Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 62013CB0688

Zaak C-688/13: Beschikking van het Hof (Zesde kamer) van 28 januari 2015 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Juzgado Mercantil de Barcelona — Spanje) — Procedure ingeleid door Gimnasio Deportivo San Andrés SL, in liquidatie (Prejudiciële verwijzing — Artikel 99 van het Reglement voor de procesvoering van het Hof — Overgang van een onderneming — Behoud van de rechten van de werknemers — Uitlegging van richtlijn 2001/23/EG — Vervreemder die in een insolventieprocedure is verwikkeld — Garantie dat de verkrijger niet hoeft in te staan voor bepaalde schulden van de overgedragen onderneming)

PB C 146 van 4.5.2015, pp. 9–10 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

4.5.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 146/9


Beschikking van het Hof (Zesde kamer) van 28 januari 2015 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Juzgado Mercantil de Barcelona — Spanje) — Procedure ingeleid door Gimnasio Deportivo San Andrés SL, in liquidatie

(Zaak C-688/13) (1)

((Prejudiciële verwijzing - Artikel 99 van het Reglement voor de procesvoering van het Hof - Overgang van een onderneming - Behoud van de rechten van de werknemers - Uitlegging van richtlijn 2001/23/EG - Vervreemder die in een insolventieprocedure is verwikkeld - Garantie dat de verkrijger niet hoeft in te staan voor bepaalde schulden van de overgedragen onderneming))

(2015/C 146/14)

Procestaal: Spaans

Verwijzende rechter

Juzgado Mercantil de Barcelona

Partij in het hoofdgeding

Gimnasio Deportivo San Andrés SL, in liquidatie

in tegenwoordigheid van: Tesorería General de la Seguridad Social (TGSS), Fondo de Garantía Salarial

Dictum

Richtlijn 2001/23/EG van de Raad van 12 maart 2001 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij overgang van ondernemingen, vestigingen of onderdelen van ondernemingen of vestigingen moet aldus worden uitgelegd dat:

wanneer de vervreemder bij overgang van een onderneming in een insolventieprocedure is verwikkeld onder toezicht van een bevoegde overheidsinstantie en de betrokken lidstaat ervoor heeft gekozen gebruik te maken van artikel 5, lid 2, van die richtlijn, deze richtlijn niet eraan in de weg staat dat deze lidstaat bepaalt of toestaat dat de schulden van de vervreemder die bestaan op de datum van de overgang of van de inleiding van de insolventieprocedure en die voortvloeien uit arbeidsovereenkomsten of arbeidsbetrekkingen, met inbegrip van die welke verband houden met het wettelijk stelsel van sociale zekerheid, niet overgaan op de verkrijger, op voorwaarde dat die procedure de werknemers een bescherming biedt die minstens gelijkwaardig is aan die welke wordt geboden door richtlijn 80/987/EEG van de Raad van 20 oktober 1980 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake de bescherming van de werknemers bij insolventie van de werkgever. Niets belet echter dat deze lidstaat bepaalt dat dergelijke schulden ook bij insolventie van de vervreemder door de verkrijger moeten worden gedragen;

behoudens het bepaalde in artikel 3, lid 4, onder b), die richtlijn niet voorziet in verplichtingen met betrekking tot de schulden van de vervreemder die voortvloeien uit vóór de datum van overgang beëindigde arbeidsovereenkomsten of arbeidsbetrekkingen, maar niet eraan in de weg staat dat de regeling van de lidstaten toestaat dat dergelijke schulden overgaan op de verkrijger.


(1)  PB C 78 van 15.3.2014.


Top