20.11.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 392/35


Beroep ingesteld op 15 september 2017 — Slovenië/Commissie

(Zaak T-626/17)

(2017/C 392/44)

Procestaal: Sloveens

Partijen

Verzoekende partij: Republiek Slovenië (vertegenwoordigers: V. Klemenc en T. Mihelič Žitko, gemachtigden, en R. Knaak, advocaat)

Verwerende partij: Europese Commissie

Conclusies

gedelegeerde verordening (EU) 2017/1353 van de Commissie van 19 mei 2017 tot wijziging van verordening (EG) nr. 607/2009 wat betreft de wijndruivenrassen en synoniemen daarvan die op het etiket van wijn mogen voorkomen (PB 2017, L 190, blz. 5), in haar geheel nietig verklaren, en

de Commissie verwijzen in de kosten.

Middelen en voornaamste argumenten

Ter ondersteuning van haar beroep voert verzoekster acht middelen aan.

1.

Eerste middel: met de vaststelling van de bestreden verordening heeft de Commissie artikel 232 van verordening nr. 1308/2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten (integrale-GMO-verordening) geschonden, gelet op het feit dat laatstgenoemde verordening van toepassing is sinds 1 januari 2014 terwijl de bestreden verordening van toepassing is sinds 1 juli 2013. Daardoor heeft de Commissie de bevoegdheid overschreden die haar is verleend krachtens artikel 100, lid 3, tweede alinea, van integrale GMO-verordening nr. 1308/2013.

2.

Tweede middel: met de vaststelling van de bestreden verordening heeft de Commissie met terugwerkende kracht rechten geschonden die reeds waren verworven door de Sloveense producenten van wijnen met de beschermde oorsprongsbenaming „Teran” (PDO-SI-A1581). Daarmee heeft zij inbreuk gemaakt op de fundamentele beginselen van het Unierecht en meer in het bijzonder het rechtszekerheidsbeginsel en het beginsel van gewettigd vertrouwen, het beginsel van bescherming van verworven rechten en van gerechtvaardigde verwachtingen alsmede het evenredigheidsbeginsel.

3.

Derde middel: met de vaststelling van de bestreden verordening heeft de Commissie op onevenredige wijze het eigendomsrecht geschonden van de Sloveense producenten van wijnen met de beschermde oorsprongsbenaming „Teran” (PDO-SI-A1581). Daarmee heeft zij artikel 17 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en artikel 1 van het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag voor de bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden geschonden.

4.

Vierde middel: de Commissie heeft, door in artikel 2 van de bestreden verordening te voorzien in een overgangsregeling voor de verkoop van voorraden wijn die is geproduceerd vóór de inwerkingtreding van deze verordening, ook al voldoen zij niet aan de etiketteringsvoorschriften als bedoeld in artikel 1 van die verordening, artikel 41 van de Akte betreffende de voorwaarden voor de toetreding van de Republiek Kroatië tot de Europese Unie geschonden, voor zover voornoemde bepaling ziet op wijn die vóór 1 juli 2013 is geproduceerd.

5.

Vijfde middel: met de vaststelling van de bestreden verordening heeft de Commissie artikel 100, lid 3, tweede alinea, van integrale GMO-verordening nr. 1308/2013 geschonden, gelet op het belang van die bepaling in het licht van de fundamentele beginselen van het Unierecht en van artikel 1 van het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag voor de bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. De Commissie heeft aldus de bevoegdheid overschreden die haar krachtens genoemde bepaling is verleend.

6.

Zesde middel: met de vaststelling van de bestreden verordening heeft de Commissie artikel 290 VWEU en artikel 13, lid 2, VEU geschonden aangezien zij de haar bij genoemd artikel 290 VWEU verleende bevoegdheid om een gedelegeerde handeling vast te stellen en de haar bij de Verdragen verleende bevoegdheden, heeft overschreden.

7.

Zevende middel: door de bestreden verordening vast te stellen onder verwijzing naar een verzoek van Kroatië om het wijndruivenras „Teran” op te nemen in deel A van bijlage XV bij verordening nr. 607/2009 — verzoek dat Kroatië vóór zijn toetreding tot de Unie had moeten indienen — terwijl een dergelijk verzoek echter niet is ingediend en Slovenië, met het oog op onderhandelingen, niet is ingelicht dat een dergelijk verzoek is ingediend, heeft de Commissie artikel 100, lid 3, tweede alinea, van integrale GMO-verordening nr. 1308/2013 alsmede artikel 62, lid 3, van verordening nr. 607/2009 van de Commissie, gelezen in samenhang met artikel 4, lid 3, VEU geschonden. Daarmee heeft de Commissie tevens de bevoegdheid overschreden die haar is verleend krachtens voornoemde bepaling van integrale GMO-verordening nr. 1308/2013.

8.

Achtste middel: door de inhoud van de bestreden verordening te wijzigen ten opzichte van het ontwerp van een gedelegeerde verordening, dat op 24 januari 2017 is ingediend ter gelegenheid van de bijeenkomst van de groep van deskundigen voor de wijn „GREX WINE”, zonder de deskundigen van de lidstaten de mogelijkheid te bieden opmerkingen te formuleren over de gewijzigde versie van de ontwerphandeling, is de Commissie de verplichting niet nagekomen die op haar rust krachtens hoofdstuk V, punt 28, van het Interinstitutioneel Akkoord over „Beter wetgeven” en krachtens hoofdstuk II, punt 7, van het „Gezamenlijk akkoord over gedelegeerd handelen” van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie, dat is opgenomen als bijlage bij dat interinstitutionele akkoord. Daarmee heeft de Commissie wezenlijke vormvereisten en het beginsel van het interinstitutioneel evenwicht geschonden.