This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 62021CA0399
Case C-399/21: Judgment of the Court (Ninth Chamber) of 8 September 2022 (request for a preliminary ruling from the Svea hovrätt — Sweden) — IRnova AB v FLIR Systems AB (Reference for a preliminary ruling — Judicial cooperation in civil matters — Jurisdiction and the recognition and enforcement of judgments in civil and commercial matters — Regulation (EU) No 1215/2012 — Article 24(4) — Exclusive jurisdiction — Jurisdiction over the registration or validity of patents — Scope — Patent application deposited and patent granted in a third State — Status of inventor — Proprietor of the right to an invention)
Zaak C-399/21: Arrest van het Hof (Negende kamer) van 8 september 2022 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Svea Hovrätt — Zweden) — IRnova AB / FLIR Systems AB (Prejudiciële verwijzing – Justitiële samenwerking in burgerlijke zaken – Rechterlijke bevoegdheid, erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken – Verordening (EU) nr. 1215/2012 – Artikel 24, punt 4 – Exclusieve bevoegdheid – Bevoegdheid inzake de registratie of de geldigheid van octrooien – Toepassingsgebied – Octrooiaanvraag ingediend en octrooi verleend in een derde staat – Hoedanigheid van uitvinder – Rechthebbende van een uitvinding)
Zaak C-399/21: Arrest van het Hof (Negende kamer) van 8 september 2022 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Svea Hovrätt — Zweden) — IRnova AB / FLIR Systems AB (Prejudiciële verwijzing – Justitiële samenwerking in burgerlijke zaken – Rechterlijke bevoegdheid, erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken – Verordening (EU) nr. 1215/2012 – Artikel 24, punt 4 – Exclusieve bevoegdheid – Bevoegdheid inzake de registratie of de geldigheid van octrooien – Toepassingsgebied – Octrooiaanvraag ingediend en octrooi verleend in een derde staat – Hoedanigheid van uitvinder – Rechthebbende van een uitvinding)
PB C 408 van 24.10.2022, pp. 21–21
(BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
24.10.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 408/21 |
Arrest van het Hof (Negende kamer) van 8 september 2022 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Svea Hovrätt — Zweden) — IRnova AB / FLIR Systems AB
(Zaak C-399/21) (1)
(Prejudiciële verwijzing - Justitiële samenwerking in burgerlijke zaken - Rechterlijke bevoegdheid, erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken - Verordening (EU) nr. 1215/2012 - Artikel 24, punt 4 - Exclusieve bevoegdheid - Bevoegdheid inzake de registratie of de geldigheid van octrooien - Toepassingsgebied - Octrooiaanvraag ingediend en octrooi verleend in een derde staat - Hoedanigheid van uitvinder - Rechthebbende van een uitvinding)
(2022/C 408/24)
Procestaal: Zweeds
Verwijzende rechter
Svea Hovrätt
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: IRnova AB
Verwerende partij: FLIR Systems AB
Dictum
Artikel 24, punt 4, van verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken
moet aldus moet worden uitgelegd dat:
het niet van toepassing is op een geding dat ertoe strekt, in het kader van een vordering die is gebaseerd op de vermeende hoedanigheid van uitvinder of mede-uitvinder, vast te stellen of een persoon de rechthebbende is van uitvindingen waarop in derde landen ingediende octrooiaanvragen en verleende octrooien betrekking hebben.