26.9.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 368/10 |
Beschikking van het Hof (Tiende kamer) van 9 juni 2022 — Unie van Professionele Transporteurs en Logistieke Ondernemers (UPTR) / Europees Parlement, Raad van de Europese Unie
(Zaak C-603/21 P) (1)
(Hogere voorziening - Artikel 181 van het Reglement voor de procesvoering van het Hof - Vervoer - Verordening (EU) 2020/1055 - Toegang tot de markt voor internationaal goederenvervoer over de weg - Cabotage - Beroep tot nietigverklaring - Ontvankelijkheid - Artikel 263, vierde alinea, VWEU - Voorwaarde dat de verzoeker individueel wordt geraakt - Beroepsvereniging - Effectieve rechterlijke bescherming - Hogere voorziening deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond)
(2022/C 368/13)
Procestaal: Nederlands
Partijen
Rekwirant: Unie van Professionele Transporteurs en Logistieke Ondernemers (UPTR) (vertegenwoordiger: F. Vanden Bogaerde, advocaat)
Andere partijen in de procedure: Europees Parlement (vertegenwoordigers: I. Anagnostopoulou en R. van de Westelaken, gemachtigden), Raad van de Europese Unie (vertegenwoordigers: S. Emmerechts, A. Norberg en L. Vétillard, gemachtigden)
Dictum
1) |
De hogere voorziening wordt deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond verklaard. |
2) |
De Unie van Professionele Transporteurs en Logistieke Ondernemers (UPTR) wordt verwezen in de kosten. |