ISSN 1977-0995 |
||
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 167 |
|
![]() |
||
Uitgave in de Nederlandse taal |
Mededelingen en bekendmakingen |
62e jaargang |
Inhoud |
Bladzijde |
|
|
II Mededelingen |
|
|
MEDEDELINGEN VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE |
|
|
Europese Commissie |
|
2019/C 167/01 |
Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie (Zaak M.9270 — VINCI Airports/Gatwick Airport) ( 1 ) |
|
IV Informatie |
|
|
INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE |
|
|
Raad |
|
2019/C 167/02 |
||
|
Europese Commissie |
|
2019/C 167/03 |
||
2019/C 167/04 |
||
2019/C 167/05 |
Nieuwe EU-prijs voor scholen die onderricht over de EU geven |
|
V Bekendmakingen |
|
|
GERECHTELIJKE PROCEDURES |
|
|
EVA-Hof |
|
2019/C 167/06 |
||
|
PROCEDURES IN VERBAND MET DE UITVOERING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE HANDELSPOLITIEK |
|
|
Europese Commissie |
|
2019/C 167/07 |
||
|
ANDERE HANDELINGEN |
|
|
Europese Commissie |
|
2019/C 167/08 |
|
|
|
(1) Voor de EER relevante tekst. |
NL |
|
II Mededelingen
MEDEDELINGEN VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE
Europese Commissie
16.5.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 167/1 |
Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie
(Zaak M.9270 — VINCI Airports/Gatwick Airport)
(Voor de EER relevante tekst)
(2019/C 167/01)
Op 15 maart 2019 heeft de Commissie besloten zich niet te verzetten tegen bovenvermelde aangemelde concentratie en deze verenigbaar met de interne markt te verklaren. Dit besluit is gebaseerd op artikel 6, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1). De volledige tekst van het besluit is slechts beschikbaar in het Engels en zal openbaar worden gemaakt na verwijdering van eventuele bedrijfsgeheimen. De tekst is beschikbaar:
— |
op de website Concurrentie van de Commissie, afdeling Fusies (http://ec.europa.eu/competition/mergers/cases/). Deze website biedt verschillende hulpmiddelen om individuele concentratiebesluiten op te zoeken, onder meer op: naam van de onderneming, nummer van de zaak, datum en sector; |
— |
in elektronische vorm op de EUR-Lex-website (http://eur-lex.europa.eu/homepage.html?locale=nl) onder document nr. 32019M9270. EUR-Lex biedt onlinetoegang tot de communautaire wetgeving. |
IV Informatie
INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE
Raad
16.5.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 167/2 |
BESLUIT VAN DE RAAD
van 14 mei 2019
tot benoeming van de gewone en de plaatsvervangende leden van het Raadgevend Comité voor veiligheid en gezondheid op de arbeidsplaats voor Hongarije
(2019/C 167/02)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien het Besluit van de Raad van 22 juli 2003 tot oprichting van een Raadgevend Comité voor veiligheid en gezondheid op de arbeidsplaats (1), en met name artikel 3,
Gezien de voordrachten die de regeringen van de lidstaten bij de Raad hebben ingediend,
Overwegende hetgeen volgt:
(1) |
Bij besluiten van 12 maart 2019 (2) en 15 april 2019 (3) heeft de Raad de gewone en de plaatsvervangende leden van het Raadgevend Comité voor veiligheid en gezondheid op de arbeidsplaats benoemd voor de periode van 1 maart 2019 tot en met 28 februari 2022. |
(2) |
De werknemers- en werkgeversorganisaties van Hongarije hebben nieuwe kandidaten voor meerdere vrijgekomen zetels voorgedragen, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Tot gewone leden of plaatsvervangende leden van het Raadgevend Comité voor veiligheid en gezondheid op de arbeidsplaats worden benoemd voor de termijn die loopt tot en met 28 februari 2022:
II. VERTEGENWOORDIGERS VAN DE WERKNEMERSORGANISATIES
Land |
Leden |
Plaatsvervangende leden |
Hongarije |
de heer Károly GYÖRGY |
de heer László MISKÉRI |
III. VERTEGENWOORDIGERS VAN DE WERKGEVERSORGANISATIES
Land |
Leden |
Plaatsvervangende leden |
Hongarije |
de heer István KOMORÓCZKI |
mevrouw Melinda PARRAGHNÉ GÁL mevrouw Judit H. NAGY |
Artikel 2
De Raad zal de nog niet voorgedragen leden en plaatsvervangende leden later benoemen.
Artikel 3
Dit besluit wordt ter informatie bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel, 14 mei 2019.
Voor de Raad
De voorzitter
P. DAEA
(1) PB C 218 van 13.9.2003, blz. 1.
Europese Commissie
16.5.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 167/4 |
Wisselkoersen van de euro (1)
15 mei 2019
(2019/C 167/03)
1 euro =
|
Munteenheid |
Koers |
USD |
US-dollar |
1,1183 |
JPY |
Japanse yen |
122,24 |
DKK |
Deense kroon |
7,4695 |
GBP |
Pond sterling |
0,86820 |
SEK |
Zweedse kroon |
10,7688 |
CHF |
Zwitserse frank |
1,1276 |
ISK |
IJslandse kroon |
137,40 |
NOK |
Noorse kroon |
9,8003 |
BGN |
Bulgaarse lev |
1,9558 |
CZK |
Tsjechische koruna |
25,760 |
HUF |
Hongaarse forint |
325,15 |
PLN |
Poolse zloty |
4,3094 |
RON |
Roemeense leu |
4,7615 |
TRY |
Turkse lira |
6,7780 |
AUD |
Australische dollar |
1,6166 |
CAD |
Canadese dollar |
1,5075 |
HKD |
Hongkongse dollar |
8,7784 |
NZD |
Nieuw-Zeelandse dollar |
1,7067 |
SGD |
Singaporese dollar |
1,5317 |
KRW |
Zuid-Koreaanse won |
1 331,31 |
ZAR |
Zuid-Afrikaanse rand |
15,9620 |
CNY |
Chinese yuan renminbi |
7,6925 |
HRK |
Kroatische kuna |
7,4183 |
IDR |
Indonesische roepia |
16 170,62 |
MYR |
Maleisische ringgit |
4,6728 |
PHP |
Filipijnse peso |
58,588 |
RUB |
Russische roebel |
72,4794 |
THB |
Thaise baht |
35,322 |
BRL |
Braziliaanse real |
4,4659 |
MXN |
Mexicaanse peso |
21,4741 |
INR |
Indiase roepie |
78,6785 |
(1) Bron: door de Europese Centrale Bank gepubliceerde referentiekoers.
16.5.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 167/5 |
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE
Bekendmaking van het totale aantal emissierechten in omloop in 2018 voor de toepassing van de marktstabiliteitsreserve in het kader van de bij Richtlijn 2003/87/EG vastgestelde EU-regeling voor de emissiehandel
(2019/C 167/04)
1. Inleiding
In 2015 hebben de Raad en het Europees Parlement besloten een marktstabiliteitsreserve (MSR) (1) in te stellen in het kader van de bij Richtlijn 2003/87/EG vastgestelde EU-regeling voor de emissiehandel (EU-ETS) (2). De MSR is in januari 2019 in werking getreden. De MSR heeft als doel te vermijden dat zich op de koolstofmarkt van de EU een groot structureel overschot aan emissierechten voordoet, met daaraan verbonden het risico dat de EU-ETS daardoor niet het noodzakelijke investeringssignaal afgeeft om de emissiereductiedoelstelling van de EU op een kostenefficiënte manier te verwezenlijken.
In het besluit is vastgesteld dat de Commissie vanaf 2017 uiterlijk 15 mei van elk jaar het totale aantal emissierechten in omloop bekendmaakt. Aan de hand van dit aantal wordt bepaald of emissierechten die bestemd zijn om in het daaropvolgende jaar te worden geveild, in de reserve moeten worden opgenomen.
Op 15 mei 2018 heeft de Commissie bekendgemaakt dat er in 2017 in totaal ongeveer 1,65 miljard emissierechten in omloop waren (3). Overeenkomstig de regels die met betrekking tot de MSR zijn overeengekomen, worden na deze bekendmaking gedurende de eerste acht maanden van 2019, met ingang van 1 januari, 264 731 936 emissierechten in de reserve opgenomen (4).
Deze mededeling is de derde bekendmaking in het kader van de MSR en heeft betrekking op het jaar 2018. Zij bevat het werkelijke totale aantal emissierechten in omloop en een gedetailleerde uiteenzetting over hoe dit aantal is berekend. In deze bekendmaking wordt het aantal emissierechten bepaald dat van september 2019 tot en met augustus 2020 in de reserve zal worden opgenomen.
2. Werking van de marktstabiliteitsreserve
Wanneer het totale aantal emissierechten in omloop buiten een vooraf bepaald bereik valt, worden er automatisch emissierechten in de MSR opgenomen of eruit vrijgegeven. Overstijgt het totale aantal emissierechten in omloop de bovengrens van 833 miljoen emissierechten, dan worden er emissierechten in de reserve opgenomen. Daalt het totale aantal emissierechten in omloop onder de ondergrens van 400 miljoen emissierechten, dan worden er emissierechten uit de reserve vrijgegeven. In de praktijk worden emissierechten in de reserve opgenomen door er minder te veilen, en worden uit de reserve vrijgegeven door later 100 miljoen emissierechten meer te veilen.
De bekendmaking van het totale aantal emissierechten in omloop, op basis waarvan emissierechten zullen worden opgenomen in of vrijgegeven uit de reserve, is daarom een essentieel onderdeel van de werking van de reserve.
In het kader van de herziening van de EU-ETS (5) zijn belangrijke wijzigingen aangebracht in de werking van de MSR. Tijdens de periode van 2019 tot en met 2023 wordt het percentage van het totale aantal emissierechten in omloop op basis waarvan wordt bepaald hoeveel emissierechten in de reserve worden opgenomen indien de bovengrens van 833 miljoen emissierechten wordt overstegen, tijdelijk van 12 % tot 24 % verdubbeld. Daarbij komt dat, vanaf 2023, de emissierechten die de MSR bovenop de hoeveelheid geveilde emissierechten van het jaar ervoor bevat, niet langer geldig zullen zijn.
Overeenkomstig deze mededeling wordt in de loop van de twaalf maanden vanaf 1 september 2019 bijgevolg 24 % (6) van het totale aantal emissierechten in omloop opgenomen in de reserve. Een overeenkomstige hoeveelheid zal worden afgetrokken van de hoeveelheid geveilde emissierechten van de lidstaten, naargelang hun respectieve aandeel te veilen rechten. In deze context is het belangrijk eraan te herinneren dat emissierechten die met het oog op solidariteit en groei binnen de Unie zijn herverdeeld, tot en met 31 december 2025 niet in aanmerking worden genomen voor het bepalen van de desbetreffende aandelen.
3. Totale aantal emissierechten in omloop
Overeenkomstig artikel 1, lid 4, van Besluit (EU) 2015/1814 komt het totale aantal emissierechten in omloop overeen met „de som van het aantal in de periode vanaf 1 januari 2008 toegewezen emissierechten, met inbegrip van het aantal rechten dat in die periode overeenkomstig artikel 13, lid 2, van Richtlijn 2003/87/EG is toegewezen, en door installaties uitgeoefende rechten om internationale kredieten te gebruiken uit hoofde van het EU-ETS voor emissies voor 31 december van dat bepaalde jaar, minus het totaal aantal ton geverifieerde emissies van onder de EU-ETS vallende installaties tussen 1 januari 2008 en 31 december van datzelfde bepaalde jaar, de geannuleerde emissierechten overeenkomstig artikel 12, lid 4, van Richtlijn 2003/87/EG en het aantal emissierechten in de reserve”.
Kortom, het totale aantal emissierechten in omloop dat relevant is voor de opname van emissierechten in en de vrijgave ervan uit de MSR wordt berekend aan de hand van de volgende formule:
totale aantal emissierechten in omloop = aanbod — (vraag + emissierechten in de MSR)
Het totale aantal emissierechten in omloop wordt bepaald door drie verschillende elementen: 1) het aanbod van emissierechten sinds 1 januari 2008; 2) het aantal ingeleverde en geannuleerde emissierechten („vraag”); en 3) de aangehouden reserve.
Overeenkomstig Besluit (EU) 2015/1814 worden luchtvaartemissierechten en geverifieerde luchtvaartemissies niet in deze berekening meegenomen.
3.1. Aanbod
Het aanbod van emissierechten op de markt wordt bepaald door vijf verschillende elementen:
— |
emissierechten die uit de periode van 2008 tot en met 2012 („fase 2”) zijn overgedragen; |
— |
emissierechten die in de periode van 1 januari 2013 tot en met 31 december 2018 kosteloos zijn toegewezen, met inbegrip van uit de nieuwkomersreserve (NER) toegewezen emissierechten; |
— |
emissierechten die in de periode van 1 januari 2013 (7) tot en met 31 december 2018 zijn geveild; |
— |
emissierechten die in het kader van het NER300-programma door de Europese Investeringsbank (EIB) te gelde zijn gemaakt, en |
— |
rechten die tot en met 31 december 2018 door installaties zijn uitgeoefend om internationale kredieten te gebruiken voor emissies. |
Uit fase 2 van de EU-ETS is een aantal van 1 749 540 826 emissierechten overgedragen (8). Dit overgedragen totaal komt overeen met het totale aantal in fase 2 van de EU-ETS uitgegeven emissierechten dat niet is ingeleverd om geverifieerde of geannuleerde emissies te dekken. Voor de vaststelling van het totale aantal emissierechten in omloop komt het dus overeen met het aantal ETS-emissierechten in omloop aan het begin van de periode van 2013 tot en met 2020 („fase 3”) op 1 januari 2013 en is het als dusdanig meegenomen in de berekening.
Volgens de verslagen van de veilingen op het gemeenschappelijke veilingplatform en op de relevante „opt-out”-veilingplatforms (9) ligt het aantal emissierechten dat in de periode van 1 januari 2013 tot en met 31 december 2018 is geveild, met inbegrip van de zogenoemde vooruitgeschoven veilingen, op 4 641 208 000.
Het aantal emissierechten dat in de periode van 1 januari 2013 tot en met 31 december 2018 kosteloos is toegewezen, met inbegrip van toegewezen emissierechten uit de nieuwkomersreserve, bedraagt 5 162 023 498 (10).
In het kader van het NER300-programma heeft de EIB 300 000 000 emissierechten te gelde gemaakt (11).
De tot en met 31 december 2018 door installaties uitgeoefende rechten om internationale kredieten te gebruiken voor emissies komen overeen met een aantal van 434 049 616 (12).
3.2. Vraag
De vraag omvat de totale geverifieerde emissies van installaties in de periode van 1 januari 2013 (13) tot en met 31 december 2018, goed voor 10 631 497 033 (14), en de in diezelfde periode geannuleerde emissierechten, met een aantal van 315 083.
3.3. Aangehouden reserve van de MSR
Voor de periode waarop deze bekendmaking betrekking heeft, zijn er geen emissierechten in de reserve opgenomen (15).
3.4. Totale aantal emissierechten in omloop
Gezien het bovenstaande bedraagt het totale aantal emissierechten in omloop 1 654 909 824 emissierechten.
4. Conclusie
Overeenkomstig de regels die met betrekking tot de MSR zijn overeengekomen, wordt gedurende twaalf maanden, vanaf 1 september tot 2019 tot en met 31 augustus 2020, een totaal van 397 178 358 emissierechten in de MSR opgenomen.
De volgende bekendmaking wordt gedaan in mei 2020 om te bepalen hoeveel emissierechten voor de periode van september 2020 tot en met augustus 2021 in de reserve worden opgenomen.
Tabel
Overzicht
Aanbod |
|||
|
1 749 540 826 |
||
|
5 162 023 498 |
||
|
4 641 208 000 |
||
|
300 000 000 |
||
|
434 049 616 |
||
Totaal (aanbod) |
12 286 821 940 |
Vraag |
|||
|
10 631 597 033 |
||
|
315 083 |
||
Totaal (vraag) |
10 631 912 116 |
Aangehouden marktstabiliteitsreserve |
|
Aantal emissierechten in de reserve |
0 |
|
|
Totale aantal emissierechten in omloop |
1 654 909 824 |
(1) Besluit (EU) 2015/1814 van het Europees Parlement en de Raad van 6 oktober 2015 betreffende de instelling en de werking van een marktstabiliteitsreserve voor de EU-regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten en tot wijziging van Richtlijn 2003/87/EG (PB L 264 van 9.10.2015, blz. 1).
(2) Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van Richtlijn 96/61/EG van de Raad (PB L 275 van 25.10.2003, blz. 32).
(3) Zie Mededeling van de Commissie, C(2018) 2801 final, beschikbaar op:
https://ec.europa.eu/clima/sites/clima/files/ets/reform/docs/c_2018_2801_en.pdf
(4) De bijdrage van elke lidstaat aan de marktstabiliteitsreserve van 1 januari tot en met 31 augustus 2019 is bekendgemaakt in het Verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad — Verslag over de werking van de Europese koolstofmarkt, COM(2018) 842 final, van 17 december 2018, beschikbaar op: https://ec.europa.eu/clima/sites/clima/files/ets/docs/com_2018_842_final_en.pdf
(5) Richtlijn (EU) 2018/410 van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2018 tot wijziging van Richtlijn 2003/87/EG ter bevordering van kosteneffectieve emissiereducties en koolstofarme investeringen en van Besluit (EU) 2015/1814 (PB L 76 van 19.3.2018, blz. 3); beschikbaar op: http://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=uriserv:OJ.L_.2018.076.01.0003.01.NLD&toc=OJ:L:2018:076:TOC
(6) Komt overeen met 2 % per maand.
(7) Dit aantal omvat de zogenoemde „vooruitgeschoven veilingen” (emissierechten voor de periode 2013 tot en met 2020 die vóór 1 januari 2013 zijn geveild).
(8) Zie het verslag over de koolstofmarkt van 2015 (COM(2015) 576).
(9) Beschikbaar op: http://www.eex.com/en/products/environmental-markets/emissions-auctions/archive en https://www.theice.com/marketdata/reports/148
(10) Gebaseerd op een uittreksel uit het EU-transactielogboek (EUTL) van 1 april 2019.
(11) Een eerste tranche van 200 miljoen emissierechten — die in 2011 en 2012 zijn verkocht — en een tweede tranche van 100 miljoen emissierechten — die in 2013 en 2014 zijn verkocht; zie https://ec.europa.eu/clima/sites/clima/files/lowcarbon/ner300/docs/summary_report_ner300_monetisation_en.pdf voor nadere details.
(12) Gebaseerd op een uittreksel uit het EUTL van 1 april 2019.
(13) Zie de toelichting bij het overgedragen totaal (punt 3.1) voor wat de geverifieerde emissies in de periode 2008-2012 betreft.
(14) De totale geverifieerde emissies zijn gebaseerd op een uittreksel uit het EUTL van 1 april 2019 om rekening te houden met de geverifieerde emissies die uiterlijk 31 maart 2019 zijn gerapporteerd. Na die datum gerapporteerde emissies zijn derhalve niet in dit totaal opgenomen.
(15) Deze mededeling toont het totale aantal emissierechten dat eind 2018 in omloop is. De MSR is op 1 januari 2019 in werking getreden. Van 1 januari tot en met 31 augustus 2019 worden zo’n 265 miljoen emissierechten in de reserve opgenomen, overeenkomstig het totale aantal van 2017.
16.5.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 167/9 |
Nieuwe EU-prijs voor scholen die onderricht over de EU geven
(2019/C 167/05)
De Europese Unie stelt een nieuwe prijs in om leerkrachten en scholen te belonen die voor beter onderricht over de Europese Unie op school zorgen.
De naam van de nieuwe prijs is „Jan Amos Comenius-prijs voor onderwijs van hoge kwaliteit over de Europese Unie”.
Alle middelbare scholen in de Europese Unie komen in aanmerking voor de prijs.
De prijs beloont uitstekende leerkrachten en scholen uit het middelbaar onderwijs die hun leerlingen op inspirerende wijze over de EU onderrichten. De prijs zal boeiende activiteiten erkenning en zichtbaarheid in de hele EU geven en het belang benadrukken van onderricht en leren over de EU op jonge leeftijd. De prijs zal de aandacht vestigen op inspirerende onderwijsmethoden waarbij de leerlingen actief bij het onderricht over de EU worden betrokken. Dankzij de prijs zullen deze methoden ook worden verspreid.
De oproep tot het indienen van aanvragen voor 2019 zal naar verwachting in september 2019 worden gepubliceerd.
De Europese Commissie zal het wedstrijdreglement opstellen en bekendmaken met de gedetailleerde voorwaarden voor deelname, de termijnen, de toekenningscriteria, het aantal prijzen, het prijzengeld en de wijze waarop de prijzen aan de winnaars zullen worden uitbetaald.
De prijs is een initiatief van het Europees Parlement. De uitvoering van het initiatief is toevertrouwd aan het directoraat-generaal Onderwijs, Jeugd, Sport en Cultuur van de Europese Commissie.
V Bekendmakingen
GERECHTELIJKE PROCEDURES
EVA-Hof
16.5.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 167/10 |
Verzoek van 10 september 2018 om een advies van het EVA-Hof door Borgarting lagmannsrett, in de zaak Andreas Gyrre tegen de Noorse regering
(Zaak E-1/19)
(2019/C 167/06)
Bij schrijven van 10 september 2018 van Borgarting lagmannsrett (Borgarting hof van beroep) is bij het EVA-Hof een verzoek ingediend, dat op 3 januari 2019 bij de griffie van het Hof is binnengekomen, om een advies in de zaak Andreas Gyrre tegen de Noorse regering, betreffende onderstaande vragen:
1. |
Moet punt 9 van bijlage I bij Richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt aldus worden uitgelegd dat het betrekking heeft op situaties waarin een handelaar beweert of anderszins de indruk wekt dat een product legaal kan worden verkocht wanneer er in een EER-staat een wettelijke bepaling bestaat, zoals de London Olympic Games and Paralympic Games Act 2006, waarin is bepaald dat het product niet legaal kan worden verkocht en die overeenkomstig het nationale recht ten uitvoer is gelegd?
|
2. |
Indien de vaststelling of het verbod op grond van het nationale recht in strijd is met voorschriften van het EER-recht, relevant is voor de beoordeling uit hoofde van punt 9 van bijlage I bij Richtlijn 2005/29/EG:
|
PROCEDURES IN VERBAND MET DE UITVOERING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE HANDELSPOLITIEK
Europese Commissie
16.5.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 167/11 |
Bericht van inleiding van een antisubsidieprocedure betreffende de invoer van bepaalde geweven en/of gestikte stoffen van glasvezels van oorsprong uit de Volksrepubliek China en Egypte
(2019/C 167/07)
De Europese Commissie (“de Commissie”) heeft een klacht ontvangen op grond van artikel 10 van Verordening (EU) 2016/1037 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende bescherming tegen invoer met subsidiëring uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie (1) (“de basisverordening”), volgens welke de bedrijfstak van de Unie schade (2) lijdt door de invoer met subsidiëring van bepaalde geweven en/of gestikte stoffen van glasvezels, van oorsprong uit de Volksrepubliek China en Egypte.
1. Klacht
De klacht werd op 1 april 2019 ingediend door Tech-Fab Europe (“de klager”) namens producenten die meer dan 25 % van de totale productie van bepaalde geweven en/of gestikte stoffen van glasvezels in de Unie voor hun rekening nemen.
Een openbare versie van de klacht en de analyse van de mate van steun van de producenten in de Unie voor de klacht zijn beschikbaar in het dossier dat door de belanghebbenden kan worden ingezien. Punt 5.6 van dit bericht bevat informatie over de toegang tot het dossier voor belanghebbenden.
2. Onderzocht product
Dit onderzoek betreft stoffen van geweven en/of gestikte continuglasvezelrovings of -draden, met uitzondering van producten die zijn geïmpregneerd of gepreïmpregneerd (pre-preg), en met uitzondering van open weefsels met een celgrootte van meer dan 1,8 mm in zowel lengte als breedte en met een gewicht van meer dan 35 g/m2 (“het onderzochte product”).
Belanghebbenden die informatie willen verstrekken over de productomschrijving, moeten dit uiterlijk tien dagen na de datum van bekendmaking van dit bericht doen (3).
3. Bewering dat er sprake is van subsidiëring
Het product dat met subsidiëring zou worden ingevoerd is het onderzochte product, van oorsprong uit de Volksrepubliek China en Egypte (“de betrokken landen”), momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 7019 39 00, ex 7019 40 00, ex 7019 59 00 en ex 7019 90 00 (Taric-codes 7019390080, 7019400080, 7019590080 en 7019900080). De GN- en Taric-codes worden ter informatie vermeld.
3.1. De Volksrepubliek China
Volgens de Commissie bevat de klacht voldoende bewijs dat de producenten van het onderzochte product van oorsprong uit de Volksrepubliek China een aantal subsidies hebben ontvangen van de overheid van de Volksrepubliek China.
De gestelde subsidiepraktijken bestaan onder meer uit i) rechtstreekse overdracht van middelen; ii) inkomsten waarvan de overheid afstand doet of die de overheid niet int, en iii) de verstrekking van goederen of diensten door de overheid voor een ontoereikende prijs. De klacht bevatte bijvoorbeeld bewijsmateriaal met betrekking tot preferentiële leningen en de verstrekking van kredietlijnen door staatsbanken, exportkredietsubsidieprogramma’s, exportgaranties en -verzekeringen en subsidieprogramma’s; belastingverlagingen voor hoogtechnologische en in nieuwe technologieën gespecialiseerde ondernemingen, belastingverrekening voor onderzoek en ontwikkeling, versnelde afschrijving van apparatuur die hightechondernemingen gebruiken voor hoogtechnologische ontwikkeling en productie, vrijstelling van dividend tussen gekwalificeerde binnenlandse ondernemingen, vermindering van de bronbelasting voor dividenden die Chinese ondernemingen waarin door buitenlandse ondernemingen is geïnvesteerd uitkeren aan hun niet-Chinese moedermaatschappijen, vrijstelling van de belasting op grondgebruik en belastingteruggave bij uitvoer; en verstrekking van grond en elektriciteit door de overheid voor en ontoereikende prijs.
De klager voert voorts aan dat de bovengenoemde maatregelen neerkomen op subsidies, aangezien in het kader daarvan door de Chinese overheid of door andere regionale en lokale overheden (met inbegrip van publieke organen) een financiële bijdrage wordt verstrekt waardoor de producenten-exporteurs van het onderzochte product een voordeel verkrijgen. De subsidies zouden beperkt zijn tot bepaalde ondernemingen, een bepaalde bedrijfstak of een bepaalde groep van ondernemingen en/of afhankelijk zijn van uitvoerprestaties en derhalve specifiek zijn en tot compenserende maatregelen aanleiding geven. De vermeende subsidiebedragen blijken voor de Volksrepubliek China aanzienlijk te zijn.
De Commissie behoudt zich het recht voor een onderzoek in te stellen naar andere relevante subsidiepraktijken die uit het onderzoek zouden blijken.
3.2. Egypte
Volgens de Commissie bevat de klacht voldoende bewijs dat de producenten van het onderzochte product van oorsprong uit Egypte een aantal subsidies hebben ontvangen van de Egyptische overheid.
De gestelde subsidiepraktijken bestaan onder meer uit i) rechtstreekse overdracht van middelen; ii) inkomsten waarvan de overheid afstand doet of die de overheid niet int, en iii) de verstrekking van goederen of diensten door de overheid voor een ontoereikende prijs. De klacht bevatte bijvoorbeeld bewijsmateriaal over beleidsgestuurde preferentiële leningen en belastingvoordelen krachtens de Egyptische wetgeving, en over vrijstelling van invoerrechten op de invoer van grondstoffen en productieapparatuur.
De klager voert voorts aan dat de bovengenoemde maatregelen neerkomen op subsidies, aangezien in het kader daarvan door de Egyptische overheid (met inbegrip van publieke organen) een financiële bijdrage wordt verstrekt waardoor de producenten-exporteurs van het onderzochte product een voordeel verkrijgen. De subsidies zouden beperkt zijn tot bepaalde ondernemingen, een bepaalde bedrijfstak of een bepaalde groep van ondernemingen en/of afhankelijk zijn van uitvoerprestaties en derhalve specifiek zijn en tot compenserende maatregelen aanleiding geven. De vermeende subsidiebedragen blijken voor Egypte aanzienlijk te zijn.
Verder stelt de klager dat sommige subsidies rechtstreeks door de Egyptische overheid, en andere indirect door de Chinese overheid, maar via de Egyptische overheid worden verstrekt. Volgens de klacht is de enige Egyptische producent-exporteur, die is gevestigd in een speciale economische zone (de Chinees-Egyptische zone voor economische en commerciële samenwerking in Suez), in Chinese handen. De klacht bevat bewijzen van de samenwerkingsovereenkomsten tussen de Chinese en de Egyptische overheid, en van leningen van publieke of door de overheid gecontroleerde Chinese entiteiten aan Egyptische staatsbanken. In het licht van de doelstellingen van die overeenkomsten en leningen stelt de klager dat die leningen ten goede komen aan de producent-exporteur in Egypte, die in Chinese handen is.
Gezien artikel 10, leden 2 en 3, van de basisverordening heeft de Commissie een memorandum opgesteld over de toereikendheid van het bewijsmateriaal, dat haar beoordeling bevat van alle bewijzen waarover zij met betrekking tot de Volksrepubliek China en Egypte beschikt en op basis waarvan zij het onderzoek opent. Belanghebbenden vinden dat memorandum in het dossier.
De Commissie behoudt zich het recht voor een onderzoek in te stellen naar andere relevante subsidies die uit het onderzoek zouden blijken.
4. Bewering dat er sprake is van schade en oorzakelijk verband
De klager heeft bewijsmateriaal verstrekt waaruit blijkt dat de invoer van het onderzochte product uit de betrokken landen zowel absoluut als qua marktaandeel is gestegen.
Uit het bewijsmateriaal dat de klager heeft verstrekt, blijkt dat de hoeveelheden waarin en de prijzen waartegen het onderzochte product wordt ingevoerd, onder meer een ongunstige invloed hebben gehad op de door de bedrijfstak van de Unie verkochte hoeveelheden, waardoor de financiële situatie, de werkgelegenheidssituatie en de algemene prestaties van de bedrijfstak van de Unie aanzienlijk zijn verslechterd.
5. Procedure
Daar de Commissie na kennisgeving aan de lidstaten heeft vastgesteld dat de klacht is ingediend door of namens de bedrijfstak van de Unie en dat er voldoende bewijsmateriaal is om de inleiding van een procedure te rechtvaardigen, opent zij hierbij een onderzoek op grond van artikel 10 van de basisverordening.
Bij het onderzoek zal worden vastgesteld of het onderzochte product van oorsprong uit de betrokken landen met subsidiëring wordt ingevoerd en of hierdoor aanmerkelijke schade voor de bedrijfstak van de Unie is ontstaan of dreigt te ontstaan.
Als de conclusies bevestigend zijn, zal in het onderzoek worden nagegaan of het niet tegen het belang van de Unie is maatregelen in te stellen.
De Chinese en de Egyptische overheid zijn uitgenodigd voor overleg.
Bij Verordening (EU) 2018/825 van het Europees Parlement en de Raad (4), die op 8 juni 2018 in werking is getreden (het moderniseringspakket voor de handelsbeschermingsinstrumenten), zijn de tevoren in het kader van antisubsidieprocedures geldende tijdschema’s en uiterste termijn gewijzigd. Met name moet de Commissie informatie over de beoogde instelling van voorlopige rechten drie weken vóór de instelling daarvan ter beschikking stellen. De termijnen waarbinnen belanghebbenden, met name in een vroeg stadium van het onderzoek, contact kunnen opnemen, worden ingekort. Derhalve verzoekt de Commissie de belanghebbenden de in dit bericht alsmede in latere mededelingen van de Commissie vastgelegde procedurele stappen en termijnen in acht te nemen.
5.1. Onderzoektijdvak en beoordelingsperiode
Het onderzoek naar subsidiëring en schade heeft betrekking op de periode van 1 januari 2018 tot en met 31 december 2018 (“het onderzoektijdvak”). Het onderzoek naar ontwikkelingen die relevant zijn voor de schadebeoordeling heeft betrekking op de periode van 1 januari 2015 tot het einde van het onderzoektijdvak (“de beoordelingsperiode”).
5.2. Opmerkingen over de klacht en de opening van het onderzoek
Belanghebbenden die opmerkingen wensen te maken over de klacht (onder meer in verband met schade en oorzakelijk verband) of over aspecten in verband met de opening van het onderzoek (onder meer over de mate van steun voor de klacht), moeten dit uiterlijk 37 dagen na de datum van bekendmaking van dit bericht doen.
Verzoeken om te worden gehoord met betrekking tot de opening van het onderzoek, moeten uiterlijk 15 dagen na de datum van bekendmaking van dit bericht worden ingediend.
5.3. Procedure voor het vaststellen van subsidiëring
Producenten-exporteurs (5) van het onderzochte product uit de betrokken landen wordt verzocht aan het onderzoek van de Commissie mee te werken. Andere partijen waarbij de Commissie informatie zal inwinnen die voor haar van belang is om te bepalen of en voor welk bedrag tot compenserende maatregelen aanleiding gevende subsidies voor het onderzochte product zijn toegekend, worden eveneens uitgenodigd zo veel mogelijk met de Commissie samen te werken.
5.3.1. Onderzoek van producenten-exporteurs
5.3.1.1.
a) Steekproef
Gezien het mogelijk grote aantal bij deze procedure betrokken producenten-exporteurs in de Volksrepubliek China kan de Commissie, om het onderzoek binnen de wettelijke termijn te kunnen afronden, haar onderzoek tot een redelijk aantal producenten-exporteurs beperken door een steekproef samen te stellen. De steekproef zal overeenkomstig artikel 27 van de basisverordening worden samengesteld.
Om de Commissie in staat te stellen te beslissen of een steekproef noodzakelijk is en, zo ja, deze samen te stellen, wordt alle producenten-exporteurs of hun vertegenwoordigers verzocht de Commissie uiterlijk zeven dagen na de datum van bekendmaking van dit bericht de in bijlage I bij dit bericht verlangde informatie over hun ondernemingen te verstrekken.
Om de informatie te verkrijgen die zij voor het samenstellen van de steekproef van producenten-exporteurs nodig acht, heeft de Commissie bovendien contact opgenomen met de autoriteiten van de Volksrepubliek China en zal zij mogelijk ook contact opnemen met haar bekende verenigingen van producenten-exporteurs.
Indien een steekproef noodzakelijk is, kunnen de producenten-exporteurs worden geselecteerd op basis van het grootste representatieve volume van hun uitvoer naar de Unie dat binnen de beschikbare tijd redelijkerwijs kan worden onderzocht. De Commissie zal alle haar bekende producenten-exporteurs, de autoriteiten van de Volksrepubliek China en de verenigingen van producenten-exporteurs — indien nodig via de autoriteiten van de Volksrepubliek China — meedelen welke ondernemingen voor de steekproef zijn geselecteerd.
Om de informatie te verkrijgen die zij voor haar onderzoek met betrekking tot de producenten-exporteurs nodig acht, zal de Commissie vragenlijsten toezenden aan de voor de steekproef geselecteerde producenten-exporteurs, aan de haar bekende verenigingen van producenten-exporteurs en aan de autoriteiten van de Volksrepubliek China.
Zodra de Commissie de noodzakelijke informatie heeft ontvangen om een steekproef van producenten-exporteurs samen te stellen, deelt zij de betrokken partijen mee of zij in de steekproef zijn opgenomen. De in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs moeten de ingevulde vragenlijst, tenzij anders aangegeven, uiterlijk dertig dagen na de datum van kennisgeving van het besluit over hun opname in de steekproef indienen.
De Commissie zal een opmerking inzake de samenstelling van de steekproef toevoegen aan het dossier voor inzage door belanghebbenden. Opmerkingen over de samenstelling van de steekproef moeten uiterlijk drie dagen na de datum van kennisgeving van het besluit over de steekproef worden ingediend.
Een exemplaar van de vragenlijst voor producenten-exporteurs is beschikbaar in het dossier voor inzage door belanghebbenden en op de website van DG Handel (http://trade.ec.europa.eu/tdi/case_details.cfm?id=2398).
De vragenlijst zal ook beschikbaar worden gesteld aan de bekende verenigingen van producenten-exporteurs en aan de autoriteiten van de Volksrepubliek China.
Producenten-exporteurs die bijlage I binnen de vastgestelde termijn hebben ingevuld en hebben ingestemd met opname in de steekproef maar uiteindelijk niet worden geselecteerd, worden onverminderd de mogelijke toepassing van artikel 28 van de basisverordening geacht mee te werken (“niet in de steekproef opgenomen medewerkende producenten-exporteurs”). Onverminderd punt 5.3.1, onder b), zal het compenserende recht dat wordt toegepast op de invoer van de niet in de steekproef opgenomen medewerkende producenten-exporteurs, niet hoger zijn dan de gewogen gemiddelde subsidiebedragen die zijn vastgesteld voor de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs (6).
b) Individuele vaststelling van de hoogte van de tot compenserende maatregelen aanleiding gevende subsidies voor niet in de steekproef opgenomen ondernemingen
Overeenkomstig artikel 27, lid 3, van de basisverordening kunnen niet in de steekproef opgenomen medewerkende producenten-exporteurs de Commissie verzoeken om voor hen de hoogte van de subsidies individueel vast te stellen. Producenten-exporteurs die in aanmerking willen komen voor een individuele vaststelling van de hoogte van de subsidies, moeten de vragenlijst invullen en deze, tenzij anders aangegeven, uiterlijk dertig dagen na de datum van kennisgeving van de samenstelling van de steekproef naar behoren ingevuld terugzenden. Een exemplaar van de vragenlijst voor producenten-exporteurs is beschikbaar in het dossier voor inzage door belanghebbenden en op de website van DG Handel (http://trade.ec.europa.eu/tdi/case_details.cfm?id=2398).
De Commissie zal onderzoeken of aan niet in de steekproef opgenomen medewerkende producenten-exporteurs een individuele vaststelling van de hoogte van de subsidies overeenkomstig artikel 27, lid 3, van de basisverordening kan worden toegekend.
Niet in de steekproef opgenomen medewerkende producenten-exporteurs die om een individuele vaststelling van de hoogte van de subsidies verzoeken, moeten zich er echter van bewust zijn dat de Commissie kan besluiten de hoogte van de subsidies niet individueel voor hen vast te stellen, bijvoorbeeld als het aantal niet in de steekproef opgenomen medewerkende producenten-exporteurs zo groot is dat individuele onderzoeken te belastend zijn en aan een tijdige afsluiting van het onderzoek in de weg staan.
5.3.1.2.
Alle producenten-exporteurs en verenigingen van producenten-exporteurs in Egypte wordt verzocht onmiddellijk — maar in elk geval uiterlijk zeven dagen na de bekendmaking van dit bericht — bij voorkeur per e-mail contact op te nemen met de Commissie en een vragenlijst aan te vragen.
Om de informatie te verkrijgen die zij voor haar onderzoek met betrekking tot producenten-exporteurs nodig acht, zal de Commissie vragenlijsten toezenden aan de producenten-exporteurs, aan de haar bekende verenigingen van producenten-exporteurs en aan de Egyptische autoriteiten.
Producenten-exporteurs in Egypte moeten uiterlijk 37 dagen na de datum van bekendmaking van dit bericht een vragenlijst invullen. De vragenlijst zal ook beschikbaar worden gesteld aan de bekende verenigingen van producenten-exporteurs en aan de Egyptische autoriteiten.
Een exemplaar van de bovengenoemde vragenlijst voor producenten-exporteurs is beschikbaar in het dossier voor inzage door belanghebbenden en op de website van DG Handel (http://trade.ec.europa.eu/tdi/case_details.cfm?id=2398).
5.3.2. Onderzoek van niet-verbonden importeurs (7) (8)
Niet-verbonden importeurs die het onderzochte product uit de betrokken landen in de Unie invoeren, wordt verzocht aan dit onderzoek mee te werken.
Gezien het mogelijk grote aantal bij deze procedure betrokken niet-verbonden importeurs kan de Commissie, om het onderzoek binnen de wettelijke termijn te kunnen afronden, haar onderzoek tot een redelijk aantal niet-verbonden importeurs beperken door een steekproef samen te stellen. De steekproef zal overeenkomstig artikel 27 van de basisverordening worden samengesteld.
Om de Commissie in staat te stellen te beslissen of een steekproef noodzakelijk is en, zo ja, deze samen te stellen, wordt alle niet-verbonden importeurs of hun vertegenwoordigers verzocht de Commissie uiterlijk zeven dagen na de datum van bekendmaking van dit bericht de in bijlage II bij dit bericht verlangde informatie over hun ondernemingen te verstrekken.
Om de informatie te verkrijgen die zij voor het samenstellen van de steekproef van niet-verbonden importeurs nodig acht, kan de Commissie bovendien contact opnemen met haar bekende verenigingen van importeurs.
Indien een steekproef noodzakelijk is, kunnen de importeurs worden geselecteerd op basis van het grootste representatieve volume van hun verkoop van het onderzochte product in de Unie dat binnen de beschikbare tijd redelijkerwijs kan worden onderzocht.
Zodra de Commissie de noodzakelijke informatie heeft ontvangen om een steekproef samen te stellen, stelt zij de betrokken partijen in kennis van haar besluit met betrekking tot de steekproef van importeurs. De Commissie zal tevens een opmerking inzake de samenstelling van de steekproef toevoegen aan het dossier voor inzage door belanghebbenden. Opmerkingen over de samenstelling van de steekproef moeten uiterlijk drie dagen na de datum van kennisgeving van het besluit over de steekproef worden ingediend.
Om de informatie te verkrijgen die zij voor haar onderzoek nodig acht, zal de Commissie vragenlijsten beschikbaar stellen aan de in de steekproef opgenomen niet-verbonden importeurs. Die partijen moeten de ingevulde vragenlijst, tenzij anders aangegeven, uiterlijk dertig dagen na de datum van kennisgeving van het besluit over de steekproef indienen.
Een exemplaar van de vragenlijst voor importeurs is beschikbaar in het dossier voor inzage door belanghebbenden en op de website van DG Handel (http://trade.ec.europa.eu/tdi/case_details.cfm?id=2398).
5.4. Procedure voor het vaststellen van schade en onderzoek van producenten in de Unie
De vaststelling van de schade is gebaseerd op positief bewijsmateriaal en houdt een objectief onderzoek in van de omvang van de invoer met subsidiëring, de gevolgen daarvan voor de prijzen in de Unie en de gevolgen van deze invoer voor de bedrijfstak van de Unie. Teneinde vast te stellen of de bedrijfstak van de Unie schade heeft geleden, wordt de producenten van het onderzochte product in de Unie verzocht aan het onderzoek van de Commissie mee te werken.
Gezien het grote aantal betrokken producenten in de Unie heeft de Commissie, om het onderzoek binnen de wettelijke termijn te kunnen afronden, besloten haar onderzoek tot een redelijk aantal producenten in de Unie te beperken door een steekproef samen te stellen. De steekproef wordt overeenkomstig artikel 27 van de basisverordening samengesteld.
De Commissie heeft een voorlopige steekproef van producenten in de Unie samengesteld. Belanghebbenden vinden nadere details in het dossier. De belanghebbenden wordt verzocht om opmerkingen over de voorlopige steekproef. Daarnaast moeten andere producenten in de Unie of hun vertegenwoordigers, die vinden dat er redenen zijn waarom zij in de steekproef zouden moeten worden opgenomen, uiterlijk zeven dagen na de datum van bekendmaking van dit bericht contact met de Commissie opnemen. Alle opmerkingen over de voorlopige steekproef moeten, tenzij anders aangegeven, uiterlijk zeven dagen na de datum van bekendmaking van dit bericht worden ingediend.
De Commissie zal alle haar bekende producenten in de Unie en/of verenigingen van producenten in de Unie meedelen welke ondernemingen uiteindelijk voor de steekproef zijn geselecteerd.
De in de steekproef opgenomen producenten in de Unie moeten de ingevulde vragenlijst, tenzij anders aangegeven, uiterlijk dertig dagen na de datum van kennisgeving van het besluit over hun opname in de steekproef indienen.
Een exemplaar van de vragenlijst voor producenten in de Unie is beschikbaar in het dossier voor inzage door belanghebbenden en op de website van DG Handel (http://trade.ec.europa.eu/tdi/case_details.cfm?id=2398).
5.5. Procedure voor het beoordelen van het belang van de Unie
Indien wordt vastgesteld dat er inderdaad invoer met subsidiëring plaatsvindt en dat daardoor schade wordt veroorzaakt, zal uit hoofde van artikel 31 van de basisverordening een beslissing worden genomen over de vraag of de instelling van antisubsidiemaatregelen niet in strijd zou zijn met het belang van de Unie. Producenten in de Unie, importeurs en hun representatieve verenigingen, gebruikers en hun representatieve verenigingen, representatieve consumentenorganisaties en vakbonden wordt verzocht de Commissie informatie te verstrekken over het belang van de Unie.
Informatie over de beoordeling van het belang van de Unie moet, tenzij anders aangegeven, uiterlijk 37 dagen na de datum van bekendmaking van dit bericht worden ingediend. Deze informatie kan vormvrij worden opgesteld of er kan een vragenlijst van de Commissie worden ingevuld. Een exemplaar van de vragenlijsten, waaronder de vragenlijst voor gebruikers van het onderzochte product, is beschikbaar in het dossier voor inzage door belanghebbenden en op de website van DG Handel (http://trade.ec.europa.eu/tdi/case_details.cfm?id=2398). Met de informatie die wordt verstrekt, wordt alleen rekening gehouden indien daarbij tegelijkertijd het nodige bewijsmateriaal is gevoegd.
5.6. Belanghebbenden
Om aan het onderzoek mee te werken, moeten belanghebbenden zoals producenten-exporteurs, producenten in de Unie, importeurs en hun representatieve verenigingen, gebruikers en hun representatieve verenigingen, vakbonden en representatieve consumentenorganisaties eerst aantonen dat er een objectieve band is tussen hun activiteiten en het onderzochte product.
Producenten-exporteurs, producenten in de Unie alsmede importeurs en representatieve verenigingen die informatie hebben verstrekt in overeenstemming met de procedures zoals beschreven in de punten 5.3, 5.4 en 5.5, worden als belanghebbenden beschouwd indien er een objectieve band is tussen hun activiteiten en het onderzochte product.
Andere partijen kunnen alleen als belanghebbende meewerken aan het onderzoek vanaf het moment waarop zij contact opnemen met de Commissie, en op voorwaarde dat er een objectieve band is tussen hun activiteiten en het onderzochte product. Beschouwd worden als een belanghebbende laat de toepassing van artikel 28 van de basisverordening onverlet.
Het dossier voor inzage door belanghebbenden is toegankelijk via het platform Tron.tdi (https://webgate.ec.europa.eu/tron/TDI). Volg de instructies op die pagina om toegang te krijgen.
5.7. Mogelijkheid om door de onderzoeksdiensten van de Commissie te worden gehoord
Alle belanghebbenden kunnen een verzoek indienen om door de onderzoeksdiensten van de Commissie te worden gehoord.
Het verzoek om te worden gehoord moet schriftelijk worden ingediend en met redenen worden omkleed, alsook een samenvatting bevatten van wat de belanghebbende tijdens de hoorzitting wenst te bespreken. De hoorzitting zal worden beperkt tot de punten die vooraf schriftelijk door de belanghebbenden zijn aangedragen.
Het tijdschema voor de hoorzittingen is als volgt:
— |
voor hoorzittingen die moeten plaatsvinden vóór de instelling van voorlopige maatregelen moet het verzoek uiterlijk 15 dagen na de datum van bekendmaking van dit bericht worden ingediend, en de hoorzitting zal normaliter uiterlijk zestig dagen na de datum van bekendmaking van dit bericht plaatsvinden; |
— |
na het voorlopige stadium moet het verzoek uiterlijk vijf dagen na de datum van de mededeling van de voorlopige bevindingen of van het informatiedocument worden ingediend, en de hoorzitting zal normaliter uiterlijk 15 dagen na de datum van kennisgeving van de mededeling van de voorlopige bevindingen of de datum van het informatiedocument plaatsvinden; |
— |
in het definitieve stadium moet het verzoek uiterlijk drie dagen na de datum van de mededeling van de definitieve bevindingen worden ingediend, en de hoorzitting zal normaliter plaatsvinden binnen de termijn die is toegekend voor het indienen van opmerkingen over de mededeling van de definitieve bevindingen. In geval van een aanvullende mededeling van de definitieve bevindingen moet het verzoek onmiddellijk na ontvangst hiervan worden ingediend, en de hoorzitting zal normaliter plaatsvinden binnen de termijn voor het indienen van opmerkingen over deze mededeling. |
Bovenbedoeld tijdschema geldt onverminderd het recht van de diensten van de Commissie om in naar behoren gemotiveerde gevallen akkoord te gaan met hoorzittingen buiten dit tijdschema alsmede het recht van de Commissie om in naar behoren gemotiveerde gevallen hoorzittingen te weigeren. Wanneer de diensten van de Commissie een verzoek om te worden gehoord afwijzen, zal de betrokken partij in kennis worden gesteld van de redenen daarvoor.
In beginsel worden hoorzittingen niet gebruikt om feitelijke informatie te presenteren die nog niet in het dossier is opgenomen. Desalniettemin kan de belanghebbenden, uit het oogpunt van behoorlijk bestuur en om de diensten van de Commissie in staat te stellen vooruitgang in het onderzoek te boeken, na een hoorzitting worden opgedragen nieuwe feitelijke informatie te verstrekken.
5.8. Instructies voor schriftelijke opmerkingen en de verzending van ingevulde vragenlijsten en correspondentie
Informatie die aan de Commissie wordt verstrekt in het kader van handelsbeschermingsonderzoeken moet vrij zijn van auteursrechten. Alvorens aan de Commissie informatie en/of gegevens te verstrekken die onderworpen zijn aan het auteursrecht van derden, moeten belanghebbenden de houder van het auteursrecht specifiek verzoeken de Commissie uitdrukkelijk toestemming te verlenen om a) voor deze handelsbeschermingsprocedure gebruik te maken van de informatie en gegevens, en b) de informatie en/of gegevens te verstrekken aan belanghebbenden in dit onderzoek, in een vorm die hun de mogelijkheid biedt hun recht van verweer uit te oefenen.
Alle schriftelijke opmerkingen (met inbegrip van de in dit bericht gevraagde informatie), ingevulde vragenlijsten en correspondentie die door de belanghebbenden worden verstrekt en waarvoor om een vertrouwelijke behandeling wordt verzocht, moeten zijn voorzien van de vermelding “Limited” (9). Belanghebbenden die in de loop van dit onderzoek informatie indienen, wordt verzocht hun verzoek om vertrouwelijke behandeling met redenen te omkleden.
Belanghebbenden die informatie met de vermelding “Limited” verstrekken, moeten hiervan krachtens artikel 29, lid 2, van de basisverordening een niet-vertrouwelijke samenvatting indienen, voorzien van de vermelding “For inspection by interested parties”. Deze samenvatting moet gedetailleerd genoeg zijn om een redelijk inzicht te verschaffen in de wezenlijke inhoud van de als vertrouwelijk verstrekte informatie.
Als een belanghebbende die vertrouwelijke informatie verstrekt, geen geldige redenen voor het verzoek om een vertrouwelijke behandeling aanvoert of geen niet-vertrouwelijke samenvatting daarvan indient met de vereiste vorm en inhoud, kan de Commissie deze informatie buiten beschouwing laten, tenzij aan de hand van geëigende bronnen aannemelijk wordt gemaakt dat de informatie juist is.
Belanghebbenden wordt verzocht alle opmerkingen en verzoeken, met inbegrip van gescande volmachten en certificaten, via het platform TRON.tdi (https://webgate.ec.europa.eu/tron/TDI) in te dienen, met uitzondering van uitgebreide antwoorden, die persoonlijk of per aangetekend schrijven worden ingediend op een cd-rom of dvd. Door het platform TRON.tdi of e-mail te gebruiken, stemmen belanghebbenden in met de geldende voorschriften inzake elektronisch ingediende opmerkingen, die zijn vervat in het document “CORRESPONDENTIE MET DE EUROPESE COMMISSIE IN HANDELSBESCHERMINGSZAKEN” op de website van het directoraat-generaal Handel (http://trade.ec.europa.eu/doclib/docs/2014/june/tradoc_152578.pdf).
Belanghebbenden moeten hun naam, adres, telefoon en een geldig e-mailadres vermelden en ervoor zorgen dat het verstrekte e-mailadres een actief, officieel en zakelijk e-mailadres is dat iedere dag wordt gecontroleerd. Zodra contactgegevens zijn verstrekt, verloopt de communicatie van de Commissie met belanghebbenden uitsluitend via het platform TRON.tdi of per e-mail, tenzij zij uitdrukkelijk verzoeken alle documenten van de Commissie via een ander communicatiemiddel te ontvangen of het document wegens de aard ervan per aangetekend schrijven moet worden verzonden. Voor nadere voorschriften en informatie over de correspondentie met de Commissie, met inbegrip van de beginselen die van toepassing zijn op via het platform TRON.tdi en per e-mail verzonden opmerkingen, moeten belanghebbenden de genoemde instructies voor de communicatie met belanghebbenden raadplegen.
Correspondentieadres van de Commissie:
Europese Commissie |
||||||
Directoraat-generaal Handel |
||||||
Directoraat H |
||||||
Kamer CHAR 04/039 |
||||||
1049 Brussel |
||||||
BELGIË |
||||||
|
6. Tijdschema voor het onderzoek
Het onderzoek wordt overeenkomstig artikel 11, lid 9, van de basisverordening normaliter binnen twaalf maanden, maar uiterlijk binnen 13 maanden na de datum van bekendmaking van dit bericht afgesloten. Overeenkomstig artikel 12, lid 1, van de basisverordening kunnen voorlopige maatregelen normaliter uiterlijk negen maanden na bekendmaking van dit bericht worden ingesteld.
Overeenkomstig artikel 29 bis van de basisverordening zal de Commissie informatie over de beoogde instelling van voorlopige rechten drie weken vóór de instelling daarvan ter beschikking stellen. Belanghebbenden kunnen binnen vier maanden na de bekendmaking van dit bericht schriftelijk om deze informatie verzoeken. Belanghebbenden hebben dan drie werkdagen de tijd om hun schriftelijke opmerkingen over de juistheid van de berekeningen kenbaar te maken.
Wanneer de Commissie besluit het onderzoek voort te zetten zonder voorlopige rechten in te stellen, worden de belanghebbenden er drie weken vóór het verstrijken van de in artikel 12, lid 1, van de basisverordening genoemde termijn schriftelijk van in kennis gesteld dat geen voorlopige rechten worden ingesteld.
Zij hebben dan, tenzij anders aangegeven, in beginsel 15 dagen de tijd om schriftelijke opmerkingen over de voorlopige bevindingen of het informatiedocument kenbaar te maken, en tien dagen de tijd om schriftelijke opmerkingen over de definitieve bevindingen kenbaar te maken. In voorkomend geval zal in aanvullende mededelingen van de definitieve bevindingen worden gespecificeerd binnen welke termijn de belanghebbenden schriftelijke opmerkingen kunnen indienen.
7. Indiening van informatie
In de regel kunnen belanghebbenden alleen binnen de in de punten 5 en 6 van dit bericht vermelde termijnen informatie indienen. Voor de indiening van alle overige informatie die niet onder die punten valt, geldt het volgende tijdschema:
— |
tenzij anders aangegeven, moet alle informatie met betrekking tot het stadium van de voorlopige bevindingen binnen zeventig dagen na de datum van bekendmaking van dit bericht worden ingediend; |
— |
tenzij anders aangegeven, mogen belanghebbenden geen nieuwe feitelijke informatie indienen na het verstrijken van de termijn voor het kenbaar maken van opmerkingen over de mededeling van de voorlopige bevindingen of het informatiedocument in het voorlopige stadium van het onderzoek. Na afloop van deze termijn kunnen zij uitsluitend nieuwe feitelijke informatie indienen op voorwaarde dat zij kunnen aantonen dat deze nieuwe feitelijke informatie noodzakelijk is ter weerlegging van de door andere belanghebbenden gestelde feiten en dat deze nieuwe feitelijke informatie kan worden geverifieerd binnen de tijd die beschikbaar is om het onderzoek tijdig af te ronden; |
— |
teneinde het onderzoek binnen de voorgeschreven termijnen af te ronden, zal de Commissie geen opmerkingen van belanghebbenden meer aanvaarden na het verstrijken van de termijn voor het indienen van opmerkingen over de mededeling van de definitieve bevindingen of, in voorkomend geval, na het verstrijken van de termijn voor het indienen van opmerkingen over de aanvullende mededeling van de definitieve bevindingen. |
8. Mogelijkheid om opmerkingen te maken over door andere belanghebbenden ingediende informatie
Om het recht van verweer te waarborgen, moeten belanghebbenden de mogelijkheid hebben om opmerkingen te maken over de door andere belanghebbenden ingediende informatie. Daarbij mogen zij alleen ingaan op kwesties die in de door andere belanghebbenden ingediende informatie worden vermeld en mogen zij geen nieuwe kwesties aan de orde stellen.
Deze opmerkingen moeten volgens het volgende tijdschema worden ingediend:
— |
tenzij anders aangegeven, moeten alle opmerkingen over de door andere belanghebbenden vóór de instelling van voorlopige maatregelen ingediende informatie uiterlijk binnen vijfenzeventig dagen na de datum van bekendmaking van dit bericht worden ingediend; |
— |
opmerkingen over de informatie die door andere belanghebbenden is verstrekt naar aanleiding van de mededeling van de voorlopige bevindingen of het informatiedocument moeten, tenzij anders aangegeven, uiterlijk zeven dagen na het verstrijken van de termijn voor het maken van opmerkingen over de voorlopige bevindingen of het informatiedocument worden ingediend; |
— |
opmerkingen over de informatie die door andere belanghebbenden is verstrekt naar aanleiding van de mededeling van de definitieve bevindingen moeten, tenzij anders aangegeven, uiterlijk drie dagen na het verstrijken van de termijn voor het maken van opmerkingen over de definitieve bevindingen worden ingediend. In geval van een aanvullende mededeling van de definitieve bevindingen moeten opmerkingen over de door andere belanghebbenden naar aanleiding van deze aanvullende mededeling verstrekte informatie, tenzij anders aangegeven, uiterlijk één dag na het verstrijken van de termijn voor het maken van opmerkingen over deze aanvullende mededeling worden ingediend. |
Bovenbedoeld tijdschema geldt onverminderd het recht van de Commissie de belanghebbenden in naar behoren gemotiveerde gevallen om aanvullende informatie te verzoeken.
9. Verlenging van de in dit bericht vermelde termijnen
Een eventuele verlenging van de in dit bericht vermelde termijnen kan alleen in uitzonderlijke omstandigheden worden aangevraagd en wordt alleen verleend indien dit naar behoren gerechtvaardigd is.
Verlengingen van de termijn voor het beantwoorden van de vragenlijsten kunnen worden verleend indien dit naar behoren gerechtvaardigd is, en zijn normaliter beperkt tot drie extra dagen. Dergelijke verlengingen zijn in de regel niet langer dan zeven dagen. Wat de termijnen voor de indiening van andere in dit bericht genoemde informatie betreft, zijn verlengingen beperkt tot drie dagen, tenzij wordt aangetoond dat er sprake is van uitzonderlijke omstandigheden.
10. Niet-medewerking
Wanneer belanghebbenden geen toegang tot de vereiste gegevens verlenen, deze niet binnen de gestelde termijn verstrekken of het onderzoek aanmerkelijk belemmeren, kunnen overeenkomstig artikel 28 van de basisverordening voorlopige of definitieve conclusies worden getrokken op basis van de beschikbare gegevens, zowel in positieve als in negatieve zin.
Wanneer blijkt dat een belanghebbende onjuiste of misleidende inlichtingen heeft verstrekt, kunnen deze buiten beschouwing worden gelaten en kan van de beschikbare gegevens gebruik worden gemaakt.
Als een belanghebbende geen of slechts gedeeltelijk medewerking verleent en de conclusies daarom overeenkomstig artikel 28 van de basisverordening op de beschikbare gegevens worden gebaseerd, kan het resultaat voor deze belanghebbende minder gunstig zijn dan wanneer hij wel medewerking had verleend.
Als de belanghebbende zijn antwoord niet door middel van systemen voor automatische gegevensverwerking verstrekt, wordt dit niet als niet-medewerking beschouwd, mits deze belanghebbende aantoont dat verstrekking van het antwoord in de gevraagde vorm voor hem een onredelijke extra belasting zou betekenen of onredelijke extra kosten zou meebrengen. De belanghebbende moet onmiddellijk contact opnemen met de Commissie.
11. Raadadviseur-auditeur
Belanghebbenden kunnen erom vragen dat de raadadviseur-auditeur in handelsprocedures wordt ingeschakeld. Hij behandelt verzoeken om toegang tot het dossier, geschillen over de vertrouwelijkheid van documenten, verzoeken om termijnverlenging en alle andere verzoeken betreffende het recht van verweer van belanghebbenden en van derden die tijdens de procedure kunnen worden ingediend.
De raadadviseur-auditeur kan een hoorzitting beleggen en bemiddelen tussen de belanghebbende(n) en de diensten van de Commissie om te garanderen dat de belanghebbenden hun recht van verweer ten volle kunnen uitoefenen. Een verzoek om door de raadadviseur-auditeur te worden gehoord, moet schriftelijk worden ingediend en met redenen worden omkleed. De raadadviseur-auditeur onderzoekt de redenen voor de verzoeken. Deze hoorzittingen mogen enkel plaatsvinden indien de kwesties niet tijdig zijn opgelost met de diensten van de Commissie.
Elk verzoek moet tijdig en snel worden ingediend, zodat het ordelijk verloop van de procedure niet in gevaar wordt gebracht. Daartoe moeten de belanghebbenden om de inschakeling van de raadadviseur-auditeur vragen zo spoedig mogelijk na de gebeurtenis die een dergelijke inschakeling rechtvaardigt. In beginsel gelden de in punt 5.7 vastgestelde termijnen voor verzoeken om door de diensten van de Commissie te worden gehoord, mutatis mutandis voor verzoeken om door de raadadviseur-auditeur te worden gehoord. Wanneer een verzoek om een hoorzitting niet binnen de desbetreffende termijn wordt ingediend, onderzoekt de raadadviseur-auditeur ook de redenen voor het laattijdige verzoek, de aard van de aan de orde gestelde kwesties en de gevolgen van die kwesties voor het recht van verweer, rekening houdend met het belang van behoorlijk bestuur en de tijdige voltooiing van het onderzoek.
Belanghebbenden die contact willen opnemen, vinden de nodige gegevens en nadere informatie op de pagina’s van de raadadviseur-auditeur op de website van DG Handel (http://ec.europa.eu/trade/trade-policy-and-you/contacts/hearing-officer/).
12. Verwerking van persoonsgegevens
Persoonsgegevens die in het kader van dit onderzoek worden verzameld, zullen worden behandeld in overeenstemming met Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad (10).
Een privacyverklaring die alle particulieren op de hoogte brengt van de verwerking van persoonsgegevens in het kader van de handelsbeschermingsactiviteiten van de Commissie, is beschikbaar op de website van DG Handel (http://trade.ec.europa.eu/doclib/html/157639.htm).
(1) PB L 176 van 30.6.2016, blz. 55.
(2) Overeenkomstig artikel 2, onder d), van de basisverordening wordt onder de algemene term “schade” verstaan aanmerkelijke schade voor de bedrijfstak van de Unie, dreiging van aanmerkelijke schade voor de bedrijfstak van de Unie of aanmerkelijke vertraging bij de vestiging van een dergelijke bedrijfstak.
(3) Verwijzingen naar de bekendmaking van dit bericht zijn verwijzingen naar de bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie.
(4) Verordening (EU) 2018/825 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 tot wijziging van Verordening (EU) 2016/1036 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie en Verordening (EU) 2016/1037 betreffende bescherming tegen invoer met subsidiëring uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie (PB L 143 van 7.6.2018, blz. 1).
(5) Onder producent-exporteur wordt verstaan een onderneming uit de betrokken landen die het onderzochte product produceert en naar de markt van de Unie uitvoert, hetzij rechtstreeks hetzij via derden, met inbegrip van verbonden ondernemingen die betrokken zijn bij de productie, binnenlandse verkoop of uitvoer van het onderzochte product.
(6) Ingevolge artikel 15, lid 3, van de basisverordening wordt geen rekening gehouden met nihil- noch met minimale bedragen van subsidies waartegen compenserende maatregelen kunnen worden ingesteld noch met de bedragen van dergelijke subsidies die onder de in artikel 28 van de basisverordening bedoelde omstandigheden werden vastgesteld.
(7) Dit punt betreft uitsluitend importeurs die niet verbonden zijn met producenten-exporteurs. Importeurs die met producenten-exporteurs verbonden zijn, moeten bijlage I bij dit bericht voor deze producenten-exporteurs invullen. Overeenkomstig artikel 127 van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie van 24 november 2015 houdende nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie, worden twee personen geacht te zijn verbonden indien: a) zij functionaris of directeur zijn in de onderneming van de andere persoon; b) zij door de wettelijke bepalingen worden erkend als in zaken verbonden; c) zij werkgever en werknemer zijn; d) een derde partij 5 % of meer van het stemgerechtigde uitstaande kapitaal of de aandelen van beiden direct of indirect bezit, houdt of daarover zeggenschap heeft; e) een van hen direct of indirect zeggenschap over de ander heeft; f) een derde persoon direct of indirect zeggenschap over beiden heeft; g) beiden direct of indirect zeggenschap over een derde persoon hebben, of h) zij tot dezelfde familie behoren (PB L 343 van 29.12.2015, blz. 558). Personen worden slechts geacht leden te zijn van dezelfde familie indien zij op een van de volgende wijzen met elkaar bloed- of aanverwant zijn: i) echtgenoot en echtgenote, ii) ouder en kind, iii) broers en zusters (of halfbroers en halfzusters), iv) grootouder en kleinkind, v) oom of tante en neef of nicht (oomzeggers), vi) schoonouder en schoondochter of schoonzoon, vii) zwagers en schoonzusters. Overeenkomstig artikel 5, punt 4, van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie wordt onder “persoon” verstaan een natuurlijk persoon, een rechtspersoon of een vereniging van personen die geen rechtspersoonlijkheid bezit, maar krachtens het Unierecht of het nationale recht wel als handelingsbekwaam is erkend (PB L 269 van 10.10.2013, blz. 1).
(8) Gegevens die door niet-verbonden importeurs zijn verstrekt, mogen ook worden gebruikt voor andere aspecten van dit onderzoek dan het vaststellen van subsidiëring.
(9) Een “Limited”-document wordt beschouwd als vertrouwelijk in de zin van artikel 29 van de basisverordening en artikel 6 van de WTO-overeenkomst betreffende de toepassing van artikel VI van de GATT 1994 (antisubsidieovereenkomst). Het is ook een beschermd document krachtens artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43).
(10) Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39).
ANDERE HANDELINGEN
Europese Commissie
16.5.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 167/26 |
BEKENDMAKING — OPENBARE RAADPLEGING
In de Europese Unie als geografische aanduidingen te beschermen namen uit Azerbeidzjan
(2019/C 167/08)
In de context van de lopende onderhandelingen met Azerbeidzjan over een nieuwe overeenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Azerbeidzjan, anderzijds wordt overwogen de onderstaande Azerbeidzjaanse namen in de Europese Unie te beschermen als geografische aanduiding.
De Commissie geeft lidstaten, derde landen en elke natuurlijke persoon of rechtspersoon met een rechtmatig belang die in een lidstaat of een derde land gevestigd of woonachtig is, de mogelijkheid om bezwaar tegen een dergelijke bescherming aan te tekenen door de indiening van een met redenen omkleed bezwaarschrift.
Eventuele bezwaarschriften moeten de Commissie bereiken binnen één maand te rekenen vanaf de datum van deze bekendmaking. Zij moeten naar het volgende e-mailadres worden gestuurd:
AGRI-A5-GI@ec.europa.eu
De bezwaarschriften zullen slechts worden onderzocht als zij binnen de genoemde termijn worden ontvangen en als daarin wordt aangetoond dat de voorgestelde naam, indien hij zou worden beschermd:
a) |
strijdig is met de naam van een planten- of dierenras en de consument daardoor zou kunnen worden misleid met betrekking tot de werkelijke oorsprong van het product; |
b) |
geheel of gedeeltelijk homoniem is met een naam die in de Unie reeds is beschermd op grond van Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 21 november 2012 inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen (1), of op grond van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten (2), of met een naam die is opgenomen in de overeenkomsten die de Unie heeft gesloten met de volgende landen:
|
c) |
gezien de faam en de bekendheid van een handelsmerk en de duur van de periode waarin dat merk reeds in gebruik is, de consument zou kunnen misleiden met betrekking tot de werkelijke identiteit van het product; |
d) |
schade zou toebrengen aan een bestaande geheel of gedeeltelijk identieke naam of een handelsmerk, of aan bestaande producten die op de datum van deze bekendmaking sedert ten minste vijf jaar legaal op de markt zijn; |
e) |
blijkens verstrekte gegevens generiek is. |
De genoemde criteria zullen worden beoordeeld voor wat betreft het grondgebied van de Unie, dat, als het om intellectuele-eigendomsrechten gaat, alleen betrekking heeft op het grondgebied waar de betrokken rechten beschermd zijn. De mogelijke bescherming van deze namen in de Europese Unie hangt af van de succesvolle afronding van deze onderhandelingen en de daaruit voortvloeiende rechtshandeling.
In de Europese Unie als geografische aanduidingen voor landbouwproducten, levensmiddelen en wijnen te beschermen geografische aanduidingen uit Azerbeidzjan (22)
Te beschermen naam in het Azerbeidzjaans |
Transcriptie in Latijns schrift |
Productcategorie |
Abşeron |
Absheron |
Dolma met olijven |
Bakı |
Baku |
Dolma |
Duzdağ |
Duzdagh |
Zout |
İsmayıllı |
Ismayilli |
Dolma („pip dolma”) |
K
|
Kengerli |
Dolma met appel |
L
|
Lekoran |
Dolma met citroen |
Ordubad |
Ordubad |
Dolma („gupa dolma”) |
Qax |
Gakh |
Dolma met droge vulling |
Q
|
Gabala |
Dolma met (wal)noten |
Quba |
Guba |
Dolma met meloen |
Salyan |
Salyan |
Dolma met vis |
Az
|
Azerbaijan |
Wijn |
Meys
|
Meysari |
Wijn |
Naxçıvan** |
Nakhchivan |
Pruimen |
Naxçıvan** |
Nakhchivan |
Vleesproduct (govurma) |
Ş
|
Sheki |
Suikerwaren (khalva) |
Zir
|
Zira |
Olijven |
Zir
|
Zira |
Tomaten |
(1) PB L 343 van 14.12.2012, blz. 1.
(2) PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671.
(3) Besluit 2011/265/EU van de Raad van 16 september 2010 betreffende de ondertekening namens de Europese Unie en de voorlopige toepassing van de Vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds (PB L 127 van 14.5.2011, blz. 1).
(4) Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Midden-Amerika, anderzijds (PB L 346 van 15.12.2012, blz. 3).
(5) Handelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Colombia en Peru, anderzijds (PB L 354 van 21.12.2012, blz. 3), en Protocol van toetreding tot de handelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Colombia en Peru, anderzijds, om rekening te houden met de toetreding van Ecuador (PB L 356 van 24.12.2016, blz. 3).
(6) Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Montenegro, anderzijds (PB L 108 van 29.4.2010, blz. 3).
(7) Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en Bosnië en Herzegovina, anderzijds (PB L 164 van 30.6.2015, blz. 2).
(8) Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Servië, anderzijds (PB L 278 van 18.10.2013, blz. 16).
(9) Besluit 2012/164/EU van de Raad van 14 februari 2012 betreffende de sluiting van de Overeenkomst tussen de Europese Unie en Georgië inzake de bescherming van geografische aanduidingen van landbouwproducten en levensmiddelen (PB L 93 van 30.3.2012, blz. 1).
(10) Besluit 2013/7/EU van de Raad van 3 december 2012 betreffende de sluiting van de Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Moldavië inzake de bescherming van geografische aanduidingen van landbouwproducten en levensmiddelen (PB L 10 van 15.1.2013, blz. 1).
(11) Economische partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de SADC-EPO-staten, anderzijds (PB L 250 van 16.9.2016, blz. 3).
(12) Economische partnerschapsovereenkomst tussen de Cariforum-staten, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds (PB L 289 van 30.10.2008, blz. 3).
(13) Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds (PB L 161 van 29.5.2014, blz. 3).
(14) Besluit 2002/309/EG van de Raad en, wat betreft de overeenkomst inzake Wetenschappelijke en Technologische samenwerking, van de Commissie van 4 april 2002 betreffende de sluiting van zeven overeenkomsten met de Zwitserse Bondsstaat, en met name de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de handel in landbouwproducten (PB L 114 van 30.4.2002, blz. 132).
(15) Brede en versterkte partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Armenië, anderzijds (PB L 23 van 26.1.2018, blz. 4).
(16) Besluit 2009/49/EG van de Raad van 28 november 2008 inzake de sluiting van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en Australië inzake de handel in wijn (PB L 28 van 30.1.2009, blz. 1).
(17) Besluit 2002/979/EG van de Raad van 18 november 2002 betreffende de ondertekening en de voorlopige toepassing van enkele bepalingen van de Overeenkomst tot oprichting van een associatie tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds (PB L 352 van 30.12.2002, blz. 1).
(18) Besluit 2004/91/EG van de Raad van 30 juli 2003 betreffende de sluiting van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en Canada inzake de handel in wijnen en gedistilleerde dranken (PB L 35 van 6.2.2004, blz. 1).
(19) Besluit 2006/232/EG van de Raad van 20 december 2005 inzake de sluiting van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Verenigde Staten van Amerika betreffende de handel in wijn (PB L 87 van 24.3.2006, blz. 1).
(20) Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Albanië, anderzijds (PB L 107 van 28.4.2009, blz. 166).
(21) Besluit (EU) 2018/1907 van de Raad van 20 december 2018 betreffende de sluiting van de overeenkomst tussen de Europese Unie en Japan betreffende een economisch partnerschap (PB L 330 van 27.12.2018, blz. 1).
(22) Door de Azerbeidzjaanse autoriteiten in het kader van de lopende onderhandelingen verstrekte lijst van namen die in Azerbeidzjan zijn geregistreerd of waarvoor de registratieprocedure lopende is (**).