24.10.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 408/4 |
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 1 augustus 2022 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Bundesverwaltungsgericht — Duitsland) — Bundesrepublik Deutschland/XC
(Zaak C-279/20) (1)
(Prejudiciële verwijzing - Ruimte van vrijheid, veiligheid en recht - Immigratiebeleid - Recht op gezinshereniging - Richtlijn 2003/86/EG - Artikel 4, lid 1, eerste alinea, onder c) - Begrip “minderjarig kind” - Artikel 16, lid 1, onder b) - Begrip “werkelijk gezinsleven” - Kind dat verzoekt om gezinshereniging met zijn als vluchteling erkende vader - Relevante datum voor de beoordeling of de betrokkene minderjarig is)
(2022/C 408/04)
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Bundesverwaltungsgericht
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Bundesrepublik Deutschland
Verwerende partij: XC
In tegenwoordigheid van: Landkreis Cloppenburg
Dictum
1) |
Artikel 4, lid 1, eerste alinea, onder c), van richtlijn 2003/86/EG van de Raad van 22 september 2003 inzake het recht op gezinshereniging moet aldus worden uitgelegd dat de datum die als uitgangspunt moet worden genomen om te bepalen of het kind van een gezinshereniger die de vluchtelingenstatus heeft verkregen, een minderjarig kind in de zin van die bepaling is, in een situatie waarin dit kind meerderjarig is geworden vóór de toekenning van de vluchtelingenstatus aan de gezinsherenigende ouder en vóór de indiening van het verzoek tot gezinshereniging, de datum is waarop de gezinsherenigende ouder een asielaanvraag heeft ingediend met het oog op het verkrijgen van de vluchtelingenstatus, mits binnen drie maanden na de erkenning van de vluchtelingenstatus van de gezinsherenigende ouder een verzoek tot gezinshereniging is ingediend. |
2) |
Artikel 16, lid 1, onder b), van richtlijn 2003/86 moet aldus worden uitgelegd dat, om in het geval van gezinshereniging van een minderjarig kind met een als vluchteling erkende ouder te kunnen spreken van een werkelijk gezinsleven in de zin van deze bepaling wanneer dit kind meerderjarig is geworden vóór de toekenning van de vluchtelingenstatus aan de gezinsherenigende ouder en vóór de indiening van het verzoek tot gezinshereniging, de juridische band tussen ouder en kind op zich niet volstaat. Het is echter niet noodzakelijk dat de gezinsherenigende ouder en het betrokken kind, wil dat kind in aanmerking komen voor gezinshereniging, deel uitmaken van hetzelfde huishouden of onder hetzelfde dak leven. Incidentele bezoeken, voor zover mogelijk, en regelmatige contacten van welke aard dan ook, kunnen volstaan om aan te nemen dat deze personen persoonlijke en affectieve betrekkingen aan het herstellen zijn en om aan te tonen dat er sprake is van een werkelijk gezinsleven. Voorts kan evenmin worden verlangd dat de gezinsherenigende ouder en zijn kind elkaar financieel ondersteunen. |