21.12.2018 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 461/24 |
Advies van het Comité van de Regio’s over de bijdrage van de steden en regio’s in de EU aan de CBD COP14 en de EU-biodiversiteitsstrategie voor de periode na 2020
(2018/C 461/04)
|
HET EUROPEES COMITÉ VAN DE REGIO’S
A. Huidige stand van zaken wat betreft de verwezenlijking van de biodiversiteitsstreefdoelen in Europa en wereldwijd
1. |
is bezorgd over de ernst van het biodiversiteitsverlies, dat niet alleen tot verlies van dier- en plantensoorten is beperkt, maar ook kansen voor de toekomst nadelig beïnvloedt, economisch, milieu- en zelfs maatschappelijk en cultureel vlak. |
2. |
De termijnen van twee belangrijke beleidsinstrumenten voor bescherming en duurzaam gebruik van biodiversiteit — namelijk het strategisch plan voor biodiversiteit 2011-2020 van het Verdrag inzake biologische diversiteit (strategisch plan van het CBD) en de bijbehorende EU-biodiversiteitsstrategie voor 2020 — lopen binnenkort af. |
3. |
Het Comité wijst er nogmaals op dat — hoewel ten dele aanzienlijke vooruitgang is geboekt — uit wetenschappelijke gegevens blijkt dat de wereld in het algemeen, en tal van lokale en regionale overheden in het bijzonder, niet op schema zijn om alle internationale Aichi-biodiversiteitsdoelen te verwezenlijken en de EU-biodiversiteitsstrategie ten uitvoer te leggen. Er kan echter nog veel worden gerealiseerd tegen 2020 en de voorbereidende fase voor het mondiale kader voor biodiversiteit voor de periode na 2020 is reeds aangevangen. |
4. |
Het wereldwijde verlies aan biodiversiteit alsook het verlies en de aantasting van ecosystemen vormen een belangrijke bedreiging voor de toekomst van onze planeet. In de algemene politieke context van de verwezenlijking van de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling van de VN (SDG’s) zijn het aanpakken en ombuigen van het biodiversiteitsverlies en het herstellen van ecosystemen een cruciaal element dat nauw samenhangt met de bestrijding van de klimaatverandering. |
5. |
Daarnaast erkent het dat individuele lokale acties of het uitblijven daarvan een beslissende bijdrage leveren aan de wereldwijde biodiversiteitscrisis, hetgeen het gevaar aantoont van „smalle framing” waarbij elk biodiversiteitsgerelateerd geval afzonderlijk op lokaal niveau wordt benaderd en dus de wereldwijde impact ervan alsmede andere externe effecten worden veronachtzaamd. Een evenwichtig micro-macroperspectief is dan ook geboden. |
6. |
Het Comité stelt dat er voldoende bewijs en wetenschappelijke gegevens zijn waaruit blijkt dat het urgent is om meer radicale, proactieve en preventieve acties op mondiaal, regionaal en lokaal niveau te ondernemen om biodiversiteitsverlies een halt toe te roepen en aangetaste ecosystemen meteen te herstellen. Ook beveelt het aan om niet langer te wachten (d.w.z. op de officiële beoordeling van de vooruitgang in 2020). |
7. |
Er is sprake van gebrek aan samenhang — zowel horizontaal als verticaal — bij de beleidsdoelstellingen. Hierbij gaat het vaak om tegenstrijdige benaderingen van milieukwesties, waaronder bijvoorbeeld landbouw- of energiebeleidsmaatregelen, hetgeen vooruitgang in het verwezenlijken van Aichi-biodiversiteitsdoelen ondermijnt. |
8. |
Het stedelijke ontwikkelingsbeleid van de EU-lidstaten leidt nog steeds tot versnippering van het landschap en ongebreidelde stadsuitbreiding, met verlies van ecosystemen en biodiversiteit tot gevolg. |
9. |
Het Comité is verheugd over de multilaterale milieuovereenkomsten en de werking ervan alsook over de ontwikkeling van een nieuw overkoepelend beleids- en governancekader dat grensoverschrijdende samenwerking ondersteunt, en roept de bevoegde nationale en regionale instanties op om deze instrumenten in te zetten voor de ontwikkeling van coherente beleidsmaatregelen over de grenzen heen. |
10. |
Gezien de vernietiging van een aantal Natura 2000-gebieden en de grote schaal waarop vogels en andere diersoorten momenteel illegaal worden gedood en gevangen, is het Comité ervan overtuigd dat er op alle niveaus meer moet worden gedaan om ervoor te zorgen dat de bepalingen van de natuurrichtlijnen worden nageleefd en toegepast middels passende beheersplannen. |
11. |
Ook is het Comité verontrust over de aanhoudende illegale handel in beschermde soorten, de toename van invasieve uitheemse soorten en het niet-duurzame gebruik van pesticiden, zoals neonicotinoïden, die tot een enorme afname van bestuivers, waaronder bijenvolken, leiden. |
12. |
De inspanningen op mondiaal en EU-niveau moeten dringend aanzienlijk worden opgevoerd om de wereldwijde biodiversiteitscrisis doeltreffend aan te pakken en economische ontwikkeling mag niet langer gepaard gaan met biodiversiteitverlies en soortgelijke problemen, waaronder de verdere verslechtering van ecosysteemfuncties en -diensten. |
13. |
Het Comité vestigt de aandacht op de ontoereikende financiële middelen en instrumenten voor de mainstreaming van biodiversiteitsacties en adequaat biodiversiteitsbeheer, en op de financiële en economische risico’s van het uitblijven van maatregelen, zoals thans op alle niveaus overwegend het geval is. |
14. |
De aandacht moet worden gericht op de zwakke punten in de wereldwijde en Europese governancestructuur, de uitdagingen van de tenuitvoerlegging van het strategisch plan van het CBD en het verbeteren van het mondiale kader voor biodiversiteit voor de periode na 2020, teneinde te komen tot effectieve tenuitvoerlegging middels concrete strategieën. |
15. |
Het Comité merkt bezorgd op dat mechanismen voor bewaking, rapportage en verificatie van (vrijwillige) bijdragen ter beoordeling van de vorderingen in de tenuitvoerlegging van de Aichi-biodiversiteitsdoelen middels nationale en regionale biodiversiteitsstrategieën en -actieplannen ontbreken en/of ontoereikend zijn. |
16. |
Daarom dringt het aan op de vroegtijdige betrokkenheid van alle relevante belanghebbenden bij de voorbereidende werkzaamheden voor de volgende fase in de vaststelling van het mondiale kader voor biodiversiteit voor de periode na 2020, op mondiaal alsook op EU-niveau. |
B. Maatregelen en verantwoordelijkheden tot 2020
17. |
De 14e conferentie der partijen bij het Verdrag inzake biologische diversiteit (CBD COP14) kan worden aangegrepen als een belangrijke kans om vast te stellen wat nog steeds tegen 2020 echt kan worden verwezenlijkt, zodat duidelijke en haalbare verbintenissen kunnen worden geformuleerd. |
18. |
Lokale en regionale overheden spelen een belangrijke rol in de tenuitvoerlegging van de Aichi-biodiversiteitsdoelen in de resterende twee jaar. |
19. |
Ook is een adequaat multilevelgovernancekader van belang voor gecoördineerde acties door lokale en regionale overheden, de EU en haar lidstaten bij de verdere tenuitvoerlegging van de Aichi-biodiversiteitsdoelen en de verwezenlijking van de EU-biodiversiteitsstrategie tegen 2020. |
20. |
Het CvdR steunt het besluit van de Europese Unie om op grote schaal gebruikte pesticiden, zoals neonicotinoïden, te verbieden vanwege het ernstige gevaar dat zij vormen voor insecten buiten de doelgroep. Hierbij zij gedacht aan bestuivers, die cruciaal zijn voor plantvermeerdering in bossen, stedelijke groene gebieden en akkers, en daarom van essentieel belang zijn voor de wereldwijde voedselproductie. Het Comité benadrukt, met inachtneming van bestaande verschillen in verantwoordelijkheidsverdeling in lidstaten, de rol van lokale en regionale overheden bij de beperking van het gebruik van pesticides, ook middels initiatieven zoals „pesticidevrije steden” en „bijvriendelijke steden”. |
21. |
Het is voorstander van een verhoging van middelen (op juridisch, financieel en personeelsgebied) voor lokale en regionale overheden die dit wensen voor de adequate ontwikkeling van hun rechtstreekse bevoegdheden met betrekking tot bescherming, planning, duurzaam gebruik, beheer, herstel en monitoring van biodiversiteit en ecosystemen, waaronder gebieden waarvan het behoud van groter belang is. |
22. |
Het is van belang dat lokale en regionale overheden worden uitgerust met instrumenten en mechanismen voor toegang tot hoogwaardige informatie over de toestand en ontwikkeling van soorten, habitats, ecosystemen en hun diensten. |
23. |
Het Comité verzoekt de EU-lidstaten een geïntegreerde benadering te hanteren bij de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van nationale, subnationale en lokale biodiversiteitsstrategieën en -actieplannen overeenkomstig de richtsnoeren van de biodiversiteitsstrategie en het actieplan van het CBD-secretariaat en ICLEI, waar daarin nog niet is voorzien, alsook lokale en regionale overheden meer te betrekken bij het opzetten, herzien en uitvoeren van nationale biodiversiteitsstrategieën en -actieplannen ter ondersteuning van hun effectieve verwezenlijking en integratie in de planning — zowel verticaal als horizontaal — en in sectoren waarvan de activiteiten (positieve en negatieve) gevolgen hebben voor de biodiversiteit. |
24. |
Het Comité dringt aan op meer middelen voor biodiversiteit, met name voor investeringen in Natura 2000, via alle EU-financieringsinstrumenten, waaronder de structuur- en cohesiefondsen, en is ook ingenomen met steuninstrumenten zoals eConservation, dat een database omvat met waardevolle informatie over financieringsmogelijkheden voor biodiversiteit door publieke donoren. |
25. |
Voorgesteld wordt goede praktijken aan te reiken voor de afschaffing van averechts werkende subsidies op diverse sectorale beleidsterreinen, om de samenhang van EU-acties voor bescherming van de biodiversiteit te vergroten en evaluaties te verrichten van subsidies die schadelijk zijn voor het milieu, teneinde de EU-begroting beter af te stemmen op duurzame ontwikkeling. Bij het oormerken van financiële middelen moet hoge prioriteit worden gegeven aan duurzame ontwikkeling. |
26. |
Het Comité is ingenomen met de inspanningen die zijn gedaan in het kader van het Horizon 2020-programma van de EU om onderzoeks- en innovatiewerkzaamheden te intensiveren die het potentieel van op de natuur gebaseerde oplossingen en groene en blauwe infrastructuur verkennen voor het opwaarderen van stedelijke gebieden, die het beschouwt als goede bouwstenen voor de verbetering van de uitvoering van de EU-biodiversiteitstrategie in stedelijke en dichtbevolkte gebieden, ook in de periode 2020-2030 en aansluitend op de EU Urban Agenda, hetgeen echter niet wegneemt dat de tenuitvoerlegging van de natuurbeschermingsrichtlijnen van de EU verder moet worden bevorderd. Ook is het zo dat deze programma’s met betrekking tot op de natuur gebaseerde oplossingen en groene en blauwe infrastructuur niet mogen worden beschouwd als vervanging voor krachtdadige acties op het gebied van biodiversiteit en ecosysteemdiensten in voorstedelijke en plattelandsgebieden, maar nuttige aanvullingen daarop kunnen vormen. |
27. |
Middelen uit de diverse bestaande financieringsinstrumenten moeten rechtstreeks worden beheerd door de bevoegde en gemandateerde regionale en lokale organen die verantwoordelijk zijn voor de instandhouding en het herstel van biodiversiteit en ecosystemen overeenkomstig de Aichi-biodiversiteitsdoelen. |
28. |
De rol van lokale en regionale overheden in het voorkomen van illegale handel moet worden versterkt door regels voor op biodiversiteit gerichte overheidsopdrachten vast te stellen en de toename van invasieve uitheemse soorten een halt toe te roepen, met name door te voorzien in kaders voor gezamenlijke samenwerkingsactiviteiten in grensoverschrijdende situaties in het belang van een geïntegreerd beheer van de migratie van soorten en de biodiversiteit. Bestaande strategische netwerken, zoals het trans-Europees netwerk voor groene infrastructuur, spelen een belangrijke rol bij het verschaffen van grensoverschrijdende groene infrastructuur en corridors middels grensoverschrijdende gezamenlijke beheers- en actieplannen. |
Centrale rol van lokale en regionale overheden in de tenuitvoerlegging van het strategisch plan van het CBD en de EU-biodiversiteitsstrategie tot 2020
29. |
Het CvdR bevestigt en is ingenomen met de groeiende erkenning van de rol van lokale en regionale overheden op EU-niveau bij het verwezenlijken van de EU-biodiversiteitsstrategie. |
30. |
Daarnaast is het van mening dat lokale en regionale overheden actief moeten worden betrokken bij de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van beleid voor de afschaffing van averechts werkende subsidies en voor de integratie van biodiversiteit op diverse sectorale beleidsterreinen, waaronder landbouw en stedelijke en regionale ontwikkeling (via de desbetreffende EU-fondsen). |
31. |
Het moedigt lokale en regionale overheden aan zich meer in te spannen om biodiversiteitsoverwegingen in landgebruik en stedelijke planning te integreren als een effectief instrument om bijdragen aan de Aichi-biodiversiteitsdoelen te vergemakkelijken. |
32. |
Het Comité bevestigt opnieuw de rol van lokale en regionale overheden in lopende, vrijwillige bewustmakingsprogramma’s en platforms waarbij de nadruk wordt gelegd op het belang van de bescherming en het herstel van onze biodiversiteit en ecosystemen en hun diensten. |
33. |
Het moedigt lokale en regionale overheden aan deel te nemen aan internationale, Europese en nationale normalisatie- en certificeringsprocessen voor het beheer van biodiversiteit en ecosystemen, waaronder instrumenten die als referenties kunnen dienen en de invoering van een coherent governance- en beheerkader inzake biodiversiteit kunnen ondersteunen. |
C. Naar een doeltreffend en operationeel mondiaal kader voor biodiversiteit voor de periode na 2020
34. |
Het CvdR is verheugd over de eind 2017 aangenomen resolutie van het Parlement over het EU-actieplan voor de natuur, de mensen en de economie, waarin de Commissie wordt verzocht onverwijld werk te maken van de volgende EU-biodiversiteitsstrategie, aansluitend bij het proces tot vaststelling van een mondiaal kader voor biodiversiteit voor de periode na 2020. |
35. |
De politieke verbintenis op mondiaal en EU-niveau om de wereldwijde biodiversiteitscrisis aan te pakken en de ambities in de periode 2020-2030 na de Aichi-biodiversiteitsdoelen moeten kracht worden bijgezet. |
36. |
De CBD COP15 zou wereldwijd nieuwe aandacht moeten genereren en tot passende toezeggingen moeten leiden om niet alleen het verlies van biodiversiteit en ecosystemen een halt toe te roepen, maar deze ook te herstellen, en zou een ambitieus en inclusief mondiaal kader voor biodiversiteit voor de periode tot 2030 moeten vaststellen, waarmee de visie voor 2050 van het CBD en andere relevante VN-overeenkomsten kan worden verwezenlijkt. |
37. |
De EU zou een verantwoordelijke voortrekkersrol moeten spelen in het mondiale proces ter voorbereiding van een mondiaal kader voor biodiversiteit na 2020 en een „extern biodiversiteitsbeleid” moeten vaststellen, of moeten bijdragen tot een „intern mondiaal biodiversiteitsbeleid” waarbij de verantwoordelijkheid van de EU als wereldleider op het gebied van biodiversiteit wordt bepaald. |
38. |
De EU en alle partijen bij de CBD COP worden verzocht de dialoog en deelname van lokale en regionale overheden (en overige belanghebbenden die geen partij zijn) wat betreft de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van het nieuwe beleidskader te versterken en een officieel karakter te geven. |
39. |
Het CvdR moedigt de EU aan regio-overschrijdend samen te werken met Afrika, Zuid-Amerika, Azië en met name China, als gastland van de CBD COP2020, om gemeenschappelijke en coherente benaderingen te ontwikkelen ter bevordering van gezamenlijke belangen in het streven naar de „vernieuwde” Aichi-biodiversiteitsdoelen voor herstel, duurzaam gebruik en beheer van biodiversiteit en ecosystemen in de periode 2020-2030. |
40. |
De visie voor 2050 zou moeten worden vertaald in concrete termijnen en trajecten die pragmatische, oplossingsgerichte antwoorden bevatten, die op de CBD COP14 moeten worden besproken. |
41. |
Het mondiale kader voor biodiversiteit voor de periode na 2020 moet worden ontwikkeld door alle relevante VN-milieuovereenkomsten, zoals de SDG’s van de VN, de Overeenkomst van Parijs inzake klimaatverandering en het kader van Sendai voor rampenrisicovermindering, in overeenstemming te brengen en te integreren met de — vernieuwde — Aichi-biodiversiteitsdoelen, zodat biodiversiteit en ecosysteemdiensten niet los worden gezien van de sociale en economische doelstellingen waarvan zij de grondslag vormen. Zo kunnen biodiversiteitswaarden worden geïntegreerd in andere sectoren en dus ook in beleidsmaatregelen en planning, alsook in grensoverschrijdende samenwerking. |
42. |
Het Comité dringt aan op beleidssamenhang middels betere integratie van biodiversiteit in met name met SDG 11 „Slimme steden en gemeenten”, SDG 14 „Leven in het water” en SDG 15 „Leven op het land”. Ook wordt aangedrongen op nauwkeurigere en aangepaste formuleringen in de verschillende instrumenten die verwarring, tegenstrijdigheden en overlappingen tegengaan. |
43. |
Meerlagige samenwerking en de totstandbrenging van een effectieve en operationele multilevel-governancestructuur in het mondiaal kader voor biodiversiteit voor de periode na 2020, met inbegrip van lokale en regionale overheden (op zowel mondiaal als EU-niveau), is van essentieel belang voor gecoördineerd optreden met het oog op het behalen van de „vernieuwde” Aichi-biodiversiteitsdoelen. |
44. |
De rol van lokale en regionale overheden in het mechanisme voor nationale bewaking, rapportage en verificatie moet nadrukkelijk in het nieuwe mondiale kader voor biodiversiteit voor de periode na 2020 worden vermeld. |
45. |
Het CvdR spoort aan tot een coherente governancestructuur in het mondiale kader voor biodiversiteit na 2020 waarin de beginselen worden toegepast inzake horizontale mainstreaming, verticale overeenstemming en gezamenlijk en geïntegreerd beheer verbonden aan meetbare streefdoelen en rapportagemechanismen op en voor alle niveaus, met inbegrip van subnationale overheden, in overeenstemming met andere internationale overeenkomsten. |
46. |
Er moet worden nagegaan of het mogelijk is om op de verschillende niveaus een systeem van vrijwillige bijdragen te stimuleren — vergelijkbaar met de invoering van nationaal, regionaal en lokaal bepaalde bijdragen door de UNFCCC — die aangepast zijn aan de nationale omstandigheden, maar minstens even slagvaardig en ambitieus zijn. |
47. |
Het is noodzakelijk om een benadering te blijven hanteren, vergelijkbaar met — en in de geest van — de Aichi-biodiversiteitsdoelen, waarbij duidelijke, tijdgebonden en nieuwe meetbare streefdoelen worden ingevoerd om het verlies aan biodiversiteit, natuur en ecosystemen een halt toe te roepen en te herstellen, om invasieve uitheemse soorten doeltreffend uit te roeien en de introductie ervan te voorkomen en om effectief een eind te maken aan het illegaal doden van en handelen in wilde dieren in de periode 2020-2030. |
48. |
De EU wordt verzocht te voorzien in strategische en voortdurende begeleiding en richtsnoeren voor de EU-lidstaten en andere landen bij hun inspanningen om bedreigingen voor, en het beheer van biodiversiteit en ecosysteemdiensten aan te pakken. Aangezien biodiversiteitsverlies wordt bepaald door een groot aantal individuele gevallen en besluiten, moeten in de richtsnoeren beginselen en criteria zijn opgenomen voor het beoordelen van de gevolgen hiervan, gebaseerd op, en vergeleken met, mondiale biodiversiteitsdoelen ter voorkoming van „smalle framing”. |
49. |
Daarom is een coherente benadering van de monitoring, rapportage en verificatie zeer belangrijk om verslag te doen van de vorderingen m.b.t. het mondiale kader voor biodiversiteit voor de periode na 2020 en de periodieke balans van de tenuitvoerlegging van de langetermijndoelstellingen ervan. Dit moet op een alomvattende en faciliterende manier plaatsvinden, waarbij de nadruk moet liggen op 1) het stoppen van het biodiversiteitsverlies; 2) het herstellen van de biodiversiteit en de ecosystemen; 3) duurzaam gebruik en beheer van de biodiversiteit en de ecosystemen. Een en ander kan worden verwezenlijkt door het voorkomen van de komst en het uitbannen van invasieve uitheemse soorten, het stoppen van het illegaal doden van en de illegale handel in dieren die in het wild leven, en de monitoring en controle van de biodiversiteitsindicatoren. Monitoring, rapportage en verificatie moeten zo objectief mogelijk gebeuren en gebaseerd zijn op de nieuwste wetenschappelijke gegevens, waarbij gekwantificeerde effecten worden gelinkt aan beleid en acties, vorderingen en resultaten zichtbaar worden gemaakt en eventuele behoeften aan correctie of verdere actie worden vastgesteld. |
50. |
Het Comité dringt aan op het in kaart brengen en monitoren van nationale alsook regionale en lokale bijdragen, afgezet tegen wereldwijde streefdoelen uit hoofde van het mondiale kader voor biodiversiteit na 2020, ten behoeve van de follow-up en de periodieke balans van de collectieve toezeggingen. |
51. |
Het Comité ondersteunt de totstandbrenging van een gemeenschappelijke basis van technische en wetenschappelijke kennis op het gebied van biodiversiteit door vergelijkbare detectiemethoden te ontwikkelen, gemeenschappelijke toezichtregels vast te stellen en specifieke platforms voor het beheer en de verspreiding van gegevens en kennis op te richten. |
52. |
Het Comité wil de kennis van de territoriale hulpbronnen en diensten (milieu, toerisme, landbouw, ambacht, energie, diensten, sociale economie) verdiepen om de maatregelen voor het behoud van de biodiversiteit beter te integreren in de planning op verschillende bestuursniveaus en in de acties voor territoriale sociaal-economische ontwikkeling. |
53. |
Het Comité wil de kennis van bestaande goede praktijken op Europees niveau m.b.t. het beheer van Natura 2000-gebieden verdiepen en verspreiden, en stimuleert daarbij de toepassing van stabiele overlegmethoden met de relevante beheersorganen alsook de betrokkenheid van de verschillende plaatselijke publieke en particuliere actoren bij de biodiversiteitsproblematiek. |
54. |
Het stelt voor operationele (specifieke, meetbare, ambitieuze, realistische en tijdgebonden) Smart-doelen in het kader voor de periode na 2020 in te voeren, waardoor wordt overgegaan van statusgerelateerde, niet-meetbare doelen naar resultaatgerichte, „aan druk gerelateerde” doelen, die worden vastgesteld op een wijze en in een taal die duidelijk en operationeel zijn, en waardoor de vorderingen ten opzichte van de doelen kunnen worden gemeten en gerapporteerd. |
55. |
Er zijn dwingendere en gemakkelijk communiceerbare doelstellingen en streefdoelen in het mondiale kader voor biodiversiteit na 2020 nodig, terwijl ook de tijdgebonden Aichi-doelen moeten worden geactualiseerd en/of vervangen, waaronder de volgende: 1) duurzaam gebruik van op het land levende soorten naast visbestanden en ongewervelden en waterplanten in streefdoel 6 zou moeten worden opgenomen in strategisch doel B inzake het verminderen van directe druk op biodiversiteit en het bevorderen van duurzaam gebruik; 2) in strategisch doel D inzake het bevorderen van voordelen voor iedereen van biodiversiteit en ecosysteemdiensten zou de bijdrage van biodiversiteit aan de menselijke gezondheid moeten worden erkend — los van de in de streefdoelen 14, 15 en 16 vermelde voordelen — met aanvullende streefdoelen inzake o.a. farmaceutisch gebruik, geneeskrachtige planten, voeding, geestelijke gezondheid en gezondheidsbevordering enz. evenals erkenning van de verbanden tussen biodiversiteit, vrede en conflict, alsook migratie van mensen; 3) extra aandacht moet uitgaan naar diensten die worden geleverd door de bodem, zoet water en open zee, alsook hun respectieve biodiversiteit, en 4) er moeten maatregelen worden genomen in het kader van natuur- en ecosysteemdiensten gericht op het verbeteren van de leefomgeving in steden en voorstedelijke omgevingen ook in het licht van de klimaatverandering. |
56. |
Het Comité wijst lokale gemeenschappen erop hoe belangrijk het is om biodiversiteit te beschouwen als een kans op economisch, sociaal en werkgelegenheidsgebied, ook met het oog op de behoeften van sociale integratie. Daarbij moeten ook nieuwe modellen voor lokale samenwerking worden beproefd die gebaseerd zijn op de verspreiding van sociale en milieuclausules ten gunste van de biodiversiteit. |
57. |
Er moeten gezamenlijke biodiversiteitsindicatoren komen waarop kan worden voortgebouwd, die kunnen worden uitgebreid en moeten worden afgestemd op alle relevante internationale kaders, met inbegrip van met name de SDG’s, om overlapping te voorkomen, effectieve geïntegreerde meetbaarheid en uitvoering te bevorderen en een hefboomeffect te creëren voor ingrijpende veranderingen om armoede uit te bannen, matiging van en aanpassing aan klimaatverandering te bevorderen en de veerkracht van de voedselvoorziening in lokale gemeenschappen te vergroten. |
58. |
Het Comité dringt aan op meer mogelijkheden voor capaciteitsontwikkeling — met inbegrip van de nodige financiële middelen en innovatieve activeringsmethoden zoals intercollegiaal leren — op alle niveaus, om de technische kennis en vaardigheden te versterken die nodig zijn om het biodiversiteitsverlies een halt toe te roepen, de biodiversiteit en ecosystemen te herstellen en invasieve uitheemse soorten en het illegaal doden van en handelen in wilde dieren te voorkomen, waarbij inheemse bevolkingsgroepen en lokale gemeenschappen, deskundigen en vaklui (o.a. jagers, vissers, herders en bosbouwers) bij het beheer van de biodiversiteit moeten worden betrokken. |
59. |
Er wordt gepleit voor sterkere partnerschappen en steun voor collectieve acties onder alle belanghebbenden en het bredere publiek, met bijzondere aandacht voor bijdragen van inheemse bevolkingsgroepen en plaatselijke gemeenschappen, vrouwen, jongeren en diegenen die rechtstreeks afhankelijk zijn van biodiversiteit en deze beheren (waaronder jagers, vissers, herders en boswachters) en voor de effectieve beëindiging van het illegaal doden van en handelen in wilde dieren. Het CvdR wijst nogmaals op de noodzaak van grotere technische steun en/of begeleiding (niet alleen voor de lokale en regionale overheden in de EU, maar ook voor de regio’s van doorvoer of herkomst van in het wild levende dieren), capaciteitsopbouw en op rechten gebaseerde instrumenten voor een doeltreffend participatief proces waarin de beginselen van goed bestuur zijn geïntegreerd. |
60. |
Het spoort aan tot de ontwikkeling van internationale normen voor biodiversiteitsstrategieën en -actieplannen en geïntegreerd beheer en planning alsook andere instrumenten met betrekking tot het toekomstige governance- en beheermechanisme om toepassing en samenhang te vergemakkelijken. |
61. |
Mondiale biodiversiteitsmodellen en -scenario’s zijn belangrijk voor beter geïnformeerde en degelijke besluiten inzake biodiversiteitsbeheer en de ontwikkeling van innovatieve gegevensverzamelingssystemen of de uitbreiding van bestaande systemen met gegevens over biodiversiteit. |
62. |
Er zou een wereldwijd platform voor kennisoverdracht, monitoring en rapportage inzake de nakoming van toezeggingen door landen en lokale en regionale overheden moeten komen om lokale en regionale overheden te betrekken bij de uitwisseling van goede praktijken en de ondersteuning van monitoring, rapportage en verificatie. |
63. |
Het Comité dringt aan op meer middelen voor biodiversiteit — wereldwijd, in de EU en op nationaal niveau — die gericht moeten worden op specifieke lokale omstandigheden. Ook zij gedacht aan passende richtsnoeren voor een gemakkelijkere toegang tot en effectieve en efficiënte inzet van beschikbare financieringsinstrumenten alsook regelmatige systematische evaluatie van resultaten om nadelige effecten en conflicten tussen verschillende beleidsdoelstellingen te vermijden. |
64. |
De voordelen van nieuwe en innovatieve financieringsopties moeten worden onderzocht en benut, waaronder belastingprikkels, betalingen voor ecosysteemdiensten, regionale/nationale loterijen, een specifiek biodiversiteitsfonds op EU- en/of mondiaal niveau en de combinatie en mix van financieringen alsook betreffende structurele innovaties, zoals publiek-private partnerschappen voor biodiversiteit, stichtingen van particuliere bedrijven, publiekrechtelijke stichtingen en stimulansen voor acties door middel van bijv. vrijwillige etikettering/certificering. |
65. |
Het CvdR verbindt zich ertoe om zich continu en op proactieve wijze in de geest van dit advies in te zetten voor de voorbereiding van een mondiaal kader voor biodiversiteit voor de periode na 2020. |
Brussel, 10 oktober 2018.
De voorzitter van het Europees Comité van de Regio's
Karl-Heinz LAMBERTZ