3.11.2020   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 371/16


Beroep ingesteld op 27 juli 2020 — Satabank/ECB

(Zaak T-494/20)

(2020/C 371/19)

Procestaal: Engels

Partijen

Verzoekende partij: Satabank plc (St. Julians, Malta) (vertegenwoordiger: O. Behrends, advocaat)

Verwerende partij: Europese Centrale Bank (ECB)

Conclusies

Verzoekster verzoekt het Gerecht:

het besluit van 15 mei 2020 nietig te verklaren voor zover de ECB daarbij heeft geweigerd het rechtstreeks toezicht over te nemen en de Bevoegde Persoon instructies te geven om ervoor te zorgen dat de bank niet langer de toegang wordt ontzegd tot haar gebouwen, informatie, systemen, bestanden, documenten, personeel en middelen;

verweerster te verwijzen in de kosten.

Middelen en voornaamste argumenten

Ter onderbouwing van haar beroep voert verzoekster acht middelen aan.

1.

Eerste middel: de ECB is er ten onrechte van uitgegaan dat de gevraagde actie buiten haar bevoegdheid valt, en heeft haar besluit ontoereikend gemotiveerd.

2.

Tweede middel: het bestreden besluit schendt het recht dat verzoekster ontleent aan artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.

3.

Derde middel: schending door de ECB van het recht dat verzoekster ontleent aan artikel 41 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.

4.

Vierde middel: schending door de ECB van het recht dat verzoekster ontleent aan artikel 17 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.

5.

Vijfde middel: schending door de ECB van het recht dat verzoekster ontleent aan artikel 16 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.

6.

Zesde middel: de ECB is haar verplichtingen uit hoofde van artikel 6, lid 5, onder b), van verordening (EU) nr. 1024/2013 (1) van de Raad en artikel 67 van verordening (EU) nr. 468/2014 (2) van de Europese Centrale Bank niet nagekomen.

7.

Zevende middel: de ECB heeft het beginsel geschonden dat zij moet handelen op een wijze die toelaat wettelijke verplichtingen na te komen.

8.

Achtste middel: de ECB heeft misbruik gemaakt van haar bevoegdheid (détournement de pouvoir).


(1)  Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen (PB 2013 L 287, blz. 63).

(2)  Verordening (EU) nr. 468/2014 van de Europese Centrale Bank van 16 april 2014 tot vaststelling van een kader voor samenwerking binnen het Gemeenschappelijk Toezichtsmechanisme tussen de Europese Centrale Bank en nationale bevoegde autoriteiten en met nationale aangewezen autoriteiten (GTM-kaderverordening) (PB 2014 L 141, blz. 1).