This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 62016CN0176
Case C-176/16 P: Appeal brought on 23 March 2016 by Proforec Srl against the order of the General Court (First Chamber) delivered on 21 January 2016 in Case T-120/15 Proforec v Commission
Zaak C-176/16 P: Hogere voorziening ingesteld op 23 maart 2016 door Proforec Srl tegen de beschikking van het Gerecht (Eerste kamer) van 21 januari 2016 in zaak T-120/15, Proforec/Commissie
Zaak C-176/16 P: Hogere voorziening ingesteld op 23 maart 2016 door Proforec Srl tegen de beschikking van het Gerecht (Eerste kamer) van 21 januari 2016 in zaak T-120/15, Proforec/Commissie
PB C 191 van 30.5.2016, pp. 20–21
(BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
30.5.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 191/20 |
Hogere voorziening ingesteld op 23 maart 2016 door Proforec Srl tegen de beschikking van het Gerecht (Eerste kamer) van 21 januari 2016 in zaak T-120/15, Proforec/Commissie
(Zaak C-176/16 P)
(2016/C 191/25)
Procestaal: Italiaans
Partijen
Rekwirante: Proforec Srl (vertegenwoordigers: G. Durazzo, M. Mencoboni, G. Pescatore, avvocati)
Andere partij in de procedure: Europese Commissie
Conclusies
— |
de beschikking van niet-ontvankelijkheid nr. 704600 van 21 januari 2016 in zaak T-120/15 vernietigen om de hierna uiteengezette middelen, die hier integraal worden overgenomen en waarnaar hier integraal wordt verwezen; |
— |
het beroep ontvankelijk en gegrond verklaren en de zaak naar het Gerecht van de Europese Unie terugverwijzen voor verdere afdoening, in voorkomend geval nadat de nodige maatregelen zijn getroffen; |
— |
de Commissie verwijzen in de kosten van de procedure. Alle partijen in hun eigen kosten verwijzen indien het beroep zou worden verworpen (quod non). |
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar hogere voorziening voert rekwirante de volgende drie middelen betreffende de exceptie van niet-ontvankelijkheid aan:
EERSTE MIDDEL: onjuiste juridische en feitelijke motivering van het ontbreken van procesbelang. Het Gerecht van de Europese Unie heeft in punt 28 tot en met punt 31 van de beschikking ten onrechte geoordeeld dat rekwirante geen belang had bij nietigverklaring van de verordening, op basis van de onlogische redenering dat de enige belanghebbenden bij nietigverklaring van de bestreden verordening de distributeurs van andere merken waren en niet rechtstreeks Proforec.
TWEEDE MIDDEL: Geen toepassing door het Gerecht van de Europese Unie van artikel 263, lid 4, VWEU op grond dat rekwirante geen procesbelang heeft bij indiening van haar vordering tot nietigverklaring.
DERDE MIDDEL: Het Gerecht van de Europese Unie heeft in punt 32 tot en met punt 35 van de beschikking van niet-ontvankelijkheid niet afdoende gemotiveerd waarom rekwirante geen procesbelang zou hebben, doordat het de feiten inzake het ontbreken van enig risico dat Proforec gerechtelijk wordt vervolgd, verkeerd heeft voorgesteld, door dat risico niet als bestaand te beschouwen op de datum van instelling van het beroep en door zich niet uit te spreken over de kennelijke onwettigheid van een verordening die niet voorziet in een overgangsperiode voor het van de hand doen van de voorraden en de verpakkingen.