7.6.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 222/32 |
Beroep ingesteld op 4 april 2022 — Mellish / Commissie
(Zaak T-176/22)
(2022/C 222/53)
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partij: Philip Mellish (Ukkel, België) (vertegenwoordiger: N. de Montigny, advocaat)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
— |
nietigverklaring van verzoekers salarisafrekening over de maand juni 2021 en van de nota van de dienst HR van de Commissie van 14 juni 2021 waarbij hem is meegedeeld dat hij vanaf 2021 en na de Brexit niet langer het forfaitaire bedrag aan reiskosten naar de plaats van herkomst zou ontvangen; |
— |
nietigverklaring, voor zover het de motivering van het bestreden besluit aanvult, van het besluit van 22 december 2021 tot afwijzing van de klacht van 1 september 2021; |
— |
verwijzing van de verwerende partij in de kosten. |
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij drie middelen aan.
1. |
Eerste middel, ontleend aan een teleologische en zinvolle toepassing van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie (hierna: “Statuut”), een onjuiste rechtsopvatting van de administratie, schending van artikel 7, lid 4, van bijlage VII bij het Statuut en aan het feit dat de algemene uitvoeringsbepalingen betreffende de plaats van herkomst in strijd zijn met het Statuut. |
2. |
Tweede middel, ontleend aan schending van het beginsel van gelijke behandeling en ongerechtvaardigde discriminatie, een exceptie van onrechtmatigheid en de niet-toepassing van de totale afschaffing van de vergoeding bij het verlies van het staatsburgerschap. |
3. |
Derde, subsidiair aangevoerde middel, ontleend aan een toepassing conform de door de Europese Unie toegezegde flexibiliteit met betrekking tot de interpretatie van het Statuut ten aanzien van Britse onderdanen en in overeenstemming met de andere interne regels alsmede aan een inbreuk op het beginsel van compensatie van de staat van ontheemding van de functionaris. |