24.10.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 408/43 |
Beroep ingesteld op 13 september 2022 — HF / Europees Parlement
(Zaak T-565/22)
(2022/C 408/57)
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partij: HF (vertegenwoordiger: A. Tymen, advocaat)
Verwerende partij: Europees Parlement
Conclusies
— |
het onderhavige beroep ontvankelijk en gegrond verklaren; |
dientengevolge:
— |
het besluit van 3 november 2021 tot afwijzing van verzoeksters verzoek om bijstand van 11 december 2014 nietig verklaren; |
— |
voor zover nodig, het op 7 juni 2022 ontvangen besluit van 3 juni 2022 tot afwijzing van verzoeksters klacht van 3 februari 2022 nietig verklaren; |
— |
de verwerende partij veroordelen tot betaling van een ex aequo et bono op 50 000 EUR vastgesteld bedrag ter vergoeding van verzoeksters immateriële schade; |
— |
de verwerende partij verwijzen in alle kosten. |
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij twee middelen aan.
1. |
Eerste middel: onregelmatigheid van de door het Comité gevolgde procedure, schending van artikel 41 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en van artikel 24 van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie (hierna: “Statuut”). |
2. |
Tweede middel: beoordelingsfouten, niet-nakoming van de bijstandsplicht en schending van de artikelen 12 bis en 24 van het Statuut. |