de betrokken financierende instanties toegang tot informatie met betrekking tot de aanvraag en de evaluatie te geven , op voorwaarde dat overeenkomsten inzake vertrouwelijkheid worden gesloten. |
Wijzigingsvoorstel 20
Artikel 23
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
||||
Voor een actie waarvoor een bijdrage uit een ander programma van de Unie is ontvangen, kan ook een bijdrage in het kader van het programma worden ontvangen, op voorwaarde dat de bijdragen niet dezelfde kosten dekken. De regels van elk bijdragend programma van de Unie gelden voor de respectievelijke bijdrage daaruit aan de actie. De cumulatieve financiering mag niet meer bedragen dan de totale subsidiabele kosten van de actie en de steun uit verschillende programma’s van de Unie kan naar rato worden berekend overeenkomstig de documenten waarin de voorwaarden voor de steun zijn vastgesteld. |
Voor een actie waarvoor een bijdrage uit een ander programma van de Unie is ontvangen, kan ook een bijdrage in het kader van het programma worden ontvangen, op voorwaarde dat de bijdragen niet dezelfde kosten dekken. |
||||
|
In het geval dat deze bijdragen gezamenlijk worden toegewezen om dezelfde activiteiten en de kosten daarvan te dekken
|
Wijzigingsvoorstel 21
Artikel 30
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
||||
1. Per actie is één enkel financieringspercentage van toepassing op alle activiteiten die in het kader daarvan worden gefinancierd. Het maximumpercentage wordt in het werkprogramma vastgesteld. |
1. Per actie is één enkel financieringspercentage van toepassing op alle activiteiten die in het kader daarvan worden gefinancierd. Het maximumpercentage wordt in het werkprogramma vastgesteld. |
||||
2. Het programma kan maximaal 100 % van de totale subsidiabele kosten van een actie vergoeden, met uitzondering van: |
2. Het programma kan maximaal 100 % van de totale subsidiabele kosten van een actie vergoeden, met uitzondering van: |
||||
|
|
||||
|
|
||||
3. De in dit artikel bepaalde financieringspercentages zijn ook van toepassing op acties waarbij voor de financiering van de gehele of een deel van de actie een vast percentage, eenheidskosten of een vast bedrag zijn vastgelegd. |
3. De in dit artikel bepaalde financieringspercentages zijn ook van toepassing op acties waarbij voor de financiering van de gehele of een deel van de actie een vast percentage, eenheidskosten of een vast bedrag zijn vastgelegd. |
Motivering
Conform het medefinancieringsbeginsel.
Wijzigingsvoorstel 22
Artikel 43, lid 4
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
||||||||||||
1. De begunstigde van de Accelerator van de EIC is een in een lidstaat of een geassocieerd land gevestigde juridische entiteit die als een startende onderneming, een kmo of een midcap wordt aangemerkt. Het voorstel kan worden ingediend door de begunstigde of door een of meer natuurlijke personen of juridische entiteiten die voornemens zijn die begunstigde op te richten of te ondersteunen. |
1. De begunstigde van de Accelerator van de EIC is een in een lidstaat of een geassocieerd land gevestigde juridische entiteit die als een startende onderneming, een kmo of een midcap wordt aangemerkt. Het voorstel kan worden ingediend door de begunstigde of door een of meer natuurlijke personen of juridische entiteiten die voornemens zijn die begunstigde op te richten of te ondersteunen. |
||||||||||||
2. Eén enkel gunningsbesluit heeft betrekking op en regelt de financiering voor alle vormen van bijdragen van de Unie in het kader van gemengde EIC-financiering. |
2. Eén enkel gunningsbesluit heeft betrekking op en regelt de financiering voor alle vormen van bijdragen van de Unie in het kader van gemengde EIC-financiering. |
||||||||||||
3. Voorstellen worden geëvalueerd door onafhankelijke deskundigen op basis van hun individuele verdiensten en geselecteerd in de context van een jaarlijkse openbare oproep met bepaalde termijnen, gebaseerd op de artikelen 24, 25 en 26, onverminderd lid 4. |
3. Voorstellen worden geëvalueerd door onafhankelijke deskundigen op basis van hun individuele verdiensten en geselecteerd in de context van een jaarlijkse openbare oproep met bepaalde termijnen, gebaseerd op de artikelen 24, 25 en 26, onverminderd lid 4. |
||||||||||||
4. De toekenningscriteria zijn:
|
4. De toekenningscriteria zijn:
|
Motivering
Ondernemingen die financiering via de Accelerator ontvangen, moeten zich weliswaar op een grote markt richten, maar hun succes hangt niet alleen af van hun financiële structuur, maar ook van de begeleiding die zij binnen een gunstig ecosysteem op Europees, nationaal en lokaal niveau krijgen.
Wijzigingsvoorstel 23
Bijlage I „De activiteiten op hoofdlijnen”, deel 3, onder b)
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
||||
|
|
Motivering
Van essentieel belang om financiering van transregionale projecten mogelijk te maken.
Wijzigingsvoorstel 24
Bijlage II „Soorten acties”, zesde streepje
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
||||
|
|
Motivering
Van essentieel belang om financiering van transregionale projecten mogelijk te maken.
Wijzigingsvoorstel 25
Bijlage III „Partnerschappen”, deel 1, onder a)
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
||||
|
|
Motivering
De huidige formulering is zeer restrictief en dreigt de reikwijdte van Europese partnerschappen ernstig in te beperken.
Wijzigingsvoorstel 26
Bijlage IV „Synergieën met andere programma’s”, punt 4, onder a)
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
||||||||
|
|
Wijzigingsvoorstel 27
Bijlage IV „Synergieën met andere programma’s”, punt 6, onder b)
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
||||||||
|
|
||||||||
|
|
||||||||
|
|
Wijzigingsvoorstel 28
Aan het einde van bijlage V „Indicatoren van de kerneffecttrajecten”, een nieuwe alinea toevoegen (blz. 17)
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
|
Indicatoren van de territoriale effecttrajecten Het programma zal naar verwachting een effect op de ontwikkeling en economische transformatie op lokaal, regionaal en nationaal niveau hebben en bijdragen aan versterking van de technologische basis van de Unie en aan haar concurrentievermogen. (zie onderstaande tabel die deel uitmaakt van dit wijzigingsvoorstel) |
Een territoriaal effect bereiken |
Korte termijn |
Middellange termijn |
Lange termijn |
Bijdragen aan de groei en economische transformatie van steden en regio’s |
Synergieën tussen financieringsmaatregelen Hoogte van de publieke en private medefinanciering bij projecten in het kader van het KP, voor, tijdens en na de uitvoering ervan |
Bijdrage aan strategische prioriteiten Aandeel van de kp-projecten die bijdragen aan slimme specialisatie op regionaal en nationaal niveau |
Bijdrage aan groei en economische transformatie Oprichting van bedrijven en groei van marktaandelen in die sectoren van ecosystemen die te maken hebben met slimme specialisatie |
Verspreiding en toepassing van onderzoek en innovatie in en door steden en regio’s ten behoeve van burgers |
Toepassing Aandeel van kp-onderzoek en -innovatie dat door lokale en regionale actoren wordt toegepast, met name in de publieke sector |
Uitrol Aantal innovaties dat met ondersteuning van de publieke sector onder alle partners in de betrokken steden en regio’s wordt uitgerold |
Replicatie Penetratie en verbreiding van innovaties in andere steden en regio’s |
Ontwikkeling van en investeringen in excellentienetwerken en innovatiehubs ondersteunen |
Samenwerking tussen regionale innovatie-ecosystemen en innovatiehubs en excellentiecentra in de hele Unie Aantal/Aandeel door het KP gefinancierde projecten die zijn uitgemond in samenwerkingsverbanden tussen entiteiten in verschillende steden en regio’s en actoren in deze categorieën |
Ontwikkeling van regionale innovatie-ecosystemen en innovatiehubs Raming van de effecten van de samenwerkingsverbanden die voortvloeien uit de door het KP gefinancierde resultaten op de ontwikkeling van regionale innovatie-ecosystemen en innovatiehubs |
Bijdrage aan het dichten van de innovatiekloof Raming van de gecumuleerde effecten die voortvloeien uit de door het KP gefinancierde resultaten op het dichten van de innovatiekloof in de Unie |
Motivering
Expliciete vermelding van de indicatoren van de territoriale effecten bij de andere door de Commissie voorgestelde indicatoren van de belangrijkste effecttrajecten. Dit voorstel is in overeenstemming met de redactie (titel, toelichting en tabel) van de tekst van bijlage V zoals door de Commissie is voorgesteld.
Voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het specifieke programma tot uitvoering van Horizon Europa — het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie
(COM(2018) 436 final — 2018/0225 (COD))
Wijzigingsvoorstel 29
Overweging 7
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
In het licht van de belangrijke bijdrage die onderzoek en innovatie aan het aanpakken van uitdagingen op het gebied van levensmiddelen, landbouw, plattelandsontwikkeling en de bio-economie moeten leveren en om de desbetreffende kansen inzake onderzoek en innovatie te benutten in synergie met het gemeenschappelijk landbouwbeleid, zullen desbetreffende acties in het kader van het specifieke programma met 10 miljard EUR voor de cluster „Levensmiddelen en natuurlijke hulpbronnen” worden ondersteund voor de periode 2021-2027. |
In het licht van de belangrijke bijdrage die onderzoek en innovatie aan het aanpakken van uitdagingen op het gebied van levensmiddelen, landbouw, plattelandsontwikkeling , maritieme zaken, visserij en de bio-economie moeten leveren en om de desbetreffende kansen inzake onderzoek en innovatie te benutten in synergie met het gemeenschappelijk landbouwbeleid , het geïntegreerd maritiem beleid en het gemeenschappelijk visserijbeleid , zullen desbetreffende acties in het kader van het specifieke programma met 10 miljard EUR voor de cluster „Levensmiddelen en natuurlijke hulpbronnen” worden ondersteund voor de periode 2021-2027. |
Motivering
Er moet ook worden verwezen naar de sectoren maritieme zaken en visserij, die immers van cruciaal belang zijn voor de EU.
Wijzigingsvoorstel 30
Nieuwe overweging 7 bis
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
||
|
|
Wijzigingsvoorstel 31
Artikel 2
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
||||
De operationele doelstellingen van het specifieke programma zijn: |
De operationele doelstellingen van het specifieke programma zijn: |
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
Motivering
De operationele doelstellingen van het kaderprogramma dienen bij te dragen aan de verwezenlijking van de strategieën voor slimme specialisatie in de lidstaten van de Unie en hun regio’s, die een wezenlijk deel uitmaken van de steun van de EU voor onderzoek en innovatie (COM(2018) 306 final).
Wijzigingsvoorstel 32
Artikel 5, lid 1
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
||||
Voor elke missie mag een missieraad worden ingesteld. Hij zal bestaan uit ongeveer 15 hooggeplaatste personen, onder wie vertegenwoordigers van betrokken eindgebruikers. De missieraad zal advies geven over: |
Voor elke missie mag een missieraad worden ingesteld. Hij zal bestaan uit ongeveer 15 hooggeplaatste personen, onder wie vertegenwoordigers van betrokken eindgebruikers en publieke en particuliere actoren . De missieraad zal advies geven over: |
||||
|
|
Wijzigingsvoorstel 33
Artikel 10, lid 2
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
||||
Het EIC-college kan op verzoek aanbevelingen aan de Commissie doen over: |
Het EIC-college kan op verzoek aanbevelingen aan de Commissie doen over: |
||||
|
|
Wijzigingsvoorstel 34
Artikel 10, lid 3
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
Het EIC-college bestaat uit 15 tot 20 hooggeplaatste individuen uit verschillende delen van het Europese innovatie- ecosysteem , met inbegrip van ondernemers, leidinggevende personen uit de bedrijfswereld, investeerders en onderzoekers. Het college draagt bij aan bewustmakingsacties en leden van het EIC-college werken mee aan het vergroten van het aanzien van het EIC-merk. |
3. Het EIC-college bestaat uit 15 tot 20 hooggeplaatste individuen uit verschillende delen van de lokale, regionale, nationale en Europese innovatie- ecosystemen , met inbegrip van ondernemers, leidinggevende personen uit de bedrijfswereld, investeerders en onderzoekers. Het college draagt bij aan bewustmakingsacties en leden van het EIC-college werken mee aan het vergroten van het aanzien van het EIC-merk. |
Wijzigingsvoorstel 35
Artikel 10, lid 4
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
Het EIC-college heeft een voorzitter die door de Commissie na een transparante selectieprocedure wordt aangesteld. De voorzitter is een hooggeplaatste persoon met banden met de innovatiewereld. |
Het EIC-college heeft een voorzitter die door de Commissie na een transparante selectieprocedure wordt aangesteld. De voorzitter is een hooggeplaatste persoon met banden met de innovatiewereld. |
De voorzitter wordt voor een eenmalig hernieuwbare termijn van vier jaar aangesteld. De voorzitter zit het EIC-college voor, bereidt de vergaderingen voor, geeft de leden opdrachten en kan specifieke subgroepen instellen, met name om opkomende technologische trends in de portefeuille van de EIC op te sporen. Zij of hij bevordert de EIC, fungeert als gesprekspartner voor de Commissie en vertegenwoordigt de EIC in de innovatiewereld. De Commissie kan de voorzitter bij de uitvoering van haar/zijn taken administratieve ondersteuning bieden. |
De voorzitter wordt voor een eenmalig hernieuwbare termijn van vier jaar aangesteld. De voorzitter zit het EIC-college voor, bereidt de vergaderingen voor, geeft de leden opdrachten en kan specifieke subgroepen instellen, met name om opkomende technologische trends in de portefeuille van de EIC op te sporen ; de regionale en nationale innovatiebureaus worden hierbij nauw betrokken . Zij of hij bevordert de EIC, fungeert als gesprekspartner voor de Commissie en vertegenwoordigt de EIC in de innovatiewereld. De Commissie kan de voorzitter bij de uitvoering van haar/zijn taken administratieve ondersteuning bieden. |
Wijzigingsvoorstel 36
Punt 1.4.4 van het financieel memorandum
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
||||||||||
TOELICHTING |
TOELICHTING |
||||||||||
DEEL I, punt 1.4.4 Financieel memorandum (COM(2018) 436, blz. 19) Horizon Europa is zo ontworpen dat bij de uitvoering ervan synergieën met andere financieringsprogramma’s van de Unie mogelijk zijn, in het bijzonder door middel van regelingen voor aanvullende financiering uit EU-programma’s, voor zover de beheersmodaliteiten ervan dit toelaten, waarbij de financiële middelen, ook ten behoeve van de gezamenlijke financiering van acties, hetzij in opeenvolgende fasen, hetzij in afwisselende fasen, hetzij in een combinatie van opeenvolgende en afwisselende fasen worden verstrekt. |
Deel I, punt 1.4.4 Financieel memorandum (COM(2018) 436, blz. 19) Horizon Europa is zo ontworpen dat bij de uitvoering ervan synergieën met andere financieringsprogramma’s van de Unie mogelijk zijn, in het bijzonder door middel van regelingen voor aanvullende financiering uit EU-programma’s, voor zover de beheersmodaliteiten ervan dit toelaten, waarbij de financiële middelen, ook ten behoeve van de gezamenlijke financiering van acties, hetzij in opeenvolgende fasen, hetzij in afwisselende fasen, hetzij in een combinatie van opeenvolgende en afwisselende fasen worden verstrekt. |
||||||||||
Een niet-uitputtende lijst van dergelijke regelingen en financieringsprogramma’s, met inbegrip van synergieën met de volgende programma’s: |
Een niet-uitputtende lijst van dergelijke regelingen en financieringsprogramma’s, met inbegrip van synergieën met de volgende programma’s: |
||||||||||
|
|
||||||||||
|
|
||||||||||
|
|
||||||||||
|
|
||||||||||
|
|
||||||||||
|
|
||||||||||
|
|
||||||||||
|
|
||||||||||
|
|
||||||||||
|
|
||||||||||
|
|
Wijzigingsvoorstel 37
Bijlage I „Programma-activiteiten”, eerste deel „Strategische planning”, derde en vierde alinea (blz. 1 en 2)
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
De strategische planning zal uitgebreide raadplegingen van en uitwisselingen met de lidstaten, in voorkomend geval met het Europees Parlement, en met verschillende belanghebbenden omvatten over prioriteiten, met inbegrip van missies, in het kader van de pijler „Wereldwijde uitdagingen en industrieel concurrentievermogen”, en de geschikte soorten acties die moeten worden gebruikt, met name Europese partnerschappen. |
De strategische planning zal uitgebreide raadplegingen van en uitwisselingen met de lidstaten en de regio’s, met name de ultraperifere regio’s , in voorkomend geval met het Europees Parlement en met verschillende belanghebbenden omvatten over prioriteiten, met inbegrip van missies, in het kader van de pijler „Wereldwijde uitdagingen en industrieel concurrentievermogen”, en de geschikte soorten acties die moeten worden gebruikt, met name Europese partnerschappen. |
Op basis van deze uitgebreide raadplegingen zal de strategische planning gemeenschappelijke doelstellingen bepalen alsook gemeenschappelijke gebieden voor activiteiten zoals partnerschapsgebieden (de voorgestelde rechtsgrondslag bevat enkel de instrumenten en de criteria die het gebruik ervan zullen bepalen) en missiegebieden. |
Op basis van deze uitgebreide raadplegingen zal de strategische planning gemeenschappelijke doelstellingen bepalen alsook gemeenschappelijke gebieden voor activiteiten zoals partnerschapsgebieden (de voorgestelde rechtsgrondslag bevat enkel de instrumenten en de criteria die het gebruik ervan zullen bepalen) en missiegebieden. |
De strategische planning zal bijdragen aan de ontwikkeling en uitvoering van het beleid voor de betrokken gebieden op EU-niveau en zal het beleid en de beleidsbenaderingen in de lidstaten aanvullen. Tijdens het strategischeplanningsproces zal rekening worden gehouden met EU-beleidsprioriteiten om de bijdrage van onderzoek en innovatie aan de totstandbrenging van beleid te vergroten. Er zal ook rekening worden gehouden met prognoseactiviteiten, onderzoeken en ander wetenschappelijk bewijs alsook met relevante bestaande initiatieven op nationaal en EU-niveau. |
De strategische planning zal bijdragen aan de ontwikkeling en uitvoering van het beleid voor de betrokken gebieden op EU-niveau en zal het beleid en de beleidsbenaderingen in de lidstaten en hun regio’s, met name de ultraperifere regio’s, aanvullen. Tijdens het strategischeplanningsproces zal rekening worden gehouden met EU-beleidsprioriteiten om de bijdrage van onderzoek en innovatie aan de totstandbrenging van beleid te vergroten. Er zal ook rekening worden gehouden met prognoseactiviteiten, onderzoeken en ander wetenschappelijk bewijs alsook met relevante bestaande initiatieven op regionaal, nationaal en EU-niveau. |
Wijzigingsvoorstel 38
Bijlage I „Programma-activiteiten”, eerste deel „Strategische planning”, elfde en twaalfde alinea (blz. 2 en 3)
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
In het kader van Horizon 2020 ondersteunde FET-vlaggenschepen zullen ook in het kader van dit programma worden ondersteund. Aangezien zij aanzienlijke analogieën met missies vertonen, zullen eventuele andere FET-vlaggenschepen in het kader van dit kaderprogramma worden ondersteund als missies die op toekomstige en opkomende technologieën zijn gericht. |
In het kader van Horizon 2020 ondersteunde FET-vlaggenschepen zullen ook in het kader van dit programma worden ondersteund. Aangezien zij aanzienlijke analogieën met missies vertonen, zullen eventuele andere FET-vlaggenschepen in het kader van dit kaderprogramma worden ondersteund als missies die op toekomstige en opkomende technologieën zijn gericht. |
|
Het nieuwe kaderprogramma is gericht op een betere erkenning en benutting van de in alle lidstaten en regio’s van Europa aanwezige excellentie en stimuleert met name initiatieven die de opbouw van transnationale en transregionale samenwerking tussen regionale innovatie-ecosystemen en innovatiehubs mogelijk maken. |
Dialogen over samenwerking op het gebied van wetenschap en technologie met de internationale partners van de EU en beleidsdialogen met de belangrijkste mondiale regio’s zullen belangrijke bijdragen leveren aan de systematische identificatie van samenwerkingskansen die in combinatie met de differentiatie per land/regio de prioriteitsbepaling zullen ondersteunen. |
Dialogen over samenwerking op het gebied van wetenschap en technologie met de internationale partners van de EU en beleidsdialogen met de belangrijkste mondiale regio’s zullen belangrijke bijdragen leveren aan de systematische identificatie van samenwerkingskansen die in combinatie met de differentiatie per land/regio de prioriteitsbepaling zullen ondersteunen. |
Wijzigingsvoorstel 39
Bijlage I „Programma-activiteiten”, tweede deel „Verspreiding en communicatie”, eerste en tweede alinea (blz. 3)
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
Horizon Europa zal specifieke ondersteuning bieden voor open toegang tot wetenschappelijke publicaties, kennisarchieven en andere gegevensbronnen. Acties op het gebied van verspreiding en kennisverbreiding zullen worden ondersteund, ook die welke uit samenwerkingen met andere EU-programma’s voortvloeien, met inbegrip van de groepering en het samenbrengen in pakketten van resultaten en gegevens in talen en formaten voor doelgroepen en netwerken voor burgers, de industrie, overheidsdiensten, de academische wereld, maatschappelijke organisaties en publieke beleidsmakers. Hiervoor kan Horizon Europa geavanceerde technologieën en kennisinstrumenten gebruiken. |
Horizon Europa zal specifieke ondersteuning bieden voor open toegang tot wetenschappelijke publicaties, kennisarchieven en andere gegevensbronnen. Acties op het gebied van verspreiding en kennisverbreiding zullen worden ondersteund, ook die welke uit samenwerkingen met andere EU-programma’s voortvloeien, met inbegrip van de groepering en het samenbrengen in pakketten van resultaten en gegevens in talen en formaten voor doelgroepen en netwerken voor burgers, de industrie, overheidsdiensten, de academische wereld, maatschappelijke organisaties en publieke beleidsmakers. Hiervoor kan Horizon Europa geavanceerde technologieën en kennisinstrumenten gebruiken. |
Er zal voldoende steun zijn voor mechanismen om het programma bij mogelijke aanvragers bekend te maken (bijv. nationale contactpunten). |
Er zal voldoende steun zijn voor mechanismen om het programma bij mogelijke aanvragers bekend te maken (bijv. nationale en regionale contactpunten) , met name in de lidstaten en regio’s die het minst aan Horizon 2020 hebben deelgenomen . |
Wijzigingsvoorstel 40
Bijlage I
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
ONDERZOEKSINFRASTRUCTUREN |
ONDERZOEKSINFRASTRUCTUREN |
Motivering |
Motivering |
COM(2018) 436 final (bijlage I), blz. 16 |
COM(2018) 436 final (bijlage I), blz. 16 |
De activiteiten zullen bijdragen tot verschillende doelen voor duurzame ontwikkeling (Sustainable Development Goals; SDG’s), zoals: SDG 3 — een goede gezondheid en welzijn voor mensen; SDG 7 — betaalbare en schone energie; SDG 9 — industrie, innovatie en infrastructuur; SDG 13 — klimaatactie. |
De activiteiten zullen bijdragen tot verschillende doelen voor duurzame ontwikkeling (Sustainable Development Goals; SDG’s), zoals: SDG 3 — een goede gezondheid en welzijn voor mensen; SDG 7 — betaalbare en schone energie; SDG 9 — industrie, innovatie en infrastructuur; SDG 13 — klimaatactie; SDG 14 — onderwaterleven; SDG 17 — partnerschappen voor de doelstellingen . |
Motivering
Diverse van de onderzoeksinfrastructuren van het Esfri hebben betrekking op het mariene milieu, vandaar dat ook SDG 14 hier moet worden vermeld. De verwijzing naar SDG 17 hangt samen met het begrip gedeelde infrastructuur op EU-niveau en het daaruit voortvloeiende partnerschap voor de doelstellingen.
Wijzigingsvoorstel 41
Bijlage I, pijler II
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
||||
Grote lijnen |
Grote lijnen |
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
Wijzigingsvoorstel 42
Bijlage I „Programma-activiteiten”, pijler II „Wereldwijde uitdagingen en industrieel concurrentievermogen”, cluster „Inclusieve en veilige samenleving”, punt 2.1, tweede alinea (blz. 27)
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
De EU moet een model van inclusieve en duurzame groei voorstaan, waarbij geprofiteerd wordt van de voordelen van technologische ontwikkelingen, het vertrouwen in het democratisch bestuur wordt vergroot en innovaties in het democratisch bestuur worden bevorderd, ongelijkheden, werkloosheid, marginalisatie, discriminatie en radicalisering worden bestreden, de mensenrechten worden gewaarborgd , culturele verscheidenheid wordt bevorderd en Europees cultureel erfgoed wordt beschermd en burgers zeggenschap wordt gegeven door sociale innovatie. Ook de beheersing van de migratie en de integratie van migranten blijven hoge prioriteit houden. Onderzoek en innovatie in de sociale wetenschappen en de geesteswetenschappen zijn cruciaal om deze uitdagingen het hoofd te bieden en de doelstellingen van de EU te verwezenlijken. |
De EU moet een model van inclusieve en duurzame groei voorstaan, waarbij geprofiteerd wordt van de voordelen van technologische ontwikkelingen, het vertrouwen in het democratisch bestuur wordt vergroot en innovaties in het democratisch bestuur worden bevorderd, ongelijkheden, werkloosheid, marginalisatie, discriminatie en radicalisering worden bestreden, mensenrechten, culturele verscheidenheid en Europees cultureel erfgoed worden beschermd en bevorderd, de toegang tot cultuur en onderwijs voor iedereen wordt verbeterd en burgers zeggenschap wordt gegeven door sociale innovatie en door de ontwikkeling van een sociale economie. Ook de beheersing van de migratie , de opvang en de integratie van migranten blijven hoge prioriteit houden. Onderzoek en innovatie in de sociale wetenschappen en de geesteswetenschappen zijn cruciaal om deze uitdagingen het hoofd te bieden en de doelstellingen van de EU te verwezenlijken. |
|
Het streven naar sociale insluiting moet met name gebaseerd zijn op benutting van het materiële en immateriële culturele erfgoed, dat in de huidige context van de globalisering van centraal belang is voor het gevoel van mensen dat zij erbij horen, in het bijzonder wat de regionale en taaldimensie ervan betreft. Europa, dat in de loop der eeuwen is ontstaan uit zeer diverse gemeenschappen die naast elkaar leefden en die een enorm erfgoed hebben nagelaten, moet deze uitdaging dan ook aangaan en het behoud en de benutting van het erfgoed ondersteunen, in samenwerking met steden, regio’s en lidstaten. Deze inspanningen zijn des te relevanter omdat het hier gaat om een belangrijk gebied voor het uittesten en toepassen van tal van technologische innovaties. Het inzetten van deze innovaties op het gebied van het erfgoed heeft een krachtig hefboomeffect op de economie dankzij de impuls die het toerisme krijgt en waarvan regio’s profiteren. |
Wijzigingsvoorstel 43
Bijlage I „Programma-activiteiten”, pijler II „Wereldwijde uitdagingen en industrieel concurrentievermogen”, cluster „Inclusieve en veilige samenleving”, punt 2.1, zesde alinea (blz. 28)
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
De onderzoeks- en innovatieactiviteiten in het kader van deze wereldwijde uitdaging zullen worden afgestemd op de prioriteiten van de Commissie op het gebied van democratische verandering; banen, groei en investeringen; justitie en grondrechten; migratie; een diepere en billijkere Europese monetaire unie; digitale eengemaakte markt. De toezeggingen die gedaan zijn in de agenda van Rome, zullen worden nagekomen door te werken aan: „een sociaal Europa” en „een Unie die ons culturele erfgoed bewaart en culturele diversiteit bevordert”. Tevens worden de Europese pijler van sociale rechten en het mondiaal pact inzake veilige, ordelijke en reguliere migratie ondersteund. |
De onderzoeks- en innovatieactiviteiten in het kader van deze wereldwijde uitdaging zullen worden afgestemd op de prioriteiten van de Commissie op het gebied van democratische verandering; banen, groei en investeringen; onderwijs; justitie en grondrechten; migratie; een diepere en billijkere Europese monetaire unie; digitale eengemaakte markt. De toezeggingen die gedaan zijn in de agenda van Rome, zullen worden nagekomen door te werken aan: „een sociaal Europa” en „een Unie die ons culturele erfgoed bewaart en culturele diversiteit bevordert”. Tevens worden de Europese pijler van sociale rechten , het streven naar een kennismaatschappij en het mondiaal pact inzake veilige, ordelijke en reguliere migratie ondersteund. |
Wijzigingsvoorstel 44
Bijlage I „Programma-activiteiten”, pijler II „Wereldwijde uitdagingen en industrieel concurrentievermogen”, cluster „Inclusieve en veilige samenleving”, punt 2.2.1 (blz. 28)
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
||||
Grote lijnen |
Grote lijnen |
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
Motivering
Steden en regio’s zijn ook een instrument om tot een veiligere en inclusievere samenleving te komen; er dient wetenschappelijk onderzoek naar hun rol te worden gedaan.
Wijzigingsvoorstel 45
Bijlage I „Programma-activiteiten”, pijler II „Wereldwijde uitdagingen en industrieel concurrentievermogen”, cluster „Inclusieve en veilige samenleving”, punt 2.2.3 (blz. 30)
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
||||
|
|
||||
De Europese samenlevingen ondergaan ingrijpende sociaal-economische transformaties, in het bijzonder als gevolg van de mondialisering en technologische innovaties. Tegelijkertijd groeit in de meeste Europese landen de inkomensongelijkheid. Er is behoefte aan een toekomstgericht beleid om inclusieve groei te bevorderen en ongelijkheden te bestrijden, de productiviteit te vergroten (en de meting ervan te verbeteren), het menselijk kapitaal te verbeteren, migratie- en integratievraagstukken op te lossen en de solidariteit tussen de generaties en de sociale mobiliteit te vergroten. Er zijn onderwijs- en opleidingsstelsels nodig voor een rechtvaardigere en welvarende toekomst. |
De Europese samenlevingen ondergaan ingrijpende sociaal-economische transformaties, in het bijzonder als gevolg van de mondialisering en technologische innovaties. Tegelijkertijd groeit in de meeste Europese landen de inkomensongelijkheid. Er is behoefte aan een toekomstgericht beleid om inclusieve groei te bevorderen en ongelijkheden te bestrijden, de productiviteit te vergroten (en de meting ervan te verbeteren), het menselijk kapitaal te verbeteren, migratie- en integratievraagstukken op te lossen en de solidariteit tussen de generaties en de sociale mobiliteit te vergroten. Er zijn onderwijs- en opleidingsstelsels nodig voor een rechtvaardigere en welvarende toekomst. |
||||
Grote lijnen |
Grote lijnen |
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
Wijzigingsvoorstel 46
Bijlage I, pijler II (blz. 35)
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
||||||||
|
|
||||||||
|
|
||||||||
De industrie is een belangrijke bron van werkgelegenheid en welvaart in de EU: zij produceert meer dan drie kwart van de wereldwijde uitvoer van de EU en creëert meer dan 100 miljoen directe en indirecte banen. De grootste uitdaging voor de EU-industrie is het om op wereldniveau concurrerend te blijven met slimmere en meer op maat gemaakte producten met een hoge toegevoegde waarde, die tegen veel lagere energiekosten zijn geproduceerd. Creatieve en culturele input zal cruciaal zijn om toegevoegde waarde te genereren. |
De toekomst van de industrie hangt af van technologische uitdagingen, maar ook van sociale en organisatorische kwesties die bepalend zijn voor haar concurrentievermogen, vaak slecht worden begrepen en een nieuwe ontwikkeling van kennis, verspreiding en toe-eigening vereisen. |
||||||||
|
Grote lijnen
|
||||||||
|
De industrie is een belangrijke bron van werkgelegenheid en welvaart in de EU: zij produceert meer dan drie kwart van de wereldwijde uitvoer van de EU en creëert meer dan 100 miljoen directe en indirecte banen. De grootste uitdaging voor de EU-industrie is het om op wereldniveau concurrerend te blijven met slimmere en meer op maat gemaakte producten met een hoge toegevoegde waarde, die tegen veel lagere energiekosten zijn geproduceerd. Creatieve en culturele input zal cruciaal zijn om toegevoegde waarde te genereren. |
Motivering
Momenteel gaat binnen Horizon Europa niet of nauwelijks aandacht uit naar horizontale en organisatorische aspecten. Deze leveren echter een grote bijdrage tot de transformatie en het concurrentievermogen van de industrie. Europa heeft op dit punt behoefte aan meer wetenschappelijke kennis en meer innovatie.
Wijzigingsvoorstel 47
Bijlage I, pijler II (blz. 44)
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
||||
TOELICHTING |
TOELICHTING |
||||
DEEL II — Bijlage I |
DEEL II — Bijlage I |
||||
Punt 4 CLUSTER „KLIMAAT, ENERGIE EN MOBILITEIT” (COM(2018) 436 blz. 43) |
Punt 4 CLUSTER „KLIMAAT, ENERGIE EN MOBILITEIT” (COM(2018) 436, blz. 43) |
||||
|
|
||||
[…] |
[…] |
||||
De activiteiten in het kader van dit cluster dragen in het bijzonder bij tot het behalen van de doelen van de energie-unie en van de digitale eengemaakte markt, de agenda voor banen, groei en investeringen, de versterking van de EU als wereldspeler, de nieuwe strategie voor het industriebeleid van de EU, de circulaire economie, het grondstoffeninitiatief, de Veiligheidsunie en de stedelijke agenda, alsook het gemeenschappelijk landbouwbeleid van de EU en de wettelijke voorschriften van de EU voor de beperking van geluidshinder en luchtverontreiniging. |
De activiteiten in het kader van dit cluster dragen in het bijzonder bij tot het behalen van de doelen van de energie-unie en van de digitale eengemaakte markt, de agenda voor banen, groei en investeringen, de versterking van de EU als wereldspeler, de nieuwe strategie voor het industriebeleid van de EU, de circulaire economie, blauwe groei, het grondstoffeninitiatief, de Veiligheidsunie en de stedelijke agenda, alsook het gemeenschappelijk landbouwbeleid , het geïntegreerd maritiem beleid en het gemeenschappelijk visserijbeleid van de EU en de wettelijke voorschriften van de EU voor de beperking van geluidshinder en luchtverontreiniging. |
||||
[…] |
[…] |
Motivering
Er moet ook worden verwezen naar de sectoren maritieme zaken en visserij, die immers van cruciaal belang zijn voor de EU.
Wijzigingsvoorstel 48
Bijlage I, pijler II, punt 4.2.5 „Gemeenschappen en steden” (blz. 48)
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
Grote lijnen |
Grote lijnen |
[…] |
[…] |
levenskwaliteit van de burgers, veilige mobiliteit, stedelijke sociale innovatie, circulaire en regeneratieve capaciteit van steden, kleinere ecologische voetafdruk en afname van vervuiling; |
levenskwaliteit van de burgers, veilige mobiliteit, stedelijke sociale innovatie, circulaire en regeneratieve capaciteit van steden, kleinere ecologische voetafdruk en afname van vervuiling; |
|
mobilisatie van burgers in steden en regio’s, democratische uitdagingen rond de milieu- en energietransitie; sociale aanvaardbaarheid en draagvlak voor de met het verloop van de transitie verband houdende veranderingen; vermindering van ongelijkheden in verband met de aanpassing aan de klimaatverandering en de milieu- en energietransitie; |
[…] |
[…] |
Wijzigingsvoorstel 49
Bijlage I, pijler II, punt 5.2.4 „Zeeën en oceanen” (blz. 55)
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
Grote lijnen |
Grote lijnen |
[…] |
[…] |
blauwe waardeketens, meervoudig gebruik van de mariene ruimte en groei van de sector hernieuwbare energie met behulp van zeeën en oceanen, waaronder duurzame microalgen en zeewier; |
blauwe waardeketens, meervoudig gebruik van de mariene ruimte en groei van de maritieme industrie, waaronder de sector hernieuwbare energie met behulp van zeeën en oceanen, waaronder duurzame microalgen en zeewier; |
|
het grensvlak tussen land en zee in kustgebieden, duurzaamheid van de verschillende bedrijfstakken in de blauwe economie, met inbegrip van visserij en mariene aquacultuur alsook kusttoerisme; systemische benaderingen van de duurzame ontwikkeling van haven- en kustgebieden; problematiek rond de verstedelijking en de vergrijzing van de bevolking in kustgebieden; |
natuurlijke oplossingen op basis van de dynamiek van de zee- en kustecosystemen, |
natuurlijke oplossingen op basis van de dynamiek van de zee- en kustecosystemen, |
[…] |
[…] |
Wijzigingsvoorstel 50
Bijlage I, pijler II, punt 6.2.2 „Wereldwijde uitdagingen” (blz. 61)
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
[…] |
[…] |
Wijzigingsvoorstel 51
Bijlage I, pijler II (blz. 63)
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
||||
|
|
||||
[…] |
[…] |
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
Wijzigingsvoorstel 52
Bijlage I „Programma-activiteiten”, pijler III „Open innovatie”, zevende alinea (blz. 66)
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
||||
Europa kan alleen een koppositie innemen bij de nieuwe golf van baanbrekende innovatie als de volgende knelpunten zijn opgelost: |
Europa kan alleen een koppositie innemen bij de nieuwe golf van baanbrekende innovatie als de volgende knelpunten zijn opgelost: |
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
Wijzigingsvoorstel 53
Bijlage I „Programma-activiteiten”, pijler III „Open innovatie”, elfde alinea (blz. 67)
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
||||
De EIC zal rechtstreekse steun verlenen voor baanbrekende innovaties, maar ook de algemene omgeving waarin Europese innovaties ontstaan en worden bevorderd moet verder worden ontwikkeld en verbeterd: in heel Europa moet gezamenlijk worden gewerkt aan de ondersteuning van innovatie op alle mogelijke manieren, waarbij het beleid en de middelen van de EU waar mogelijk complementair zijn met nationaal beleid en nationale middelen . Daarom zorgt deze pijler ook voor: |
De EIC zal rechtstreekse steun verlenen voor baanbrekende innovaties, maar ook de algemene omgeving waarin Europese innovaties ontstaan en worden bevorderd moet verder worden ontwikkeld en verbeterd: in heel Europa , zijn lidstaten en hun regio’s moet gezamenlijk worden gewerkt aan de ondersteuning van innovatie op alle mogelijke manieren, waarbij het beleid en de middelen op lokaal, regionaal, nationaal en EU-niveau waar mogelijk complementair zijn. Daarom zorgt deze pijler ook voor: |
||||
|
|
||||
|
|
Wijzigingsvoorstel 54
Bijlage I „Programma-activiteiten”, pijler III „Open innovatie”, deel 1 „De Europese innovatieraad”, punt 1.1 (blz. 68)
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
Bijzondere aandacht zal worden besteed aan goede en doelmatige complementariteit met individuele of in een netwerk opgenomen initiatieven van de lidstaten, bijvoorbeeld in de vorm van een Europees partnerschap. |
Bijzondere aandacht zal worden besteed aan goede en doelmatige complementariteit met individuele of in een netwerk opgenomen initiatieven van de lidstaten en regionale innovatie-ecosystemen en innovatiehubs, bijvoorbeeld in de vorm van een Europees partnerschap. In het belang van de gesteunde projecten zullen de Pathfinder en de Accelerator ervoor zorgen dat hun bijstand wordt geïntegreerd in een doorlopende keten van projectondersteuning. De EIC zal een permanente dialoog onderhouden met de nationale, regionale en lokale autoriteiten voor innovatie om een goede complementariteit van de steunmaatregelen te waarborgen en de coördinatie en samenwerking te maximaliseren, onder meer via medegefinancierde programma’s. Deze dialoog is een eerste vereiste voor de toekenning van excellentiekeurmerken door de EIC. |
Wijzigingsvoorstel 55
Bijlage I, pijler III (blz. 72)
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
||||
|
|
||||
De EIC zal ook uitvoering geven aan: |
De EIC zal ook uitvoering geven aan: |
||||
|
|
Wijzigingsvoorstel 56
Bijlage I „Programma-activiteiten”, pijler III „Open innovatie”, deel 1 „De Europese innovatieraad”, punt 1.2.2 (blz. 73)
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
||||
De Commissie zal een proactieve benadering hanteren voor het beheer van risicovolle projecten, door middel van toegang tot de nodige deskundigheid. |
De Commissie zal een proactieve benadering hanteren voor het beheer van risicovolle projecten, door middel van toegang tot de nodige deskundigheid. |
||||
De Commissie zal op tijdelijke basis een aantal EIC-programmabeheerders aanstellen, die haar zullen bijstaan met een technologische visie en operationele ondersteuning. |
De Commissie zal op tijdelijke basis een aantal EIC-programmabeheerders aanstellen, die haar zullen bijstaan met een technologische visie en operationele ondersteuning. |
||||
De programmabeheerders zullen worden aangeworven uit verschillende werkterreinen, waaronder het bedrijfsleven, universiteiten, nationale laboratoria en onderzoekscentra. Zij zullen zorgen voor inbreng van grondige deskundigheid uit jarenlange persoonlijke ervaring in het veld. Het zal gaan om erkende leidinggevenden, die leiding hebben gegeven aan multidisciplinaire onderzoeksteams of grote onderzoeksprogramma’s, en weten hoe belangrijk het is om hun visies telkens weer, en op creatieve wijze, uit te dragen in brede kring. Ten slotte zullen zij ervaring hebben met het beheer van grote budgets, waarvoor een grote verantwoordelijkheidszin vereist is. |
De programmabeheerders zullen worden aangeworven uit verschillende werkterreinen, waaronder publieke actoren die gespecialiseerd zijn op het gebied van innovatie, het bedrijfsleven, universiteiten, nationale laboratoria en onderzoekscentra. Zij zullen zorgen voor inbreng van grondige deskundigheid uit jarenlange persoonlijke ervaring in het veld. Het zal gaan om erkende leidinggevenden, die leiding hebben gegeven aan multidisciplinaire onderzoeksteams of grote onderzoeksprogramma’s, en weten hoe belangrijk het is om hun visies telkens weer, en op creatieve wijze, uit te dragen in brede kring. Ten slotte zullen zij ervaring hebben met het beheer van grote budgets, waarvoor een grote verantwoordelijkheidszin vereist is. |
Wijzigingsvoorstel 57
Bijlage I „Programma-activiteiten”, pijler III „Open innovatie”, deel 2 „Europese innovatie-ecosystemen”, punt 2.1 (blz. 75)
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
||||
|
|
||||
Om het innovatiepotentieel van onderzoekers, ondernemers, de industrie en de samenleving als geheel volledig te benutten, moet de EU op alle niveaus werken aan een betere omgeving waarin innovatie kan gedijen. Dit betekent dat moet worden gewerkt aan de ontwikkeling van een doeltreffend innovatie-ecosysteem op EU-niveau, en dat samenwerking, netwerkvorming en de uitwisseling van ideeën, financiële middelen en vaardigheden tussen nationale en lokale innovatie-ecosystemen moeten worden aangemoedigd. |
Om het innovatiepotentieel van onderzoekers, ondernemers, de industrie en de samenleving als geheel volledig te benutten, moet de EU op alle niveaus werken aan een betere omgeving waarin innovatie kan gedijen. Dit betekent dat moet worden gewerkt aan de ontwikkeling van een doeltreffend innovatie-ecosysteem op EU-niveau, en dat samenwerking, netwerkvorming en de uitwisseling van ideeën, financiële middelen en vaardigheden tussen nationale en lokale innovatie-ecosystemen moeten worden aangemoedigd. |
||||
De EU moet ook streven naar de ontwikkeling van ecosystemen die, behalve aan innovatie in het bedrijfsleven, ook steun verlenen aan sociale innovatie en innovatie in de overheidssector. De overheidssector moet namelijk zelf innoveren en vernieuwen om de bestuurlijke en regelgevingsomslag te kunnen maken die nodig is om de grootschalige toepassing van nieuwe technologieën te ondersteunen en te kunnen voldoen aan de groeiende vraag van burgers naar efficiëntere en doelmatigere dienstverlening. Sociale innovaties zijn cruciaal om de welvaart van onze samenlevingen te vergroten. |
De EU moet ook streven naar de ontwikkeling van ecosystemen die, behalve aan innovatie in het bedrijfsleven, ook steun verlenen aan sociale innovatie en innovatie in de verenigingssector, de non-profitsector en de overheidssector. Deze sectoren moeten namelijk zelf innoveren en vernieuwen om de bestuurlijke en regelgevingsomslag te kunnen maken die nodig is om de grootschalige toepassing van nieuwe technologieën te ondersteunen en te kunnen voldoen aan de groeiende vraag van burgers naar efficiëntere en doelmatigere dienstverlening. Sociale innovaties zijn cruciaal om de welvaart van onze samenlevingen te vergroten. |
Wijzigingsvoorstel 58
Bijlage I „Programma-activiteiten”, pijler III „Open innovatie”, deel 2 „Europese innovatie-ecosystemen”, punt 2.2 (blz. 75)
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
||||
|
|
||||
In eerste instantie zal de Commissie een EIC-forum opzetten, waaraan de overheidsinstanties en -organen van de lidstaten en de geassocieerde landen zullen deelnemen die belast zijn met het nationale innovatiebeleid en nationale innovatieprogramma’s, teneinde de coördinatie van en de dialoog over de ontwikkeling van het innovatie-ecosysteem van de EU te verbeteren. In dit EIC-forum zal de Commissie: |
In eerste instantie zal de Commissie een EIC-forum opzetten, waaraan de overheidsinstanties en -organen van de lidstaten, steden en regio’s en de geassocieerde landen zullen deelnemen die belast zijn met het nationale innovatiebeleid en nationale innovatieprogramma’s, teneinde de coördinatie van en de dialoog over de ontwikkeling van het innovatie-ecosysteem van de EU te verbeteren. In dit EIC-forum zal de Commissie: |
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
Er zullen activiteiten worden uitgevoerd om ervoor te zorgen dat de typen acties van de EIC, met hun specifieke focus op baanbrekende innovatie, een nuttige aanvulling vormen op de activiteiten die worden uitgevoerd door de lidstaten en de geassocieerde landen, maar ook door particuliere initiatieven, teneinde steun te verlenen voor alle soorten innovatie, en alle innovators in de hele EU te bereiken en adequaat en beter te ondersteunen. |
Er zullen activiteiten worden uitgevoerd om ervoor te zorgen dat de typen acties van de EIC, met hun specifieke focus op baanbrekende innovatie, een nuttige aanvulling vormen op de activiteiten die worden uitgevoerd door de lidstaten , regio’s en steden en de geassocieerde landen, maar ook door particuliere initiatieven, teneinde steun te verlenen voor alle soorten innovatie, en alle innovators in de hele EU te bereiken en adequaat en beter te ondersteunen. |
Motivering
Steden en regio’s en hun innovatie-ecosystemen moeten centraal staan binnen de EIC.
Wijzigingsvoorstel 59
Bijlage I „Programma-activiteiten”, pijler III „Open innovatie”, deel 2 „Europese innovatie-ecosystemen”, punt 2.2 (blz. 76)
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
||||
De EU zal daartoe: |
De EU zal daartoe: |
||||
|
|
||||
|
|
Wijzigingsvoorstel 60
Bijlage I „Programma-activiteiten”, pijler III „Open innovatie”, deel 2 „Europese innovatie-ecosystemen”, punt 2.2 (blz. 76-77)
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
De EU zal ook acties opzetten die nodig zijn voor verdere monitoring en verbetering van het algemene innovatielandschap en de innovatiebeheercapaciteit in Europa. |
De EU zal ook acties opzetten die nodig zijn voor verdere monitoring en verbetering van het algemene innovatielandschap en de innovatiebeheercapaciteit in Europa. |
|
De Commissie zal samen met de steden en regio’s een forum over regionale innovatie-ecosystemen en innovatiehubs organiseren opdat er meer inzicht ontstaat in de voorwaarden waaronder innovatie-ecosystemen en innovatiehubs ontstaan en floreren en in de bijdrage die zij aan de wetenschappelijke excellentie in Europa en aan dynamische innovatieve ontwikkelingen kunnen leveren, en om hun bijdrage aan de uitvoering van het programma en aan de verwezenlijking van de doelstellingen ervan te vergemakkelijken en te vergroten. |
De ondersteunende activiteiten voor het ecosysteem zullen door de Commissie worden uitgevoerd, met ondersteuning van een uitvoerend agentschap voor het evaluatieproces. |
De ondersteunende activiteiten voor het ecosysteem zullen door de Commissie worden uitgevoerd, met ondersteuning van een uitvoerend agentschap voor het evaluatieproces. |
Wijzigingsvoorstel 61
Bijlage I „Programma-activiteiten”, pijler III „Open innovatie”, deel 3 „Europees instituut voor innovatie en technologie”, punt 3.1, tweede alinea (blz. 78)
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
Er zijn nog inspanningen nodig om ecosystemen te ontwikkelen waarin onderzoekers, innovators, industriële ondernemingen en overheden eenvoudig kunnen samenwerken. |
Er zijn nog inspanningen nodig om ecosystemen te ontwikkelen waarin onderzoekers, innovators, industriële ondernemingen en overheden , alsook lokale en regionale overheden, eenvoudig kunnen samenwerken. |
Wijzigingsvoorstel 62
Bijlage I „Programma-activiteiten”, pijler III „Open innovatie”, deel 3 „Europees instituut voor innovatie en technologie”, punt 3.1, vierde alinea (blz. 78)
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
Door de aard en de omvang van de uitdagingen waarvoor men bij innovatie wordt gesteld, is het nodig spelers en middelen op Europese schaal met elkaar te verbinden en te mobiliseren, door grensoverschrijdende samenwerking te bevorderen. |
Door de aard en de omvang van de uitdagingen waarvoor men bij innovatie wordt gesteld, is het nodig spelers en middelen op Europese schaal met elkaar te verbinden en te mobiliseren, door transregionale en grensoverschrijdende samenwerking te bevorderen. |
Wijzigingsvoorstel 63
Bijlage I „Programma-activiteiten”, pijler III „Open innovatie”, deel 3 „Europees instituut voor innovatie en technologie”, punt 3.2.1 (blz. 79)
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
||||
|
|
||||
Het EIT zal een grotere rol spelen bij de versterking van duurzame innovatie-ecosystemen in heel Europa. Daarbij zal het EIT hoofdzakelijk gebruik blijven maken van zijn kennis- en innovatiegemeenschappen (KIG’s), de grootschalige Europese partnerschappen die specifieke maatschappelijke uitdagingen aanpakken. Het zal de omringende innovatie-ecosystemen blijven versterken door de integratie van onderzoek, innovatie en onderwijs te bevorderen. Voorts zal het EIT zijn regionaal innovatieprogramma (EIT-RIS) uitbreiden om slecht presterende regio’s in heel Europa de innovatiekloof te helpen overbruggen. Het EIT zal werken met innovatie-ecosystemen die veelbelovend zijn vanwege hun strategie, thematische afstemming en impact, in nauwe synergie met de strategieën en platforms voor slimme specialisatie. |
Het EIT zal een grotere rol spelen bij de versterking van duurzame innovatie-ecosystemen in heel Europa. Daarbij zal het EIT hoofdzakelijk gebruik blijven maken van zijn kennis- en innovatiegemeenschappen (KIG’s), de grootschalige Europese partnerschappen die specifieke maatschappelijke uitdagingen aanpakken. Het zal de omringende innovatie-ecosystemen blijven versterken door de integratie van onderzoek, innovatie en onderwijs te bevorderen. Voorts zal het EIT zijn regionaal innovatieprogramma (EIT-RIS) uitbreiden om slecht presterende regio’s in heel Europa de innovatiekloof te helpen overbruggen. Het EIT zal werken met innovatie-ecosystemen , vooral met regionale innovatie-ecosystemen en innovatiehubs, die veelbelovend zijn vanwege hun strategie, thematische afstemming en impact, in nauwe synergie met de strategieën en platforms voor slimme specialisatie. |
Wijzigingsvoorstel 64
Bijlage I „Programma-activiteiten”, pijler III „Open innovatie”, deel 3 „Europees instituut voor innovatie en technologie”, punt 3.2.4 (blz. 80)
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
||||
Grote lijnen |
Grote lijnen |
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
Wijzigingsvoorstel 65
Bijlage I „Programma-activiteiten”, onderdeel „Versterking van de Europese onderzoeksruimte”, vierde alinea (blz. 82)
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
Bovendien wordt onderzoek en innovatie door sommigen beschouwd als een afstandelijke en elitaire activiteit die geen duidelijke voordelen oplevert voor de burgers, waardoor een houding ontstaat die het bedenken en toepassen van innovatieve oplossingen belemmert en waardoor sceptisch wordt aangekeken tegen overheidsbeleid op basis van wetenschappelijke gegevens. Daarom moeten er hechtere banden worden gesmeed tussen wetenschappers, burgers en beleidsmakers en moeten er krachtigere benaderingen komen voor het bundelen van wetenschappelijke gegevens. |
Deze verschillen en ongelijkheden in de toegang tot onderzoek en innovatie hebben het vertrouwen van de burgers geschonden. Daarnaast wordt onderzoek en innovatie door sommigen ook beschouwd als een afstandelijke en elitaire activiteit die geen duidelijke voordelen oplevert voor de burgers, waardoor een houding ontstaat die het bedenken en toepassen van innovatieve oplossingen belemmert en waardoor sceptisch wordt aangekeken tegen overheidsbeleid op basis van wetenschappelijke gegevens. Daarom moeten de verschillen worden aangepakt en er hechtere banden worden gesmeed tussen wetenschappers, burgers en beleidsmakers en moeten er krachtigere benaderingen komen voor het bundelen van wetenschappelijke gegevens. |
Wijzigingsvoorstel 66
Bijlage I „Programma-activiteiten”, onderdeel „Versterking van de Europese onderzoeksruimte”, vijfde alinea (blz. 82)
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
De EU moet nu hogere eisen stellen aan de kwaliteit en impact van haar onderzoeks- en innovatiesysteem, waarvoor de Europese Onderzoeksruimte (EOR) nieuw leven moet worden ingeblazen en beter moet worden ondersteund door het kaderprogramma van de EU voor onderzoek en innovatie. Er is met name behoefte aan een reeks samenhangende, maar toch op maat gemaakte EU-maatregelen, in combinatie met hervormingen en prestatieverbeteringen op nationaal niveau (waaraan de door het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling gesteunde strategieën voor slimme specialisatie een bijdrage kunnen leveren) en, anderzijds, institutionele veranderingen in onderzoekfinancierende en onderzoekverrichtende organisaties, waaronder universiteiten. Door op EU-niveau de krachten te bundelen, kunnen synergieën worden benut en kan de vereiste schaalgrootte worden bereikt om de ondersteuning van nationale beleidshervormingen efficiënter te maken en een groter effect te doen sorteren. |
De EU moet nu hogere eisen stellen aan de kwaliteit en impact van haar onderzoeks- en innovatiesysteem, waarvoor de Europese Onderzoeksruimte (EOR) nieuw leven moet worden ingeblazen en beter moet worden ondersteund door het kaderprogramma van de EU voor onderzoek en innovatie. Er is met name behoefte aan een reeks samenhangende, maar toch op maat gemaakte EU-maatregelen, in combinatie met hervormingen en prestatieverbeteringen op nationaal , regionaal en lokaal niveau (waaraan de door het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling gesteunde strategieën voor slimme specialisatie een bijdrage kunnen leveren) en, anderzijds, institutionele veranderingen in onderzoekfinancierende en onderzoekverrichtende organisaties, waaronder universiteiten. Door op EU-niveau de krachten te bundelen, kunnen synergieën worden benut en kan de vereiste schaalgrootte worden bereikt om de ondersteuning van nationale , regionale en lokale beleidshervormingen efficiënter te maken en een groter effect te doen sorteren. |
Wijzigingsvoorstel 67
Bijlage I „Programma-activiteiten”, onderdeel „Versterking van de Europese onderzoeksruimte”, zesde alinea (blz. 83)
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
De activiteiten die in het kader van dit onderdeel worden ondersteund, zijn gericht op de beleidsprioriteiten van de EOR, waarmee ook een algemene bijdrage wordt geleverd aan alle onderdelen van Horizon Europa. Er zijn ook activiteiten mogelijk om de mobiliteit van onderzoekers en innovators in de hele EOR te bevorderen („brain circulation”). |
De activiteiten die in het kader van dit onderdeel worden ondersteund, zijn gericht op de beleidsprioriteiten van de EOR, waarmee ook een algemene bijdrage wordt geleverd aan alle onderdelen van Horizon Europa. Er zijn ook activiteiten mogelijk om de mobiliteit van onderzoekers en innovators in de hele EOR te bevorderen („brain circulation”). Weer andere activiteiten kunnen gericht zijn op ondersteuning van de vorming, structurering en excellentie van nieuwe regionale innovatie-ecosystemen en innovatiehubs in lidstaten en regio’s met een ontwikkelingsachterstand op het vlak van onderzoek en innovatie. |
Wijzigingsvoorstel 68
Bijlage I „Programma-activiteiten”, „Versterking van de Europese onderzoeksruimte”, deel 1 „Delen van excellentie” (blz. 84)
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
||||
Grote lijnen |
Grote lijnen |
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
Wijzigingsvoorstel 69
Bijlage I „Programma-activiteiten”, deel 2 „Hervorming en versterking van het onderzoeks- en innovatiesysteem van de EU” (blz. 86)
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
||||
Beleidshervormingen op nationaal niveau zullen onderling worden versterkt door de ontwikkeling van beleidsinitiatieven, onderzoek, netwerken, partnerschappen, coördinatie, gegevensverzameling en -monitoring, en evaluatie op EU-niveau. |
Beleidshervormingen op nationaal , regionaal en lokaal niveau zullen onderling worden versterkt door de ontwikkeling van beleidsinitiatieven, onderzoek, netwerken, partnerschappen, coördinatie, gegevensverzameling en -monitoring, en evaluatie op EU-niveau. |
||||
Grote lijnen |
Grote lijnen |
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
II. BELEIDSAANBEVELINGEN
HET EUROPEES COMITÉ VAN DE REGIO’S
1. |
dringt opnieuw aan op een alomvattende aanpak van de financiële inspanningen van de Unie ten behoeve van onderzoek, opleiding en innovatie, aangezien een dergelijke aanpak thans bij de begrotingsactiviteiten ontbreekt. |
2. |
Het Comité is van mening dat het niveau van de aan Horizon Europa toegewezen middelen in de huidige begrotingscontext bevredigend is en dat alleen een sterke verhoging van de EU-begroting een herbeoordeling kan rechtvaardigen, die dan op pijler III en „versterking van de Europese onderzoeksruimte” toegespitst zou moeten worden. |
3. |
Het Comité is bezorgd over de dreigende toename van de ongelijkheden tussen de steden en regio’s die de grootste begunstigden zijn van het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie, waarvoor meer middelen zullen worden uitgetrokken, en de andere steden en regio’s, die de gevolgen zullen ondervinden van de verlaging van de budgetten voor het cohesiebeleid. Het herhaalt dat de Unie conform artikel 174 VWEU haar optreden gericht op de versterking van de economische, sociale en territoriale samenhang moet ontwikkelen en vervolgen. Het Comité wijst erop dat de maatregelen om de ongelijkheden tussen regio’s te verkleinen, om de uitdagingen — waaronder de demografische — het hoofd te bieden en om de toegang van alle regio’s tot Horizon Europa te bevorderen, niet volstaan. |
4. |
Het Comité dringt erop aan dat terdege rekening wordt gehouden met de excellentie die in alle lidstaten en regio’s van de EU te vinden is, zodat de wetenschappelijke excellentie in heel Europa, en niet alleen in enkele grote regio’s en metropolen, naar een hoger niveau kan worden getild. |
5. |
Het Comité benadrukt dat de lokale en regionale realiteit op het gebied van innovatie inmiddels beter in aanmerking wordt genomen in Horizon Europa, maar betreurt ten zeerste dat de territoriale verankering van wetenschappelijke excellentie, de bijdrage van regionale innovatie-ecosystemen en innovatiehubs aan de dynamiek van de Unie en de rol van de lokale en regionale overheden bij de programmering en uitvoering van onderzoeks- en innovatiemaatregelen nog altijd niet erkend worden. Willen deze factoren terdege in aanmerking genomen worden, dan dient er een formele definitie van regionale innovatie-ecosystemen en innovatiehubs vastgelegd te worden. |
6. |
Het Comité dringt er met klem op aan dat de lokale en regionale overheden ten volle worden betrokken bij de strategische planning ter begeleiding van de uitvoering van Horizon Europa, en dat in dit verband rekening wordt gehouden met strategieën voor slimme specialisatie. |
7. |
Het Comité acht het noodzakelijk dat bij de effectbeoordeling van programma’s en projecten voortaan ook altijd naar de territoriale effecten wordt gekeken. |
8. |
Het Comité acht het van essentieel belang dat expliciet wordt gewezen op de noodzakelijke koppeling van Europees, nationaal, regionaal en lokaal innovatiebeleid en dat lokale en regionale overheden als belanghebbenden deel uitmaken van de Europese Innovatieraad. |
9. |
Het Comité staat volledig achter de nieuwe Europese partnerschappen en de medegefinancierde acties, die bij uitstek gebruikt kunnen worden voor het financieren van transregionale samenwerkingsverbanden en programma’s die door consortia van regionale innovatie-ecosystemen en innovatiehubs worden geleid (aanpak om steden en regio’s te ontsluiten). Het dringt erop aan dat een aanzienlijk deel van Horizon Europa, met name de pijlers II en III, op deze wijze ten uitvoer wordt gelegd. |
10. |
Het Comité zou graag zien dat alle middelen die in het kader van Horizon Europa worden ingezet voor de medefinanciering van een actie of actieprogramma, onderworpen worden aan de voor dat programma geldende wettelijke voorschriften, met name op het gebied van staatssteun. |
11. |
Het Comité acht het van essentieel belang dat de synergieën tussen de verschillende fondsen en het kaderprogramma nauwkeurig worden omkaderd, uitgaande van coherentie, complementariteit, compatibiliteit, co-constructie en erkenning van lokale actoren. Het benadrukt dat een doeltreffende co-constructiebenadering, met name bij de invoering van het excellentiekeurmerk, van cruciaal belang is. |
12. |
Het Comité is er sterk tegen gekant dat systematisch door de lidstaten wordt besloten of een deel van de middelen van het cohesiebeleid naar Horizon Europa overgeheveld wordt. Het stelt nadrukkelijk dat het aan de betrokken beheersautoriteit moet zijn om van deze mogelijkheid gebruik te maken en dat deze autoriteit en de Commissie samen moeten bepalen hoe een en ander plaatsvindt en moeten waarborgen dat de vrijgemaakte middelen weer bij het betrokken geografische gebied terechtkomen. |
13. |
Het Comité benadrukt het belang en het nut van maatregelen ter ondersteuning van de „Europese innovatie-ecosystemen” in het kader van pijler III, en dringt erop aan dat het budget hiervoor aanzienlijk wordt verhoogd en dat deze aanpak met name op regionale innovatie-ecosystemen en innovatiehubs wordt toegespitst. |
14. |
Wat pijler II betreft, vreest het Comité dat de „missies” gebanaliseerd dreigen te worden en pleit het ervoor de in het verslag-Lamy voorgestelde operationele en co-constructiebenadering weer te hanteren. Het Comité maakt zich ook zorgen over de onbelangrijke plaats die aan sociale en menswetenschappen wordt toegekend en dringt erop aan dat het scala aan thema’s binnen de cluster „Inclusieve en veilige samenleving” wordt uitgebreid. |
15. |
Het Comité dringt erop aan dat in het kader van de cluster „Levensmiddelen en natuurlijke hulpbronnen” op het gebied van landbouw prioriteit wordt gegeven aan onderzoek naar agro-ecologische en agrobosbouwkundige productiemethoden alsook aan de ontwikkeling van lokale agrovoedingssystemen. |
16. |
Het Comité stelt vast dat de Commissievoorstellen recht doen aan het evenredigheids- en het subsidiariteitsbeginsel. Het benadrukt dat het belangrijk is rekening te houden met de voorstellen in dit verslag om de conclusies die voortvloeien uit de werkzaamheden van de taskforce Subsidiariteit concreet uit te kunnen voeren. |
Brussel, 9 oktober 2018.
De voorzitter van het Europees Comité van de Regio's
Karl-Heinz LAMBERTZ