10.5.2022   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 191/34


Beroep ingesteld op 9 maart 2022 — OO / EIB

(Zaak T-134/22)

(2022/C 191/44)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partij: OO (vertegenwoordiger: M. Velardo, advocaat)

Verwerende partij: Europese Investeringsbank (EIB)

Conclusies

nietigverklaring van het besluit tot afwijzing van de klacht van 6 december 2021, waarvan verzoekster op diezelfde dag kennis is gegeven (ARES CS-PERS/S&G/ER1 W2021-00710/CO/ps);

nietigverklaring van het besluit van 27 februari 2012 (ref: RH/OPR/2012-0251), waarvan nooit kennis is gegeven aan verzoekster;

nietigverklaring van het besluit van 20 mei 2021 (CS-PERS/HROPS/BAP/2021-0360), waarvan op 8 juni 2021, samen met de nota van 27 februari 2012, kennis is gegeven aan verzoeksters raadsman;

verwijzing van de Europese Investeringsbank in de kosten.

Middelen en voornaamste argumenten

Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij vier middelen aan.

1.

Eerste middel: ontbreken van motivering van de bestreden besluiten, schending van artikel 31 van het reglement van orde van de EIB, schending van de artikelen 6 en 11 van protocol nr. 5 betreffende de statuten van de EIB, ontbreken van rechtsgrondslag en een aan artikel 277 VWEU ontleende exceptie van onrechtmatigheid van punt 2.1.1 van de administratieve bepalingen.

2.

Tweede middel: schending van de bepalingen die ratione temporis de detachering van personeel van de EIB regelen, eenzijdige wijziging van het contract in strijd met de algemene regels inzake de gelijkheid van contractpartijen en niet-nakoming van de zorgplicht.

3.

Derde middel: schending van het beginsel van bescherming van het gewettigd vertrouwen.

4.

Vierde middel: misbruik van bevoegdheid.