This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 62022CN0430
Case C-430/22: Request for a preliminary ruling from the Spetsializiran nakazatelen sad (Bulgaria) lodged on 28 June 2022 — Criminal proceedings against VB
Zaak C-430/22: Verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de Spetsializiran nakazatelen sad (Bulgarije) op 28 juni 2022 — Strafzaak tegen VB
Zaak C-430/22: Verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de Spetsializiran nakazatelen sad (Bulgarije) op 28 juni 2022 — Strafzaak tegen VB
PB C 408 van 24.10.2022, pp. 27–28
(BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
24.10.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 408/27 |
Verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de Spetsializiran nakazatelen sad (Bulgarije) op 28 juni 2022 — Strafzaak tegen VB
(Zaak C-430/22)
(2022/C 408/37)
Procestaal: Bulgaars
Verwijzende rechter
Spetsializiran nakazatelen sad (Bulgarije)
Partijen in de strafzaak
VB
Prejudiciële vragen
Moet artikel 8, lid 4, tweede volzin, van richtlijn 2016/343 (1) aldus worden uitgelegd dat het de nationale rechter die de verdachte bij verstek veroordeelt zonder dat aan de voorwaarden van artikel 8, lid 2, van deze richtlijn is voldaan, verplicht om uitdrukkelijk te wijzen op het krachtens artikel 9 van die richtlijn aan de verdachte toekomende recht op een nieuw proces, opdat de verdachte later, met name bij zijn aanhouding met het oog op de uitvoering van de straf, in kennis kan worden gesteld van dat recht? De vraag rijst in verband met het feit dat in het nationale recht niet is bepaald dat een bij verstek veroordeelde persoon bij zijn aanhouding met het oog op de uitvoering van de straf in kennis moet worden gesteld van zijn recht op een nieuw proces. Het nationale recht voorziet evenmin in de tussenkomst van een rechter bij de uitvaardiging van een Europees aanhoudingsbevel met het oog op de uitvoering van de straf.
Moet artikel 8, lid 4, tweede volzin, van richtlijn 2016/343, en met name de woorden “eveneens worden geïnformeerd over de mogelijkheid de beslissing aan te vechten en het recht op een nieuw proces of een andere voorziening in rechte, overeenkomstig artikel 9”, aldus worden uitgelegd dat de verdachte in kennis moet worden gesteld van een officieel erkend recht op een nieuw proces, of moet de verdachte in kennis worden gesteld van het recht om een dergelijk verzoek om een nieuw proces in te dienen waarbij vervolgens nog de gegrondheid van het verzoek moet worden beoordeeld?
(1) Richtlijn (EU) 2016/343 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende de versterking van bepaalde aspecten van het vermoeden van onschuld en van het recht van personen om aanwezig te zijn bij het proces in strafprocedures (PB 2016, L 65, blz. 1).