This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 62022CN0432
Case C-432/22: Request for a preliminary ruling from the Spetsializiran nakazatelen sad (Bulgaria) lodged on 28 June 2022 — Criminal proceedings against PT, SD
Zaak C-432/22: Verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de Spetsializiran nakazatelen sad (Bulgarije) op 28 juni 2022 — Strafzaak tegen PT, SD
Zaak C-432/22: Verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de Spetsializiran nakazatelen sad (Bulgarije) op 28 juni 2022 — Strafzaak tegen PT, SD
PB C 408 van 24.10.2022, pp. 28–28
(BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
24.10.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 408/28 |
Verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de Spetsializiran nakazatelen sad (Bulgarije) op 28 juni 2022 — Strafzaak tegen PT, SD
(Zaak C-432/22)
(2022/C 408/38)
Procestaal: Bulgaars
Verwijzende rechter
Spetsializiran nakazatelen sad
Verdachten in het hoofdgeding
PT, SD
Prejudiciële vragen
Is met betrekking tot een strafprocedure waarin feiten ten laste zijn gelegd die binnen de werkingssfeer van het Unierecht vallen, een nationale wet die vereist dat een schikking tussen de openbare aanklager en een verdachte inhoudelijk wordt getoetst door een andere rechterlijke instantie dan die waarbij de zaak aanhangig is en waarvoor alle bewijzen zijn vergaard, verenigbaar met artikel 19, lid 1, tweede alinea, VEU en artikel 47, leden 1 en 2, van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie indien de reden voor dit vereiste is dat medeverdachten van de betrokkene geen schikking hebben getroffen?
Is een nationale wet op grond waarvan een schikking waarbij de strafprocedure wordt beëindigd, uitsluitend wordt goedgekeurd wanneer alle medeverdachten van de betrokkene en hun raadslieden hiermee hebben ingestemd, verenigbaar met artikel 5 van kaderbesluit 2004/757/JBZ (1), artikel 4 van kaderbesluit 2008/841/JBZ (2), artikel 19, lid 1, tweede alinea, VEU en artikel 52, juncto artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie?
Vereist artikel 47, tweede alinea, van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie dat een rechter, na een schikking te hebben onderzocht en goedgekeurd, weigert om de beschuldiging tegen de medeverdachten van de betrokkene te onderzoeken voor zover hij over die schikking heeft geoordeeld zonder uitspraak te doen over de deelneming van die medeverdachten en zonder hen schuldig te bevinden?
(1) Kaderbesluit 2004/757/JBZ van de Raad van 25 oktober 2004 betreffende de vaststelling van minimumvoorschriften met betrekking tot de bestanddelen van strafbare feiten en met betrekking tot straffen op het gebied van de illegale drugshandel (PB 2004, L 335, blz. 8).
(2) Kaderbesluit 2008/841/JBZ van de Raad van 24 oktober 2008 ter bestrijding van georganiseerde criminaliteit (PB 2008, L 300, blz. 42).